Wat we in Nederland van Jeff Bezos kunnen leren

Jeff Bezos was op bezoek bij zijn krant, The Washington Post, voor een vraag-antwoord-sessie met het personeel. Zijn journalisten deden via Twitter live verslag. Uit deze bloemlezing komt de strategie van Bezos goed naar voren. Ik denk dat deze – ondanks de verschillende markten – ook goed zou werken voor de grote Nederlandse kranten:

  • Gewoon de komende tien, twintig jaar geld blijven verdienen met print, en de winsten daarvan investeren in online;
  • Het grote bezoek aan de site zoveel mogelijk omzetten in digitale abonnementen;
  • Maak de digitale abonnementen niet te duur (I’m looking at you, ALLE Nederlandse kranten). Verdien liever minder aan een grotere groep, dan meer aan een kleine (tenzij je een nichekrant bent als het FD).

Opzij denkt aan de lange termijn en keert freelancers Blendle-inkomsten uit

Freelance journalisten die in 2015 artikelen hebben geleverd aan Opzij, delen mee in de Blendle-inkomsten van die artikelen. Ze krijgen 30 procent van het geld dat Opzij aan Blendle verdiende.

De hoofdredacteur spreekt:

“Een deel van onze freelancers is heel actief in het promoten van zijn artikelen en dat zie je dan ook terug aan de verkoopcijfers. We zijn samen verantwoordelijk voor het succes van onze verhalen.”

Ontzettend slim van het feministisch maandblad. Want nu blijft het voor freelancers aantrekkelijker om voor Opzij te werken, in plaats van direct aan lezers te verkopen.

Voor de meeste freelancers is zelf stukken verkopen nog niet interessant. Maar hoe machtiger platforms als Blendle worden, hoe minder relevant de gatekeepers-functie van journalistieke publicatie. Des te interessanter voor een journalist om direct met zijn of haar publiek zaken te doen. Stel je voor dat een populair columnist als Bas Heijne daar nu al mee zou beginnen!

Zo vond The New Yorker zichzelf opnieuw uit

De stoffige The New Yorker leek voorbestemd een museum te worden. In deze reconstructie wordt uitgelegd waarom het blad inmiddels een ‘multimedia juggernaut’ is.

Wat ik zo mooi aan The New Yorker vind, is hoeveel verschillende mediatypes ze succesvol inzetten om hun verhalen te vertellen. Ze maken een chique papieren blad, levendige website met een volledig archief, een ongelooflijk sexy festival (daar moet ik volgend jaar heen), podcasts en binnenkort zelfs een televisieserie. Daarin laten ze zich leiden door vragen als:

‘What does The New Yorker sound like when it jumps off the page and into your ear?’

Al deze nieuwe initiatieven (waar het plezier van af spat) moeten leiden tot een groter bereik, en dat bereik moet vervolgens worden omgezet in betalende klanten. Voorlopig resultaat: de hoogste betaalde oplage in hun bestaan, namelijk 1,08 miljoen (het is wel onduidelijk wat daar allemaal onder valt helaas).

The New Yorker heeft trouwens als groot voordeel dat het overkoepelende concern Condé Nast haar financieel goed beschermt. Zo heeft het blad zich nog niet hoeven beroepen op het grote kwaad dat native advertising heet.

Lang leve nieuwejournalistiek.nl

Onderstaande twee links zijn afkomstig van nieuwejournalistiek.nl. Het concept van deze site is simpel en geweldig: ze laten journalisten journalistieke start-ups nauwkeurig volgen en hier tussentijds verslag van doen. Voorbij de hype van de persberichten:

1. Hoe Blendle voet aan de grond probeert te krijgen in Duitsland en de VS

Meest interessante observatie: hoe moeilijk het is om in het buitenland goede teams op te bouwen. 

2. Hoe en waarom we Bij De Correspondent altijd in gesprek gaan met de lezers

Favoriet citaat: “[Adjunct-hoofdredacteur Karel] Smouter wilde samen met Dimitri Tokmetzis uitzoeken hoe je rijk kon worden van gratis online porno. Maar vind maar eens iemand die daarover wil praten.”

Om Malik over ‘DAT IS GEEN JOURNALISTIEK HOOR’

Mediawatcher Om Malik maakt in deze rant één heel belangrijk punt over de pavlov-reactie die veel traditionele media op nieuwe ontwikkelingen hebben:

‘DAT IS GEEN JOURNALISTIEK HOOR’

Dat werd gezegd over bloggen, over Twitter, zelfs over het hele internet als geheel. Inmiddels is iedereen online, lijken alle nieuwssites op blogs en checken veel journalisten elke drie minuten hun Twitter Mentions. Maar omdat ze te laat begonnen, zijn er andere veel machtigere spelers opgestaan en is de invloed van journalisten zelf een stuk minder geworden.

