Category Archives: Drank en spijzen

Goede restaurants, Rioja, vuige barretjes, Limoncello, de perfecte biefstuk, steden die je opslokken en koffie die een beetje naar hazelnoot smaakt: u vindt het in dit katern.

Wilt u meteen een overzicht van fijne restaurants en cafés? Bekijk dan mijn Foursquare-reisgidsen.

Een tafeltje voor één alstublieft

‘A table for one, please?’ Dat is in New York helemaal geen gekke vraag. Maar in Amsterdam wel. Hier eet je samen. Zelfs alleen lunchen wordt door veel mensen als bevreemdend ervaren. Ze houden hun blik op hun telefoon gericht, om toch druk over te komen. Terwijl alleen eten heerlijk kan zijn.

Eerlijk is eerlijk; ik moest er vroeger niet aan denken. Maar toen ik als 21-jarige vier maanden in New York moest overleven, leerde ik het noodgedwongen snel aan. In het begin wist ik niet waar ik moest kijken, later nam ik een notitieboekje mee en schreef ik daar blogposts uit. Later lukte het zonder hulpmiddelen, en dan is alleen eten pas echt een revelatie.

Je kan je volledig op het eten concentreren, ziet veel meer wat erom je heen gebeurt en het alternatief – snel wat fastfood wegwerken – is verschrikkelijk. Heerlijk, voor de afwisseling. Goed dus dat ontwerper Marina van Goor en Vandejong alleen eten willen promoten in de Randstad. Dat doet ze met het popuprestaurant EENMAAL, dat 28 en 29 juni op de Bos en Lommerweg 361 alleeneters ontvangt. Het viergangenmenu (met onder andere asperges) kost 25 euro. Hopelijk inspireert het restaurantuitbaters tot het creeëren van eetplekken voor één.

Foto door Jaap Scheeren
Foto door Jaap Scheeren

Bij supermarkt Bilder & De Clercq koop je alleen ingrediënten die je écht nodig hebt

Nederlanders verspillen gemiddeld zo’n 74 kilogram eetbaar voedsel per jaar. Ik vrees dat ik me daar ook schuldig aan maak. Ik kook eens een avondje, doe inkopen en gooi twee dagen later de resten weg. Daarom ben ik heel blij dat schuin tegenover mijn huis een bijzonder soort supermarkt is geopend. Bij Bilder & De Clercq koop je alleen wat je nodig hebt. Je kiest één van de veertien recepten, laadt de voorverpakte ingrediënten in je mandje en kookt thuis alles op. Gisteren kocht ik er voor het eerst een maaltijd. De goedkoopste, uiteraard. Dat is altijd de beste test.

En dus pakte ik voorzichtig twee takjes thijm en één blad laurier voor mijn ‘knolselderij en linzen met hazelnoot en munt‘. Een smaakvol en bijzonder gerecht, dat halverwege de maaltijd een beetje begint te vervelen (ik had het liever als bijgerecht gehad – maar misschien wreekt de carnivoor in mij zich). Het notenbrood en de croissant die ik kocht waren allebei van fantastische kwaliteit. Net als de chips, en de rozemarijnworst van Brandt & Levie.

Foto: Bilder & De Clercq
Foto: Bilder & De Clercq

Dit vegetarische hoofdgerecht voor twee personen kost 6 euro. Als je in de Albert Heijn boodschappen doet, kan je daar bijna niet tegenop koken. Niet-vegetarische gerechten kosten bij Bilder & De Clercq rond de 7 euro per persoon. Dan zit je ongeveer op het prijsniveau van een traiteur. Met als verschil dat je het nu vers in je eigen keuken klaarmaakt en de rust van dat ritueel is me veel waard. Wat me vaak van koken weerhoudt is een gebrek aan inspiratie, en precies dat lost Bilder & De Clercq op. Het enige wat er mis kan gaan, is dat de seizoensgebonden recepten niet vaak genoeg wisselen.

