Gisteren schepte ik er al over op: toen Edial Dekker en ik afgelopen oktober in New York waren, ontdekten we per ongeluk Surfer Blood. We waren die nacht aangekomen en suf van een jetlag liepen we door de Lower East Side. Op een kruising hoorden we vanuit een oud pakhuis geluiden van een optreden naar buiten komen. Dat klonk best goed. We renden naar binnen en haalden aan de bar blikjes bier voor een paar dollar. Klaar om de menigte hipsters in te duiken.
De band was al een tijdje stil; er was een snaar gebroken. Die kon de melodieuze rock niet verdragen. Na tien minuten begonnen de jongens weer te spelen. Een iel mannetje met gitaar sprong aanstekelijk met de muziek mee. De jongen achter het orgeltje had een afro. De zanger een houthakkersblouse. En een rauwe stem. Na vijftien seconden keken Edial en ik elkaar aan. Wow.
Wat een strak geluid. Wat een briljante melodieën. ‘What’s your band name man?!’ schreeuwden we na afloop naar het iele mannetje. ‘Surfer Blood, we’re from Florida. Were are you guys from?’ ‘Aaamsterdam.’ De gebruikelijke uitwisselingen over hoe spannend de Nederlandse hoofdstad is, volgden. De rest van de band kwam erbij staan. ‘We’d love to play there man, here’s our album,’ zei het iele mannetje. ‘And a fucking t-shirt,’ zei de toetsenist. Met z’n afro.
Toen ik ’s nachts wakker werd van de jetlag, opende ik met mijn iPhone Dutch Problogger. Ik schreef op hoe we Surfer Blood hadden ontdekt. Zocht er een filmpje bij. Deels om vrienden op de hoogte te houden, maar stiekem ook om later te kunnen claimen dat ik al in oktober 2009 over de band geschreven had. Ik ontving een aantal enthousiaste reacties. En in de maanden die volgde, stuurden vrienden en bloglezers tips over Surfer Blood. ‘Hey, hun album is door muziekblog Stereogum verkozen tot een van de meest veelbelovende van 2010,’ skypte NRC-muziekblogger Anke Meijer. ‘Ze staan in de topvijf populairste artiesten van HypeMachine (de internetbarometer voor indiemuziek),’ mailde Rob Simon, die er al vaak voor heeft gezorgd dat ik een goed concert niet miste. En toen de band in mei 2010 naar Nederland kwam, ontving ik vijf waarschuwingen van lezers. Dankzij de blog. Al die tips speelde ik weer door op mijn blog, Twitter en Facebook. Mocht het zo zijn dat je in Nederland Surfer Blood wilde volgen, dan zat je bij mij goed. Door mijn netwerk aan Surfer Blood-watchers miste ik niks.
Voor even was ik een Surfer Blood-watcher; een curator. Iemand die je volgt omdat je weet dat hij op de hoogte is. Die een community achter zich heeft en daar tips van ontvangt. Internetondernemer Robert Gaal noemt het curatorschap ‘de oplossing voor je information overload‘. In de overvloed – de 24 uur aan video die elke minuut op YouTube verschijnt, de twintig miljard tweets – zorgt een curator ervoor dat je in je niche weinig tot niets mist.
In mijn lijst van favoriete blogs staan ook een aantal curators. Still in Berlin voor mode. De Papieren Man voor literatuur. Mobileguru.nl voor nieuwtjes over iPhone en Kindle. Emmas Designblogg voor design. Rob Simon van Overdose.am houdt op Spotify de beste indiemuziek bij. Mij zie je nu niet meer MySpace en talloze muzieksites afstruinen: ik vertrouw Rob voor fijne bandjes. En anders hoor ik altijd nog wel een op de straten van New York.
Welke curators volg jij?
-
Joost
-
Joost
-
Joost
-
http://www.jhngln.nl Johan
-
http://www.jhngln.nl Johan
-
http://eee.am/ivoandreas ivoandreas
-
RvS
-
http://www.overdose.am Rob Simon

