Hoe WordPress zichzelf met Calypso in achttien maanden opnieuw uitvond

Een kwart van alle sites ter wereld draait op WordPress. Dus als die service na achttien maanden bouwen een totaal nieuwe en supersnelle admin-omgeving oplevert (WordPress Calypso), is dat goed nieuws voor heel veel journalisten.

Maar wat het ook laat zien, is dat wanneer de concurrentie je inhaalt je als olietanker het lef moet hebben om je technologisch fundament volledig opnieuw uit te vinden. De analogie met mediabedrijven is natuurlijk snel gemaakt (hallo, antieke krantencms’en).

Een investeerder in het moederbedrijf van WordPress legt op zijn blog uit hoe groot (en nodig) deze uitdaging was. Ter inspiratie!

6 uur vrijmaken voor een idee waar je maar niet aan toekomt

Iedereen heeft wel van die ideeën die je niet loslaten. Een idee voor een boek, event, blogpost, of misschien een geheel nieuwe publicatie. Via m’n Timehop kwam ik deze oude blogpost tegen die je adviseert 6 uur vrij te maken voor zo’n idee en te kijken hoe het werken eraan bevalt en of het verdere moeite waard is.

Stop met uitstellen, en gebruik deze relatief ‘goedkope’ check om te zien of het idee echt zo top is.

Klik hier om het besproken artikel te lezen

Waarom het slim is om elke dag te schrijven

Af en toe geef ik nog eens een blogworkshop op journalistieke opleidingen – omdat het wat mij betreft dé manier is om al tijdens je opleiding journalistiek te kunnen bedrijven (waarom zou je wachten tot een medium iets van je publiceert?).

Maar bloggen is pittig in het begin, omdat er vrijwel niemand meeleest. Je steekt enorm veel tijd in je schrijfsels, maar het is alsof je een speech staat te houden op de middenstip van een leeg voetbalstadion.

Toch is bloggen dan al nuttig. En ik citeer dan graag Seth Godin, een marketingoeroe die dagelijks blogt:

Writing is what moves things forward

Ook al leest er nog niemand mee, je dwingt jezelf wel al je gedachten en ideeën te ordenen. Daardoor zet je dingen in werking. Ga je misschien eerder achter een idee aan. Tik je na een eerste notitie misschien wel een langere reportage.

Vandaag las ik op Brainpickings hoe neurloog Oliver Sacks altijd notitieboekjes met zich meesleepte. En ik ga wat hij daarover zegt zeker citeren in mijn volgende blogworkshop:

But for the most part, I rarely look at the journals I have kept for the greater part of a lifetime. The act of writing is itself enough; it serves to clarify my thoughts and feelings. The act of writing is an integral part of my mental life; ideas emerge, are shaped, in the act of writing.

My journals are not written for others, nor do I usually look at them myself, but they are a special, indispensable form of talking to myself.

Als je het zo bekijkt, hoef je niet eens op ‘publish’ te drukken.

De mens doet er niet toe. Het oeuvre daarentegen…

‘l’Homme c’est rien – l’oeuvre c’est tout.’

Prachtige uitspraak van Flaubert. Gevonden in een literair stuk van correspondent Joris van Casteren over Hafid Bouazza, de schrijver die na jaren van ziekenhuisopnamen, geploeter, drank-, drugs en medicijnverslaving het toch voor elkaar kreeg een nieuwe roman af te schrijven.

Ze dachten dat ie dood was, bij café De Zwart. Maar wat maakt het uit.

Vergeet het café, vergeet de presentaties, de avondjes, de sociale verplichtingen. Aan de arbeid. Laat het werk spreken.

Asha ten Broeke – In het brein van de reaguurder

Opiniemaker Asha ten Broeke krijgt een voortdurende stortvloed van online dreigementen over zich heen en verdiept zich voor Vrij Nederland in de gedachtegang van haar belagers. Confronterend essay over de scheiding tussen een online-zelf en een offline-zelf, inclusief ontmoeting met een online hater. ‘Durf je het ook in mijn gezicht te zeggen?’ Asha ten Broeke – In het brein van de reaguurder

Kom naar de allerlaatste ‘Gidsy’-blogworkshop

Het afgelopen jaar heb ik via Gidsy.com acht blogworkshops georganiseerd waar in totaal exact 100 mensen aan deelnamen. Ik bracht avonden door met een ondernemer die één van de eerste westerse miljonairs in Birma probeerde te worden, een vrouw die in alle Braziliaanse restaurants van Nederland wilde eten, een jongen die antieke lampen uit verlaten Oost-Duitse militaire complexen redde. Iemand wilde bloggen over seks in Afrika, anderen kozen voor vergeten liedjes van grote rocksterren. Aan het einde van een blogworkshop was ik altijd m’n stem kwijt. Het was een feest. Lees verder Kom naar de allerlaatste ‘Gidsy’-blogworkshop

Laat je lekker uitlachen

Topinvesteerder Fred Wilson (o.a. Twitter, Foursquare & Tumblr) deelt dagelijks op zijn blog beschouwingen en experimenten met nieuwe apps. Onlangs vertelde hij op Princeton University aan een klas vol ondernemers waarom er iets mis is met hun idee als mensen hen niet uitlachen. Blijkbaar is het dan niet origineel genoeg en waarschijnlijk treffen ze een hoop concurrenten op hun weg:

You can’t make money by being right about something everyone else knows. So you have to be right about something that most people think is wrong.