Bovendien is het een feest om in de winkel te lopen. Alle details kloppen. Van de espressokopjes (Piet Hein Eek) tot de strakke hipstervormgeving en het vriendelijke personeel, van wie de volledige naam op het kassabonnetje staat. Je voelt de liefde voor het vak en daar blijf ik zeker voor terugkomen, dus hop, op de Foursquare-lijst van vaste adresjes.

Bilder & De Clercq
De Clercqstraat 44, Amsterdam
bilderdeclercq.nl

Een sateetje met Frank de Boer

Morgen moet ik naar de kapper. Afgelopen november had ik een afspraak, maar toen was mijn kapper opeens verhinderd. Nu kan ik niet eens normaal meer een voetbalwedstrijd bezoeken zonder dat mensen over mijn kapsel beginnen. Prima als ze dat doen wanneer het netjes gekapt is, maar nu moet ik ze gewoon gelijk geven. “Je moet je haar föhnen vriend”, zei een jongen naast me, die elke drie minuten de scheidsrechter afwisselend voor ‘kankerhond’ of ‘kuthond’ uitmaakte. Ik zat in de F-side, bij Ajax – Feijenoord, waar eigenlijk een vriend van me hoorde te zitten, maar die was verhinderd. Dus bekeek ik de klassieker in m’n eentje, tussen de mannen die Ajax in spreekkoren beloofden ‘altijd te volgen’ en van haar ‘houden’. Ik ben een latente voetbalfan. Ik kan de sport maanden negeren, maar zodra ik een wedstrijd zie, vallen al mijn basisfunctionaliteiten uit. Dan schreeuw ik alleen nog en maak ik gebaren die me Italiaans voorkomen. Van alle liedjes ken ik de helft, fonetisch. Normaal heb ik daar vrede mee, maar in de F-side voel ik me een verrader. Ik leef niet voor m’n club, ik maak geen offers voor Ajax, maar deze jongens springen in de vrieskou zonder shirt rond en drinken mixdrankjes alsof het hen een lieve lust is. Ik zou me zorgen maken om de kater de volgende dag, zij niet. Alles valt in het niet bij die ene wedstrijd, op zondag. Een katertje al helemaal. Ik ben een halfslappe fan.

Voor de wedstrijd lees ik het programmaboekje door, zodat ik in ieder geval van alle grote nieuwsgebeurtenissen op de hoogte ben. In zijn welkomstwoord aan de fans schrijft Frank de Boer over de nieuwe dug-outs van Ajax. Die zijn in de tribune verwerkt, op z’n Engels. De Boer twijfelde nog of hij op de eerste rij zou zitten, of op de hoogste, ‘voor het overzicht’. Tijdens de wedstrijd zag ik hem drie keer hartstochtelijk juichen. Ik mag hem wel. Bij zijn aantreden zei De Boer dat hij Ajax 1 tien jaar wilde leiden. Heerlijk, zo’n tegengeluid in een cultuur waar een coach er na drie doelpunten tegen uitvliegt.

Na de wedstrijd loop ik met bevroren tenen de sneeuwstorm in. Met m’n capuchon op, voorlopig geen opmerkingen meer over mijn haar. In de metro naar de RAI heerst verbroedering – ‘er moet iemand uit jongens’. Ik loop naar de conferentiehal, waar Meneer Seizoenskaart aan het werk is. De eindstand wil hij niet weten, dat moet ie op Studio Sport zien. Ik probeer m’n gezicht strak te houden. “Ga je echt niet een hapje mee-eten?”, vraag ik hem. Nee, Studio Sport moet aan. Samen met zijn collega’s vertrek ik naar een nabijgelegen restaurant. Na een half uur komt Frank de Boer binnenlopen. Ik ben star struck. De man die net de Arena temde, eet hier een sateetje. Aan zijn tafel zit nog een Ajax-prominent, maar verder alleen maar doodnormale Amsterdammers. Toch zie ik ze nu als lid van een geheim voetbalgenootschap. Ik sms de vriend die nu achter de televisie zit. Die vraagt of ik de coach een zoen wil geven. Begrijpelijk. De Boer gaat als eerste van zijn gezelschap weg. Ook logisch. Hij moet nog zeven jaar door. Ik ben benieuwd of mijn kapper hem ook zo’n held vindt.

