Category Archives: Blogtips

Blogtips zijn er in overvloede. Het is alleen lastig om de juiste online blogcursus, blogtutorial of blogworkshop te vinden. In dit gedeelte van pfauth.com presenteer ik de beste.

Ben je net begonnen met bloggen? Lees dan eerst de startgids of mijn boek Sex, Blogs & Rock-‘n-Roll.

De mens doet er niet toe. Het oeuvre daarentegen…

‘l’Homme c’est rien – l’oeuvre c’est tout.’

Prachtige uitspraak van Flaubert. Gevonden in een literair stuk van correspondent Joris van Casteren over Hafid Bouazza, de schrijver die na jaren van ziekenhuisopnamen, geploeter, drank-, drugs en medicijnverslaving het toch voor elkaar kreeg een nieuwe roman af te schrijven.

Ze dachten dat ie dood was, bij café De Zwart. Maar wat maakt het uit.

Vergeet het café, vergeet de presentaties, de avondjes, de sociale verplichtingen. Aan de arbeid. Laat het werk spreken.

Asha ten Broeke – In het brein van de reaguurder

Opiniemaker Asha ten Broeke krijgt een voortdurende stortvloed van online dreigementen over zich heen en verdiept zich voor Vrij Nederland in de gedachtegang van haar belagers. Confronterend essay over de scheiding tussen een online-zelf en een offline-zelf, inclusief ontmoeting met een online hater. ‘Durf je het ook in mijn gezicht te zeggen?’ Asha ten Broeke – In het brein van de reaguurder

Kom naar de allerlaatste ‘Gidsy’-blogworkshop

Het afgelopen jaar heb ik via Gidsy.com acht blogworkshops georganiseerd waar in totaal exact 100 mensen aan deelnamen. Ik bracht avonden door met een ondernemer die één van de eerste westerse miljonairs in Birma probeerde te worden, een vrouw die in alle Braziliaanse restaurants van Nederland wilde eten, een jongen die antieke lampen uit verlaten Oost-Duitse militaire complexen redde. Iemand wilde bloggen over seks in Afrika, anderen kozen voor vergeten liedjes van grote rocksterren. Aan het einde van een blogworkshop was ik altijd m’n stem kwijt. Het was een feest. Continue reading

Laat je lekker uitlachen

Topinvesteerder Fred Wilson (o.a. Twitter, Foursquare & Tumblr) deelt dagelijks op zijn blog beschouwingen en experimenten met nieuwe apps. Onlangs vertelde hij op Princeton University aan een klas vol ondernemers waarom er iets mis is met hun idee als mensen hen niet uitlachen. Blijkbaar is het dan niet origineel genoeg en waarschijnlijk treffen ze een hoop concurrenten op hun weg:

You can’t make money by being right about something everyone else knows. So you have to be right about something that most people think is wrong.

Verfrissende gedachte. Lees hier het hele artikel

meneer beckett drinkt een kop koffie en gaat zo vast schrijven

Speel cafégeluiden af om je beter te concentreren: het kan met Coffitivity

Vraag me niet waarom, maar ik werk nergens zo geconcentreerd als in een café. Of weet je, vraag het me maar wel, want ik vermoed waar het door komt. Ik kan geen kant op, zit genageld aan m’n tafeltje. Zelfs een tocht naar de wc kan het verlies van je laptop betekenen. Thuis kan ik altijd nog de afwasmachine uitruimen of schoenen poetsen, in het café moet ik schrijven. Daarnaast is er de sociale druk van andere bezoekers; ik zit er in m’n eentje om te werken, dus doe dat dan ook. Nodeloos rondklikken op facebook.com is opeens genant. Daarnaast voelt het romantisch, lekker schrijven in het café. Dat deden de Groten der Aarde vast ook, in koffiehuizen. Meneer Beckett staat vast op het punt een notitieblokje te pakken, even wachten tot die fotograaf klaar is: Continue reading

blogdiscussie als in het lagerhuis

Deze Fransman toont hoe je met één tweet de reacties op je blog overbodig maakt

Lieve lezers, ik worstel een beetje met blogreacties. Volgens klassiek onderzoek van Jakob Nielsen uit 2006 reageren 1 op de 100 lezers op een blogpost. Als ik naar mijn statistieken kijk, lijkt dat te kloppen. Maar door de opkomst van Twitter en Facebook krijg ik op andere plekken tientallen reacties. Neem bijvoorbeeld mijn stuk over taxiservice Uber: 1 reactie op Pfauth.com tegenover 31 reacties, 265 likes en 44 re-shares op Facebook.com:

Screenshot Facebook
Screenshot Facebook

Als je die cijfers ziet, zou een linkje naar de Facebook-discussie moeten volstaan. Praat daar lekker mee, dat scheelt ook weer ruimte op deze blog (ik vind die Disqus.com-layout verschrikkelijk lelijk). Op Pfauth.com lees je, op je netwerken reageer je.

