superman-christopher-reeve-4

Wat we van een nieuwe krant willen

Superman heeft zijn krant verlaten, net als vrijwel alle Nederlanders tussen de 20 en 35 jaar oud. Die lezen gemiddeld nog maar een kwartiertje per week een dagblad en de jongste krant van Nederland bedient een lezer met de gemiddelde leeftijd van 42 jaar. Kranten baden over vijf jaar in een bloedbad, omdat de papieren inkomsten steeds minder worden en er nooit serieus geïnvesteerd is in vernieuwing.

Jammer voor hen. Nog erger voor ons. Wat komt er voor in de plaats? Wat willen wij van journalisten? Hier een aanzetje. Gebaseerd op tientallen gesprekken met generatiegenoten (in leeftijd of geest). Vul ‘m aan. Doe ermee wat je wilt.

Minder

We willen geen papieren schuldgevoel op de deurmat. Geef ons zo min mogelijk. We willen geen krant die elke dag met frisse tegenzin een paar pagina’s bladvulling produceert. We hebben de krant niet meer nodig om verveling te bestrijden. Tijd doden lukt wel met de telefoon, daar hebben we geen dagblad voor nodig. We willen de bare essentials.

We willen een krant die zo gericht mogelijk haar taak vervult en zo min mogelijk van onze tijd vraagt. De nieuwe krant moet een dagelijkse fix voor ons worden, een medicijn tegen de oppervlakkigheid die ons in een door beeldvorming gedomineerde maatschappij tegemoet komt. We willen een shot dat we tot ons móéten nemen om de wereld te kunnen begrijpen.

Twijfel

Een goeie krant zaait twijfel en laat ons zien dat de wereld ongrijpbaar is. Als iets nog bij de redactie onbekend is, of als de redactie er qua analyse of moreel oordeel niet uitkomt, willen we dat weten. Een orakel bestaat niet, niemand weet hoe de wereld precies in elkaar steekt, en een krant die dat elke dag durft toe te geven, is een geloofwaardige en eerlijke gids. Share your learning curve, zoals Joris Luyendijk het in 2011 verwoordde:

Expliciet

We willen niet meer zelf uitvinden waarom we iets moet lezen. We moeten hele dag al beslissingen nemen. ‘Moet ik wel of niet op die Facebook-notificatie klikken? Start ik wel of niet Twitter op? Ga ik nu Angrybirds spelen of Dostojevski lezen? Moet ik wel of niet op dit whatsappje reageren? Pak ik nu.nl/achterklap met ontbijt al mee, of wacht ik tot de lunch?’ Subtiliteiten passen niet meer in dit medialandschap. Die verzuipen in de herrie. Van alle informatie moet de noodzaak direct duidelijk zijn. Daarom moeten alle schrijvers van de nieuwe krant de schroom die bij gedegen nieuwsverhalen schrijven hoort van zich afwerpen en ons direct en doelgericht informeren. ‘Dit is de moeite waard, want’, ‘Ik word hier kwaad om, want’, ‘Deze ontwikkelingen mag je niet missen, want’. We willen dat de journalist zijn missie en drijfveren altijd expliciet maakt, zodat we altijd weten waarom het stuk onze tijd, aandacht en geld waard is.

Open

De informatie die in de krant verschijnt, is vrij. Abonnees mogen stukken doorsturen. Niet-abonnees kunnen de stukken gratis op de site lezen. Informatie laat zich niet inperken, wil vrij zijn. Je kan niet tegen oerbehoeften vechten. Als wij iets bijzonders zien, willen we het delen. We laten ons niet hinderen door een muur, het ontbreken van een copy/paste-functie. Dan maken we wel een screenshot, of een foto van het scherm zelf, als het nodig is. Als we maar kunnen delen wat ons raakt. Een slimme krant vecht daar niet tegen, een slimme krant probeert het voor zich te laten werken.

Gemak

We willen best betalen voor gemak. Voor dagelijkse digitale bezorging in een mooie app. Na acht keer gratis een fantastisch stuk te hebben gelezen, willen we onderdeel uitmaken van de club waar die stukken vandaan komen. Lid worden. Abonnee. We willen verrast worden door onze krant. Door haar ledenvriendelijkheid. Als we een probleem hebben met de krant, wordt dat opgelost op een manier die onze verwachtingen overtreft. De krant geeft om ons. Neemt ons serieus. Ziet ons als haar bestaansrecht. Is nederig.