Mooiste bureaus ter wereld verzameld op één blog

Uren van m’n leven heb ik er al aan verspild: bij andere mensen naar binnen kijken. Niet in hun ziel, hoewel dat ook best interessant is, maar in hun interieur. Af en toe in een truttig woontijdschrift, maar vaker op blogs.

Zoals Minimal Desks, een interieurblog dat zich alleen maar richt op bureauopstellingen. Sinds een paar maanden heb ik ook een werkkamer en sindsdien kwijl ik dagelijks over grote Mac-beeldschermen, Eames-stoelen, nette stapeltjes papieren en gekke pennenbakken. Allemaal nutteloos, natuurlijk, want een goed stuk kan je net zo goed in een bezemkast tikken, maar in het kader van een hobby lukt het me uitstekend om dit tijdverdrijf goed te praten.

Goed, Minimal Desks dus. Deze Tumblr toont foto’s van opgeruimde bureaus met summier commentaar. Af en toe maakt de anonieme blogger onbegrijpelijke keuzes en publiceert hij IKEA-kitsch, maar de sporadische juweeltjes houden me verslaafd. Zoals:

tumblr_m86qpjCwGK1rqeb09o1_1280

tumblr_m5o886v9Cd1rqeb09o1_500

tumblr_m6ubzwChbq1rqeb09o1_1280

tumblr_m949kcwvTS1rqeb09o1_1280

tumblr_mfgc37UL0k1rqeb09o1_1280

tumblr_mc8ykzqVJX1rqeb09o1_1280

Wat is uw favoriete designblog?

Waarom ik ook in 2013 Foursquare blijf gebruiken

Het gaat niet best met Foursquare, schreef techblog TechCrunch laatst. Foursquare is niet cool. Foursquare associeer je met mensen die bij het binnenlopen van een restaurant obsessief naar hun telefoon grijpen om ‘in te checken’. Die vrienden proberen te verslaan met incheckpunten en ijdele checkins. Die nare recensies achterlaten in familiecafés. Maar toch blijf ik de app gebruiken. Ik ben verliefd op Foursquare. Ik profiteer van Foursquare. Aan een instagrammetje heb je weinig, maar een goede aanbeveling op Foursquare kan tot een geweldige avond leiden.

Kleine kanttekening: het inchecken laat me grotendeels koud. Ik vind het interessant als ik ergens voor het eerst met plezier heb gegeten om dat in een archief te bewaren, en dat is dan toevallig Foursquare. Maar als ik voor de achtste keer in De Engelbewaarder zit, laat ik dat niet op Foursquare weten.

Het is het aanbevelen wat Foursquare zo fantastisch maakt. Continue reading Waarom ik ook in 2013 Foursquare blijf gebruiken

Het is heerlijk om een ‘regular’ te zijn

Een restaurant waar je een glas champagne krijgt als je de sportwedstrijd van het jaar niet wenst te zien, waar je peetzoon de boel kan onderkotsen en dat het personeel de volgende dag doet alsof er niets gebeurd is, waar je favoriete ober vertelt dat hij een potje tafeltennis ook wel kan waarderen en waar je hart breekt als diezelfde ober vertrekt. Zo’n restaurant is Sant Ambroeus voor Arnon Grunberg. De schrijver komt er sinds de zomer van 1997 en blogt regelmatig over zijn diners daar:

Who needs a friend when the waiter is happy to see you? Who needs a family when the coat checker is affordable? Who needs a kitchen when there is no second bedroom in your apartment for a decent cook?