Af en toe zie ik bijzondere voorbeelden van bloggers die zulke drastische maatregelen durven te nemen. Zo stuitte ik vandaag op de blog van designer Sacha Greif. Hij heeft geen reacties op zijn blog, maar sluit de bijbehorende tweet in om discussie te stimuleren:

Screenshot Sacha Greif

Bezoekers hebben zo een centraal punt waar ze vanuit hun eigen naam kunnen reageren, want alle reacties worden onder de tweet verzameld. Nadelen zijn dat je slechts 140 tekens hebt om te reageren (ik haat twitterdiscussies) en dat alleen twitteraars mogen meedoen met de discussies. In zijn doelgroep geen probleem, maar op deze blog komen meer Facebook-gebruikers heb ik het idee. Maar voor techblogs is Greifs oplossing volgens mij perfect.

Ik blijf zulke oplossingen documenteren, tot je op een dag mijn drastische maatregel ziet.

(Deze Fransman is trouwens ook verantwoordelijk voor een interessant curatie initiatief: hij verzamelt elke dag de vijf beste links naar stukken over webdesign. Overzichtelijk, en een goed ritme. Elke morgen om negen uur krijg je ze via de mail bezorgd. Zie Sidebar.io.)

charles dickens met ganzenveer

Op Feathers doven al je flame wars langzaam uit

Deze week ontving ik een uitnodiging om de nieuwe schrijfapp Feathe.rs uit te proberen. Uiteraard tikte ik de bespreking daar. Hieronder staat de hele tekst gekopieerd, om redenen die u vast nog duidelijk worden.

Mijn tekst op Feathe.rs
Mijn tekst op Feathe.rs

Je bent zowat een luddiet als je zelf nog designs in elkaar klust. Een moderne schrijver maakt gebruik van schrijfservices als Medium, SVBTLE of Feathers, betoogde Robin Sloan onlangs, en wie de schitterende ontwerpen van die services ziet, kan hem bijna alleen maar gelijk geven. Ik ontwerp nog zelf uit hobbyisme, en om tekst en ontwerp beter op elkaar te laten sluiten. Maar dat weten ze bij Feathers niet, en dus ontving ik afgelopen week een uitnodiging om hun webapp uit te proberen.

Ik tik dit stukje in hun editor, die nogal apart werkt. Zo word je geacht per alinea te werken. Op Return drukken levert geen witregel op, je moet je op Tab beroepen. Misschien geloven zij zo heilig in het ‘één gedachte per alinea’-adagium dat ze het design erop hebben aangepast.

Maar dat is niet wat Feathers interessant maakt. Het gaat om de filosofie achter hun schrijfapp. Zelf een blog designen heeft de volgende nadelen, schrijven de makers:

  1. Je moet constant je eigen blogplatform onderhouden (design, hosting, tags, etc)
  2. Je moet blijven schrijven. Als de bovenste blogpost twee maanden oud is, denkt de bezoeker dat je inmiddels ergens anders stukjes tikt.
  3. Bezoekers verwachten dat je op je blog over één onderwerp tikt.
  4. Een blog vergeet nooit iets, terwijl je mening misschien is veranderd.

Met Feathers lossen ze die problemen als volgt op:

  1. Ze richten zich niet op een lijst van artikelen, maar op één stuk, wat de auteurs vervolgens op zijn eigen sociale media kan promoten.
  2. Wanneer een stuk niet meer gedeeld of gelezen wordt, verdwijnt het langzaam maar zeker van het web.

Het laten verdwijnen van berichten is revolutionair. Ik moet er niet aan denken, ik koester mijn archieven. Ook al schaam ik me kapot voor sommige oude stukken, het laat wel mijn ontwikkeling als schrijver en ondernemer zien. Maar ik let ook altijd op wat ik schrijf. Ik tik alleen dingen over mensen die ik ook in hun gezicht durf te zeggen. Voor de wat meer emotionele schrijver is het laten verdwijnen van een artikel een uitkomst. Al je oude flame wars doven langzaam uit.

De makers van Feathers geloven duidelijk in de kunst van het weglaten. Je kan een tekst zelfs niet cursief maken. Plaatjes en links toevoegen kan ook niet. Feathers is om een tekst neer te pennen die niet op Twitter past. C’est tout. Die focus maakt het best sexy, maar voor een blogger als mij ook nutteloos. Lullig om dat op hun eigen site te schrijven. Gelukkig verdwijnt deze constatering vanzelf.