Verfrissende gedachte. Lees hier het hele artikel

Speel cafégeluiden af om je beter te concentreren: het kan met Coffitivity

Vraag me niet waarom, maar ik werk nergens zo geconcentreerd als in een café. Of weet je, vraag het me maar wel, want ik vermoed waar het door komt. Ik kan geen kant op, zit genageld aan m’n tafeltje. Zelfs een tocht naar de wc kan het verlies van je laptop betekenen. Thuis kan ik altijd nog de afwasmachine uitruimen of schoenen poetsen, in het café moet ik schrijven. Daarnaast is er de sociale druk van andere bezoekers; ik zit er in m’n eentje om te werken, dus doe dat dan ook. Nodeloos rondklikken op facebook.com is opeens genant. Daarnaast voelt het romantisch, lekker schrijven in het café. Dat deden de Groten der Aarde vast ook, in koffiehuizen. Meneer Beckett staat vast op het punt een notitieblokje te pakken, even wachten tot die fotograaf klaar is: Lees verder Speel cafégeluiden af om je beter te concentreren: het kan met Coffitivity

Deze Fransman toont hoe je met één tweet de reacties op je blog overbodig maakt

Lieve lezers, ik worstel een beetje met blogreacties. Volgens klassiek onderzoek van Jakob Nielsen uit 2006 reageren 1 op de 100 lezers op een blogpost. Als ik naar mijn statistieken kijk, lijkt dat te kloppen. Maar door de opkomst van Twitter en Facebook krijg ik op andere plekken tientallen reacties. Neem bijvoorbeeld mijn stuk over taxiservice Uber: 1 reactie op Pfauth.com tegenover 31 reacties, 265 likes en 44 re-shares op Facebook.com:

Screenshot Facebook
Screenshot Facebook

Als je die cijfers ziet, zou een linkje naar de Facebook-discussie moeten volstaan. Praat daar lekker mee, dat scheelt ook weer ruimte op deze blog (ik vind die Disqus.com-layout verschrikkelijk lelijk). Op Pfauth.com lees je, op je netwerken reageer je.

Af en toe zie ik bijzondere voorbeelden van bloggers die zulke drastische maatregelen durven te nemen. Zo stuitte ik vandaag op de blog van designer Sacha Greif. Hij heeft geen reacties op zijn blog, maar sluit de bijbehorende tweet in om discussie te stimuleren:

Screenshot Sacha Greif

Bezoekers hebben zo een centraal punt waar ze vanuit hun eigen naam kunnen reageren, want alle reacties worden onder de tweet verzameld. Nadelen zijn dat je slechts 140 tekens hebt om te reageren (ik haat twitterdiscussies) en dat alleen twitteraars mogen meedoen met de discussies. In zijn doelgroep geen probleem, maar op deze blog komen meer Facebook-gebruikers heb ik het idee. Maar voor techblogs is Greifs oplossing volgens mij perfect.

Ik blijf zulke oplossingen documenteren, tot je op een dag mijn drastische maatregel ziet.

(Deze Fransman is trouwens ook verantwoordelijk voor een interessant curatie initiatief: hij verzamelt elke dag de vijf beste links naar stukken over webdesign. Overzichtelijk, en een goed ritme. Elke morgen om negen uur krijg je ze via de mail bezorgd. Zie Sidebar.io.)

Op Feathers doven al je flame wars langzaam uit

Deze week ontving ik een uitnodiging om de nieuwe schrijfapp Feathe.rs uit te proberen. Uiteraard tikte ik de bespreking daar. Hieronder staat de hele tekst gekopieerd, om redenen die u vast nog duidelijk worden.

Mijn tekst op Feathe.rs
Mijn tekst op Feathe.rs

Je bent zowat een luddiet als je zelf nog designs in elkaar klust. Een moderne schrijver maakt gebruik van schrijfservices als Medium, SVBTLE of Feathers, betoogde Robin Sloan onlangs, en wie de schitterende ontwerpen van die services ziet, kan hem bijna alleen maar gelijk geven. Ik ontwerp nog zelf uit hobbyisme, en om tekst en ontwerp beter op elkaar te laten sluiten. Maar dat weten ze bij Feathers niet, en dus ontving ik afgelopen week een uitnodiging om hun webapp uit te proberen.

Ik tik dit stukje in hun editor, die nogal apart werkt. Zo word je geacht per alinea te werken. Op Return drukken levert geen witregel op, je moet je op Tab beroepen. Misschien geloven zij zo heilig in het ‘één gedachte per alinea’-adagium dat ze het design erop hebben aangepast.