De relatie tussen restaurant en regular gaat verder dan een zakelijke transactie. Het lijkt meer op vriendschap: je hoeft nooit bang te zijn dat je komst ongelegen is. Dat gastvrijheid op afroep bestaat, leerde ik al vroeg. Onverantwoord vroeg, misschien.

Mijn ouders namen me altijd mee naar een vaste pizzeria. Is Morus in de Raadhuisstraat in Alphen aan den Rijn, van een familie uit Sardinië. Bij binnenkomst was het meteen feest; obers begonnen te schreeuwen, de eigenaar kneep in m’n wangen. Pizza Prosciutto was mijn pizza, dat wisten ze. Op m’n dessert brandden ALTIJD sterretjes. Dat het heerlijk is om een regular te zijn, wist ik voor ik tien jaar oud was.

Tijdens mijn puberteit had ik niet echt aan boodschap aan die wijsheid, tijdens mijn studententijd niet de financiële middelen om ‘m na te leven. Maar inmiddels heb ik mijn vaste stek gevonden. Bolenius, op de Zuidas. Ik ben er nog maar vier keer geweest, maar dat maakt niet uit. Bolenius heeft mijn hart gestolen.

Daarom wijd ik heel graag aflevering van twee van de restaurantrubriek op deze blog aan het restaurant van chefkok Luc Kusters en Maître Xavier Giesen. Afgelopen donderdag was ik er weer. Plussen en minnen! Continue reading Het is heerlijk om een ‘regular’ te zijn

Eten bij Oud Sluis: ‘zo gaan we knallen’

Het is me al lang niet meer gelukt om normaal een restaurant binnen te lopen. Ik kijk of de obers wel groeten, keur de toestand van het tafeltje en weeg het papier van de menukaart. Dat is allemaal de schuld van mijn vader. Hij is sinds een paar jaar restaurantrecensent voor het AD. Doordat ik hem een paar keer vergezelde als tafelgenoot, heb ik me een fractie van zijn kritische houding eigen gemaakt. Tel daar drie jaar barmanschap bij op en u begrijpt: ik zit behoorlijk meta achter m’n bord.

Om die handicap in mijn voordeel te laten werken, zal ik vanaf nu verslag doen van elk bijzonder restaurant dat ik bezoek. Format: plussen en minnen. Lekker overzichtelijk.

Ik pretendeer overigens geen recensent te zijn. Mijn gebrekkige culinaire kennis zou zich bij de eerste kritische zin wreken. Maarrr.., wie op zoek is naar een bespreking van een leek die heel verdrietig kan worden van gemakzucht bij de bediening of een lelijk decor, en heel vrolijk van het tegenovergestelde, zit hier goed. Als mijn vader mee is en af en toe wat wijs zegt over het eten, krijgt u dat er gratis bij.

Beter dan aflevering één gaat het niet worden, want ik bespreek Oud Sluis, het beste restaurant van Nederland. Drie sterren en fucking exclusief. Uw blogger reserveerde op 22 september 2011 en kon pas afgelopen zaterdag, 24 november 2012, terecht. Dat gaf genoeg tijd om te sparen, want van het geld dat je bij een diner in Oud Sluis kwijt bent, kan je ook een midweek naar Barcelona. Oké, daar gaan we. Plussen en minnen! Continue reading Eten bij Oud Sluis: ‘zo gaan we knallen’

Azur Bleu: wild zwijn aan het Hugo de Grootplein

‘De afgelopen drie dagen zat het bomvol’, bezwoer de serveerster ons, terwijl we gisteravond als enige in Azur Bleu aan het Hugo de Grootplein dineerden. Sinds kort is dit Catalaanse en Frans-mediterrane restaurant op zondag open, maar niemand in de buurt lijkt dat nog te weten. Geen probleem, wij voelden ons heel speciaal, al is het wrang dat er allerlei middelmatige tentjes waarschijnlijk meer publiek bedienden terwijl de chef van Azur Bleu fantastisch, ja, werkelijk fantastisch, aan het koken was. Ik at het Menu du Chef – gevogelte paté vooraf, als hoofd een heerlijke paella met garnalen, inktvis en konijn – terwijl mijn tafelgenoten net geschoten wild zwijn van jager Sjoerd (Wild & Wild) en boeuf bourguignon hadden gekozen. Het was zo’n avond eten waar alles perfect ging, en je alleen in positieve zin wat van de bediening en chef merkt.