Het schrijfscherm van Feathers
Het schrijfscherm van Feathers
Het overzichtsscherm voor de auteur met daarbij de vermelding hoe vaak je stuk gelezen is.
Het overzichtsscherm voor de auteur met daarbij de vermelding hoe vaak je stuk gelezen is.
Aan de slag! Je krijgt wel zin om te tikken van zo'n scherm.
Aan de slag! Je krijgt wel zin om te tikken van zo’n scherm.
krijtjes

De gelukkige amateur: voorlopig blijf ik mijn eigen websites ontwerpen

Schrijver Robin Sloan kan een verdienstelijk potje webdesignen. Ik prees hem daar al eens om op deze blog. Zijn persoonlijke site robinsloan.com is bijzonder slim vormgegeven: als bezoeker ontkom je er niet aan 1) zijn beste stukken te lezen en 2) een abonnement te nemen op zijn nieuwsbrief. Groot was mijn verbazing toen ik vanmorgen ontdekte dat Sloan al maanden ontevreden is over zijn webdesign.

Sloan begint het Medium.com-artikel over zijn onvrede met een beschrijving van een situatie die me maar al te bekend voorkomt: met heimelijk genoegen een middagje webdesignen:

It was raining hard today, so I stayed inside and set myself to the task of redesigning my website. I did this with some relish. What a perfect excuse, I thought, to sit here and tinker. It was mid-morning. I brewed coffee. I merrily tweeted my intentions.

Maar aan het einde van de ontwerpdag was Sloan zwaar depressief. Door de komst van mobiele devices is webdesign te ingewikkeld geworden voor hobbyisten als hij. Je maakt een mooi design, maar vervolgens moet je het voor tientallen verschillende schermgroottes aanpassen. Mobiel negeren is geen optie, schrijft Sloan, een kwart van zijn bezoekers gebruikt een iOS-browser (op deze blog is dat 15 procent). Conclusie: alleen professionals kunnen nog goede sites ontwerpen en de hobbyisten zijn toekomstige excentriekelingen. Daarom publiceert Sloan zijn stuk op Medium.com, een exclusief blogplatform, ontworpen door de mannen achter Twitter:

I have to admit: it’s a comfort to write this here, using a machine made by professionals. And if this page doesn’t look quite the way I want, doesn’t bear my mark, doesn’t carry my signature in its source—well, that’s the tradeoff, I suppose. In exchange, I get the guarantee that these words will look good everywhere, all the time.

Ik ben nog niet bereid die ‘tradeoff’ te maken. Geen enkele service heeft de smoel die ik bij mijn teksten vind passen. Dus maak ik ‘m zelf maar. Ik ben net als Sloan een amateur. Ergens op de middelbare school leerde ik HTML en door grote designers na te apen en het lezen van Bootstrapping Design kom ik op het ontwerp zoals pfauth.com nu heeft. Met een duidelijke bio onder elk stuk, veel foto’s op de voorpagina – zodat je snel kan kiezen welk stuk je wilt lezen -, een responsive layout en weinig afleiding (zoals een sidebar).

Maar ik zie wel dat het niet perfect is. Dat het niet zo chique is als de schrijversplatforms die steeds vaker aangeboden worden. Af en toe kan ik de verleiding om over te stappen bijna niet weerstaan. Maar dan denk ik weer aan een regenachtige middag en het genot van eens even lekker klussen aan deze site. Ik ga mijn hobby toch niet opgeven?

jux

Bloggen slachtoffer van mode

Op de dag dat expertsite Quora een nieuw blogplatform voor experts lanceert (hulde!), blog ik niet. Ouch. Nou ja, ik schrijf dit stukje, maar het doet eigenlijk alleen dienst als excuus. Allemaal de schuld van mijn vriendin, Carlien Helmink. Zij heeft samen met ontwerper Jitske Lundgren het eco designer label studio JUX.

De kleding maken ze grotendeels in hun atelier in Nepal – waar 25 families van leven – alles is van duurzame stoffen gemaakt, ze verkopen in 75 winkels in veertien landen en o ja, het ziet er fucking sexy uit. U leest, hier blogt een trotse vriend.

Daarom hielp ik vandaag achter de schermen mee met het produceren van de show die studio JUX op de Amsterdamse Modeweek gaf. Bij catwalkfotograaf Peter Stigter ziet u het resultaat (backstage kijken kan ook).