Bijdragen

We stellen allemaal ons leven in dienst van een expertise, een vaardigheid. Daar zijn we goed in, daar werken we elke dag aan om er beter in te worden. Dat kunnen we beter dan de generalistische redacteuren bij onze krant. Die weer verschrikkelijk goed in filteren, selecteren en verhalen vertellen zijn, maar nooit zo diep in de materie zit als wij, specialisten. Maar we willen die kennis best delen. We willen een bijdrage leveren aan het informeren van andere clubleden.

Dus als de krant een factcheckrubriek heeft, dan willen we uitgenodigd worden om te helpen. Dan verwachten we dat de krant een tool heeft gebouwd waar alle beweringen staan die op dat moment worden gecheckt. Wij kunnen daaronder bronnen aandragen die de journalist kan helpen bij het factchecken. We willen best vragen beantwoorden, onze kennis delen. Als je het ons serieus vraagt. En zolang je maar niet die verdomde rolodex pakt waarin een groepje mensen staat die van mediacommentaartjes leveren hun beroep hebben gemaakt. Neem ons serieus, mik op onze vakkennis, en we maken samen de mooiste krant op aarde.

Klassiek

Tegelijkertijd willen we ouderwetse ronkende journalistiek verhalen lezen. Hunter S Thompson-style. De eenzame woeste verslaggever tussen de rebellen in de Libische woestijn. De gewiekste journalist die in nachtclubs lobbyisten ondervraagt en zo aan haar achtergrondinformatie werkt. De dossiervreters. Die klassieke journalistieke verhalen zijn nog steeds nodig. Het ouderwetse vakwerk, gegoten in een bikkelhard stuk van 1.500 woorden. Dat is een vorm van verhalen vertellen die nog niet failliet is.

Context

Maar we vertrouwen er wel op dat de krant nu eindelijk eens het eeuwenoude model van standaard-nieuwsverhaaltjes-produceren weggooit en de grote uitdagingen die deze chaotische tijd oproept, aangaat. We verwachten dat de krant papier vergeet en het als een heilige missie ziet de digitale mogelijkheden ten volle te benutten. We weten dat de krant programmeurs en interactie-ontwerpers net zo belangrijk vindt als journalisten, omdat zij net zo hard nodig zijn om een verhaal te vertellen. We vertrouwen erop dat de krant haar uiterste best doet om het nieuws in een context te plaatsen. Dat ze niet elke keer voorkauwt wie Assad ook al weer was, en wie zijn grootste tegenstanders zijn, maar dat ze een nieuwe vertelvorm uitvindt waarin updates en nieuwe analyses in een groter verhaal smelten. Kijk eens naar de app Circa, die de eerste stappen in die richting neemt:

Vermaak

Er moet natuurlijk ook wat te lachen vallen. Geef ons The Daily Show. Fokke en Sukke. Gekke columnisten die met een paar hilarische observaties de pijnpunten van onze samenlevingen bloot leggen (zoals Marcel van Roosmalen over Facebook-marketeers). Geef ons intelligent vermaak. Absurdisme. Als antidote tegen de springende sterren. Toon zelfspot. Laat een zucht van relativeringsvermogen door de krant gaan.

Hoop

Maar we willen vooral een oplossingsgerichte krant. De wereld gaat naar de klote. Financiële idioten drukken waarde alleen in geld uit en vreten de aardbol kaal. Gigantische naties maken een welvaartssprong en doen ook opeens een beroep op brandstoffen en luxe. Er sterven verdomme nog steeds mensen van de honger terwijl aan de andere kant van de wereld verwende consumenten tassenvol sweatshopshit bij de Primark kopen. Wat kunnen we er aan doen? Hoe kunnen we het verschil maken, desnoods alleen in onze kleine sociale omgeving? We willen een krant waar de grootste denkers, wetenschappers en doeners van onze tijd oplossingen aanreiken. Ons een schop onder de kont geven en vertellen wat we anders moeten doen. Hoe we voor zwakkeren moeten opkomen. Die ons niet vertellen hoe we moeten stemmen als we een paar treurige euro’s hypotheekrente-aftrek willen behouden, maar de politici aanwijzen die over een wereld nadenken waar over dertig jaar nog steeds mensen rondlopen. We willen een politieke krant. Een krant die ons gidst. Die durft te zeggen waar het opstaat. We willen een krant die ons wakker schudt zoals Jonathan Safran Foer dat deed met Eating Animals, Stéphane Hessel met Indignez vous! en Tony Judt met Ill Fares The Land. We willen geen struisvogelkrant die een beetje miept over partijgeneuzel in Den Haag.