Ik ben geen restaurantrecensent, dus het gedetailleerde jubelen laat ik graag aan professionals als Johannes van Dam (9+ in november 2011, ik vertel hier niks nieuws) over. Maar weet dus dat je je in Amsterdam West een avondje in Barcelona kan wanen, met een tapasbar, charmante bediening, Frankie S door de speakers en gloeilampen van een halve meter.

Meerrr eettips vind je in m’n Foursquarelijst Oh, Amsterdam.

Stoelen- en biertips uit Gent

Foto op pfauth.com
I went to Gent and all I got were two lousy pictures of chairs. De eerste zie je hierboven, de tweede, van de perfecte bioscoopstoel, zie je hier. In die heerlijk comfortabele stoel zag ik het zeer oncomfortabele The Iron Lady over het leven van Margaret Thatcher. Na afloop liep ik depressief de prachtige binnenstad van Gent in, denkend dat alles wat je doet in het leven voor niets is. Al modelleer je jouw land tot jouw ideaalbeeld, dan nog eindig je zielig en alleen. Bovenstaande stoeltjes zag ik op de Invasie van Gent en verdreven die sombere gedachten snel, want ze riepen associaties met de perfecte parkdag op. Bestellen kan op bakzit.be (en koop er meteen wat koelelementen bij). Aan te bevelen inhoud: dit lichte (3,5%) biologische (heel hip in Gent) biertje: Biolégère. Getest in het heerlijke café Vooruit. Meer tips voor Gent vindt u uiteraard op mijn Foursquare. Cheers.

Hemelse hamburgers in Londense hel

In de rij voor een hamburger staan, nog nooit gedaan. Tot gisteren. Hongerig en totaal verkleumd liep ik met de heer Klöpping door Soho, Londen. Na twee dichte eettenten gebruikte Alexander de Explore-functie van Foursquare. ‘Meat Liquor!’, riep hij, and off we went. Na drie donkere steegjes zagen we in de verte een club, tenminste, dat dachten we. Die rij bleek voor onze hamburgerplek te zijn. Naar binnen kijken had door de verduisterde ramen weinig zin. Maar de beste aanbeveling die je kan krijgen is een flinke rij van kleumende Londenaren. En omdat er na twee minuten een licht corpulente De Niro lookalike aanschoof, waren we al snel de laatsten niet meer. En dat voelt toch beter. Bovendien vloog de bontjas van een Britse vamp in de fik, doordat haar minnaar zijn sigaret niet stil kon houden. Dat maakt het wachten aangenamer. ‘Guys, I want to give you all a big hug, cause this queue is horrible, but it’s sooo worth it’, riep een dronken meisje dat ruimte maakte voor ons. Continue reading Hemelse hamburgers in Londense hel

Genieten van de Venetiaanse cliché’s, nu het nog kan

Het is vijf voor elf, tot de barman de grote wijzer een duwtje geeft. Een knipoog, het is opeens tien minuten na sluitingstijd. Onze bellinis zijn nog half vol, wat neerkomt op 7,5 euro aan drank per glas. Om ons heen druipen de vaste gasten af. De mannen zoenen de barman. Als wij even later ook de Calle Vallaresso inlopen, houdt hij – in wit pak, met zwarte strik – de deur open. We zijn in de voetsporen van Ernest Hemingway, Charlie Chaplin, Truman Capote en Peggy Guggenheim getreden. Dat was Harry’s Bar. Continue reading Genieten van de Venetiaanse cliché’s, nu het nog kan