Foto: Team Peter Stigter
Foto: Team Peter Stigter

Morgen tekst en uitleg bij Quora! Eerst ga ik over modellen dromen.

obama

De kunst van het achterom kijken, door Barack Obama

Als blogger probeer je altijd origineel te zijn. Dus toen ik vanmorgen een stukje wilde tikken over een indrukwekkend animated GIF-je, checkte ik toch even of een andere Nederlandse blogger niet al had opgeschreven dat Obama voor hij het Capitool inliep nog één keer omkeek, omdat hij het uitzicht van duizenden aanhangers ‘nooit meer zou zien’. Of niet iemand anders al had opgeschreven dat je dan de huisfotograaf van Obama, Pete Souza, ziet verschijnen. Of niet iemand anders al had opgeschreven dat ie zo benieuwd was naar hoe die foto van Souza geworden is.

En ja hoor, toen ik langs m’n geesteskind nrc.nl surfde, zag ik dat redacteur Peter Zantingh dat allemaal al prachtig had genoteerd. Inclusief waarschuwing voor de oudere lezer: ‘pas op, dit filmpje eindigt nooit‘. Dus liet ik het GIFje voor wat het was.

Nu is het avond en denk ik nog steeds aan die blik van Obama. En hoezeer ik het bewonder dat hij zijn hoofd koel weet te houden, dat hij over vier jaar kan zeggen – als hij president af is – dat hij de bepalende momenten bewust heeft meegemaakt. Dat hij wist wanneer hij moest genieten.

Dit is natuurlijk van een hele andere orde, maar vanmorgen sprak ik een 19-jarig blogtalent. Zij gaat verschrikkelijke mooie stukken schrijven en kan binnenkort overal aan de bak, maar temperde mijn enthousiasme over alle stappen die ze zou kunnen nemen. ‘Ja hallo, ik wil ook nog even genieten nu ik jong ben’. Daar heeft ze helemaal gelijk in. Door die blogobsessie van mij is m’n studietijd naadloos en supersnel overgelopen in een baan bij The Next Web, en later NRC Media. Ik was zo gericht op het vinden van een groter publiek, dat ik niet bewust genoot van de schitterende tripjes met The Next Web en de spannende eerste jaren bij NRC.

Voordat ik als een oude man klink: wat ik bedoel te zeggen, is dat het fantastisch is dat Obama ons hier allemaal even herinnert aan hoe belangrijk het is soms even te bewust stil te staan bij wat we meemaken. Als hem dat met die monsterbaan van ‘m al lukt, dan kunnen wij dat al helemaal.

obama kijkt nog één keer naar het publiek

20130116-175755.jpg

Verslaafd aan likes

Een like-verslaving, misschien moet ik het zo noemen. Gisteren blikte ik al terug op de gevolgen van twee weken dagelijks bloggen, vandaag weer. Ik heb in 2013 vermoedelijk zo’n 8000 woorden bij elkaar getikt, bijna een kwart van m’n eerste boek. Toch zit in het schrijven van dit blog niet het meeste werk. Een uurtje per dag, niet meer. Nee, de meeste tijd gaat op aan mijn like-verslaving.

Omdat ik dagelijks een stukje schrijf, krijg ik elke dag weer reacties. Via Twitter-mentions, in Facebook-comments en onderaan elke blogpost. Dan zijn er de retweets en de likes. Die houd ik in de gaten en ja, die voelen lekker. Dat iemand het de moeite waard vindt om jouw werk aan zijn of haar volgers te tonen, blijft bijzonder. Dan is er nog het aantal nieuwsbriefabonnees wat ik kan bekijken, de nieuwe volgers op mijn Foursquare-lijsten, om over Google Analytics nog maar te zwijgen.

Allemaal impulsen. Allemaal kleine gebeurtenissen die me even een lekker gevoel geven. Instant behoeftebevrediging. Je moet wel heel sterk in je schoenen staan om tijdens een verloren moment niet even te ’scoren’.

Waarschijnlijk zijn we allemaal like-verslaafd. Iedereen die wel eens een status update plaatst, wil weten of ie lekker loopt. Daar doe je het toch voor? En op zich is er niets mis mee. Er vallen geen slachtoffers. Je voelt je er beter door. Beter verslaafd aan likes, dan aan porno.

Toch wil er vanaf. Want: elke minuut die ik aan het naar beneden trekken van mijn Twitter-app-schermpje besteed, kan ik niet in werk steken dat me verder brengt. Zoals het design van Brainsley, of het lezen van een boek voor Literaturfest.

De ideale blogger zet zijn stuk online, reageert dan nog op slimme reacties, maar werkt verder geconcentreerd door. Al zijn tijd besteedt hij aan creatie, en niet aan het zoeken naar erkenning.

Dus daarom gooit deze blogger de sociale apps (weer) van zijn telefoon. Klaagt hij even bij zijn lezers. Om vervolgens weer stug door te tikken.

– geschreven op mijn telefoon. Eventuele spelfouten haal ik er nog uit.