Durf

We willen een krant die dit allemaal negeert. Die denkt: flikker op, wij bedenken zelf wel wat we je voorschotelen. Die zich net als Henry Ford, Igor Stravinsky en Steve Jobs realiseren dat wij als publiek helemaal niet weten wat we willen. Dat we vragen om een sneller paard. Maar toon in ieder geval durf. Ga aan de slag. Stop met het slappe gelul over overheidssteun, oneerlijke concurrentie, vervlakking, of papier wel of niet doodgaat, wie de advertentiemarkt domineert – het zal ons allemaal een zorg zijn. BOUW. Doe. Schijt hebben acties maken*. Hoe lang wil je verdomme nog klagend toekijken hoe zich een revolutie voltrekt? Sluit je aan. Red de kwaliteitsjournalistiek. Verras ons.

NU.

Naschrift (mei 2014): Wat mijn aandeel in deze strijd is? Ik probeer als uitgever van De Correspondent veel van bovenstaande ideeën werkelijkheid te maken. Misschien dat jij ook al vecht voor de toekomst van kwaliteitsjournalistiek. Laat het vooral weten in de reacties en wat je nodig hebt.

24 thoughts on “Wat we van een nieuwe krant willen”

  1. Veel van de inhoudelijke punten klinken eigenlijk best wel als de Volkskrant sinds de restyling van september. Met het nieuwe opiniekatern en de heldere indeling en meer ruimte voor langere artikelen, ook doordeweeks, zijn ze goed op weg. Genoeg columnisten ook, en met Gummbah en De Speld wat mij betreft ook goed op weg qua humor.

    De website van de Volkskrant is daarentegen nog wat matig, vooruit, maar op papier is de krant wat mij betreft steeds beter in ‘jong’ maar ook ‘breed en diep’ zijn.

  2. Ernst-Jan.

    Een mooi betoog. Bomvol idealen, waarvan ik ze niet allemaal toejuich, maar voor het feit dat jij hiervoor vuur in jezelf kunt vinden verdien je mijn respect. Niet met alles eens, waaronder de gekozen ‘We-vorm’, maar dat is slechts een vormkwestie. Hoop dat je dit vuur vast blijft houden en dat Brainsley iets van zich in krijgt wat hier boven staat.

  3. +1. mag ik mede-hoofdrrdacteir zijn? oh en de volkskrant is nog steeds voor bejaarde kathieken hoor, niet door te komen

  4. Heb het even gescand.
    Ben het eens omdat Joris Luijendijk tweet dat hij het eens is.

    Maar ik vind Phauths hol ronkende columns/blogposts nog steeds het tegendeel van wat ik in een krant wil zien.

    Ben benieuwd naar Brainsley.

  5. Sommige twitteraars vragen zich af wie ‘we’ is. Ik heb die vorm gekozen omdat de wensen die ik in dit stuk uit voortkomen uit talloze gesprekken met generatiegenoten (in leeftijd en geest) en vakcollega’s. En om de reden die Piotr Czerski zo mooi aanhaalde in zijn stuk Wij, kinderen van het web:

    “Wij, de kinderen van het netwerk; wij, die zijn opgegroeid met het Internet en op het Internet, zijn een generatie die op een wat bijzondere manier aan de criteria voor die term voldoet. We hebben geen impuls vanuit de werkelijkheid meegekregen, maar meer een metamorfose van die werkelijkheid zelf. Wat ons verbindt is geen gezamenlijke, beperkte culturele context, maar het geloof dat we die context zelf kunnen definiëren en dat die een gevolg is van vrije keuze.

    Terwijl ik dit schrijf ben ik me ervan bewust dat ik het woord ‘wij’ misbruik, omdat onze ‘wij’ fluctuerend, afwijkend en vaag is, en volgens oude maatstaven: tijdelijk. Als ik ‘wij’ zeg, betekent dat ‘veel van ons’ of ‘sommigen van ons’. Als ik zeg ‘wij zijn’, betekent dat: ‘vaak zijn wij’. Ik zeg alleen maar ‘wij’ om het mogelijk te maken om over ons allemaal te spreken.”

    http://stijnmeurkens.nl/blog/2012/03/23/wij/

  6. Heel interessant en prikkelend. Er zijn zoveel vragen, problemen, oplossingen en antwoorden. Bestaat er in NL geen werkgroep die zich structureel met de toekomst van de journalistiek bezighoudt? De NVJ heeft een ‘sectie internet’, maar wat doet die precies? Het zou zo fijn zijn als we gezamenlijk onze kop uit het zand zouden trekken.