Malik stelt een betere reactie voor: probeer te begrijpen wáárom mensen die nieuwe technologieën gebruiken en kijk hoe dat aansluit bij je journalistieke missie. Tegeltjesmateriaal, als u het mij vraagt:

tegeltje (1)

Wat er mis is met Making a Murderer

True crime scoort. Na de podcast Serial, is nu de documentaireserie Making a Murderer thunderpopulair. Het gaat over Steven Avery, een man die achttien jaar lang onschuldig heeft vastgezeten voor verkrachting. Twee jaar na zijn vrijlating wordt hij aangehouden voor een moord. Ook onterecht, aldus de makers.

Na veel gejubel over deze serie – en een nutteloze petitie voor vrijlating aan Obama– publiceerde The New Yorker deze week eindelijk een kritisch geluid. Dit zijn de grootste problemen met true crime in het algemeen, en Making a Murderer in het bijzonder:

  • het maakt van een persoonlijke tragedie publiek entertainment;
  • het gaat voorbij aan de grotere context van dit soort zaken: gesjoemel met politiebewijs overkomt (al dan) niet alleen Avery, het is een wijdverbreid probleem;
  • en de belangrijkste: de serie promoot twijfel niet, maar wil er alleen maar voor zorgen dat je gelooft dat Avery onschuldig is.

Belangrijk citaat:

“To me, the fact that the response was almost universally ‘Oh, my God, these two men are innocent’ speaks to the bias of the piece. A jury doesn’t deliberate twenty-some hours over three or four days if the evidence wasn’t more complex.”

Voor welk type verhalen willen lezers betalen?

Topjournalist Steve Brill had ooit een paywallbedrijf voor kranten. In een openhartig interview met Poynter vertelt hij over zijn ervaringen uit die tijd. Hij zegt hele zinnige dingen (onderbouwd met verkoopcijfers!) over het type verhalen waar online lezers graag voor betalen: kwalitatief hoogstaand lokaal nieuws, tests van de Consumentenbond en onderzoeksjournalistiek.

PS. Je kent Brill vast van dit verhaal uit 2013 waarin hij zorgkosten minutieus ontleedt

De eerste barstjes in het viral web worden zichtbaar

Sorry, misschien ligt het aan de naderende blue monday, maar dit is een pessimistisch artikel. Ik ga het hebben over het failliet van het viral web. Met optimistische eindnoot, dat dan weer wel.

Onlangs deelde ik een artikel waarin een bekende mediajournalist omschreef hoe moderne media-imperiums gebouwd worden. In een notendop: bouw een groot bereik op via Facebook, gebruik dat bereik om miljoenen aan investeringen binnen te halen, neem van dat geld ‘echte’ journalisten aan om je reputatie te vestigen.

Maar nu beginnen de eerste barstjes in dat model zichtbaar te worden. Lees verder De eerste barstjes in het viral web worden zichtbaar

De Pijpers zijn de baas van steeds meer ‘blaadjes’

Och, van dit verhaal in Villamedia druipt de romantiek toch af: een Groningse familie die bladen als de Playboy en de Grazia opkoopt om hun drukkerij draaiende te houden én ze dan ook nog op beter papier afdrukt. Bovendien keuren ze in familiebedrijf Pijper Media het liefst alle facturen nog zelf goed. Fijn verhaal over de liefde voor uitgeven. Alleen baart het gebrek aan een digitale strategie een beetje zorgen.

Klik hier om het besproken artikel te lezen

Hoe Jeff Bezos zijn krant aanstuurt

The Wall Street Journal heeft eens rondgevraagd hoe Jeff Bezos met zijn krant The Washington Post omgaat.

Één keer in de twee weken belt hij met alle bazen en een keer per jaar reizen de bazen naar Seattle voor een retraite met Bezos. Hij richt zich vooral op het verbeteren van de lezerservaring – “fix it” – en wil het bereik van The Washington Post nu laten groeien.

Dat lukt, sinds oktober heeft de Post een groter online bereik dan The New York Times. Maar, zeggen bronnen rondom hem, Bezos ziet dat bereik slechts als een middel om het grotere doel te bereiken: digitale abonnees.

“The narrative around the growth and the Post ’winning’ is great, but he knows the only number that really matters is the digital subscription number,” the person said.“

Klik hier om het besproken artikel te lezen