Maar dat is niet wat Feathers interessant maakt. Het gaat om de filosofie achter hun schrijfapp. Zelf een blog designen heeft de volgende nadelen, schrijven de makers:

  1. Je moet constant je eigen blogplatform onderhouden (design, hosting, tags, etc)
  2. Je moet blijven schrijven. Als de bovenste blogpost twee maanden oud is, denkt de bezoeker dat je inmiddels ergens anders stukjes tikt.
  3. Bezoekers verwachten dat je op je blog over één onderwerp tikt.
  4. Een blog vergeet nooit iets, terwijl je mening misschien is veranderd.

Met Feathers lossen ze die problemen als volgt op:

  1. Ze richten zich niet op een lijst van artikelen, maar op één stuk, wat de auteurs vervolgens op zijn eigen sociale media kan promoten.
  2. Wanneer een stuk niet meer gedeeld of gelezen wordt, verdwijnt het langzaam maar zeker van het web.

Het laten verdwijnen van berichten is revolutionair. Ik moet er niet aan denken, ik koester mijn archieven. Ook al schaam ik me kapot voor sommige oude stukken, het laat wel mijn ontwikkeling als schrijver en ondernemer zien. Maar ik let ook altijd op wat ik schrijf. Ik tik alleen dingen over mensen die ik ook in hun gezicht durf te zeggen. Voor de wat meer emotionele schrijver is het laten verdwijnen van een artikel een uitkomst. Al je oude flame wars doven langzaam uit.

De makers van Feathers geloven duidelijk in de kunst van het weglaten. Je kan een tekst zelfs niet cursief maken. Plaatjes en links toevoegen kan ook niet. Feathers is om een tekst neer te pennen die niet op Twitter past. C’est tout. Die focus maakt het best sexy, maar voor een blogger als mij ook nutteloos. Lullig om dat op hun eigen site te schrijven. Gelukkig verdwijnt deze constatering vanzelf.

Het schrijfscherm van Feathers
Het schrijfscherm van Feathers
Het overzichtsscherm voor de auteur met daarbij de vermelding hoe vaak je stuk gelezen is.
Het overzichtsscherm voor de auteur met daarbij de vermelding hoe vaak je stuk gelezen is.
Aan de slag! Je krijgt wel zin om te tikken van zo'n scherm.
Aan de slag! Je krijgt wel zin om te tikken van zo’n scherm.

De gelukkige amateur: voorlopig blijf ik mijn eigen websites ontwerpen

Schrijver Robin Sloan kan een verdienstelijk potje webdesignen. Ik prees hem daar al eens om op deze blog. Zijn persoonlijke site robinsloan.com is bijzonder slim vormgegeven: als bezoeker ontkom je er niet aan 1) zijn beste stukken te lezen en 2) een abonnement te nemen op zijn nieuwsbrief. Groot was mijn verbazing toen ik vanmorgen ontdekte dat Sloan al maanden ontevreden is over zijn webdesign.

Sloan begint het Medium.com-artikel over zijn onvrede met een beschrijving van een situatie die me maar al te bekend voorkomt: met heimelijk genoegen een middagje webdesignen:

It was raining hard today, so I stayed inside and set myself to the task of redesigning my website. I did this with some relish. What a perfect excuse, I thought, to sit here and tinker. It was mid-morning. I brewed coffee. I merrily tweeted my intentions.

Maar aan het einde van de ontwerpdag was Sloan zwaar depressief. Door de komst van mobiele devices is webdesign te ingewikkeld geworden voor hobbyisten als hij. Je maakt een mooi design, maar vervolgens moet je het voor tientallen verschillende schermgroottes aanpassen. Mobiel negeren is geen optie, schrijft Sloan, een kwart van zijn bezoekers gebruikt een iOS-browser (op deze blog is dat 15 procent). Conclusie: alleen professionals kunnen nog goede sites ontwerpen en de hobbyisten zijn toekomstige excentriekelingen. Daarom publiceert Sloan zijn stuk op Medium.com, een exclusief blogplatform, ontworpen door de mannen achter Twitter:

I have to admit: it’s a comfort to write this here, using a machine made by professionals. And if this page doesn’t look quite the way I want, doesn’t bear my mark, doesn’t carry my signature in its source—well, that’s the tradeoff, I suppose. In exchange, I get the guarantee that these words will look good everywhere, all the time.

Ik ben nog niet bereid die ‘tradeoff’ te maken. Geen enkele service heeft de smoel die ik bij mijn teksten vind passen. Dus maak ik ‘m zelf maar. Ik ben net als Sloan een amateur. Ergens op de middelbare school leerde ik HTML en door grote designers na te apen en het lezen van Bootstrapping Design kom ik op het ontwerp zoals pfauth.com nu heeft. Met een duidelijke bio onder elk stuk, veel foto’s op de voorpagina – zodat je snel kan kiezen welk stuk je wilt lezen -, een responsive layout en weinig afleiding (zoals een sidebar).

Maar ik zie wel dat het niet perfect is. Dat het niet zo chique is als de schrijversplatforms die steeds vaker aangeboden worden. Af en toe kan ik de verleiding om over te stappen bijna niet weerstaan. Maar dan denk ik weer aan een regenachtige middag en het genot van eens even lekker klussen aan deze site. Ik ga mijn hobby toch niet opgeven?