  7. Innovatiedrift is ver te zoeken bij veel journalistieke bedrijven. Als een vernieuwing niet direct geld oplevert, wordt men zenuwachtig. Maar investeren in innovatie doe je niet voor volgend jaar, dat doe je zodat je er over tien jaar nog sterk voorstaat. Er zijn bijvoorbeeld talloze pdf-tijdschriften en – kranten beschikbaar voor de iPad, maar waar zijn de hyperinteractieve uitprobeersels?

    Bovendien wordt er veel onderzoek gedaan naar ‘wat de nieuwsconsument wil’, maar die consument gaat altijd uit van middelen die al bestaan. Redacties zouden veel meer een soort labfunctie moeten krijgen en daadwerkelijk nieuwe journalistieke concepten moeten ontwikkelen en toetsen. En niet – bijvoorbeeld – steeds kortere nieuwsberichten posten, omdat jongeren dat hebben aangegeven in een onderzoek. ‘If I asked people what they wanted, they would have said faster horses.’ -Ford

  8. “We weten dat de krant programmeurs en interactie-ontwerpers net zo belangrijk vindt als journalisten, omdat zij net zo hard nodig zijn om een verhaal te vertellen”

    - dit is een essentieel punt in het online vertellen van kranten waarin nog te weinig is in geïnvesteerd. waarom zou een ux designer bij een krant gaan werken als hij minimaal het dubbele verdient buiten de journalistiek.

  9. We leven in de spannende tijden ernst, dat is een ding dat zeker is. Nog nooit in de historie zijn zoveel mensen bezig met content, in wat voor vorm dan ook. Het grote wachten is natuurlijk op spotgoedkoop oprolbaar digitaal papier. Een ipad waar je ook vliegen mee doodslaat zeg maar.

  10. Uit goeie journalistiek spreekt een gevoel. Biedt een kans dat je wereldbeeld er een beetje door verandert. Een ander gaat begrijpen ook al is hij of zij totaal anders dan jij.

    Er wordt geweldige journalistiek gemaakt in Nederland. Soms op papier, soms online. In beeld en geluid.

  11. Wow. Fantastisch stuk.

    Lees ook dit essay van Joost Ramaer over het doomsday scenario waar kranten zich mee geconfronteerd zien: http://managementscope.nl/magazine/artikel/665-joost-ramaer-hervorming-dagbladen

    Een van de belangrijkste vragen is in mijn ogen: wie worden de eigenaren van deze nieuwe krant? En het antwoord moet niet zijn: een investeringsmaatschappij die geen genoegen neemt met winstpercentages onder de twintig procent. ‘Wij’ moeten gezamenlijk eigenaren worden van de nieuwe krant, die niet draait om winst en dividend, maar om inhoud en bijdragen van betrokken lezers/eigenaren.

  12. Interessant stuk.

    Ik denk alleen wel dat er een groot verschil is tussen de jonge generatie potentiële lezers en de oudere generatie. De jongere generatie zal zich in dit stuk over het algemeen wel kunnen vinden. De oudere denk ik niet; uitzonderingen daargelaten.

    Lees de briefwisseling van Geert Mak en Peter Vandermeersch er maar eens op na in de Groene.

    Eerste brief: http://www.groene.nl/2012/43/haalt-nrc-handelsblad-2014

    Antwoord Vandermeersch: http://www.groene.nl/2012/43/haalt-nrc-handelsblad-2014

    Reactie Mak: http://www.groene.nl/commentaar/2012-10-29/geert-mak-antwoordt-peter-vandermeersch

    Volgens mij probeert Vandermeersch te zoeken naar ‘De Nieuwe Krant’; een nieuwe manier om de krant te kunnen laten voortbestaan, jongere generaties aan zich te bieden.
    Terwijl Geert Mak m.i. moppert over de vernieuwing, alles bij het oude wil halen en vindt dat ‘zijn krant’ zijn krant niet meer is.
    Wellicht is dat de spagaat waar hoofdredacties zich momenteel in bevinden? Ze willen zowel de oude als de nieuwe generaties blijven boeien en daardoor ontstaat er ruis, weten de lezers niet meer wat een krant eigenlijk is en waar de desbetreffende krant nog voor staat.

      1. Geert Mak is ook wetenschapper en idealist.

        Ook zijn hart moet sneller kloppen van bovenstaande teksten. Tenminste, dat verwacht ik. Maar ik zou graag een reactie lezen van hemzelf.

  13. Fijn manifest!
    Ik tracht journalistieke relevantie te bewerkstelligen door m’n blogonderwerpen op Twitter en Facebook te crowdsourcen. En de blogpostverzoekers toegang te geven tot het GoogleDoc waarin ik de conceptblogposts schrijf. (Blog vind je op storify.com/ankehans)

Comments are closed.