Schokkend: er worden ook nog zinnige dingen over curatie gezegd
Sommige curators (twitteraars die linken naar de pareltjes van het web) etaleren soms op ongenadige wijze hun arrogantie:
In the 16th century, the poet was artist-king. The 19th: the novelist. 20th: the film-maker. I wonder if in the 21st, it’ll be the curator.
— Joe Hill (@joe_hill) May 29, 2012
En daar worden andere twitteraars dan weer heel boos over. Zoals Choire Sicha: ,,More likely you’re a low-grade collector, not a curator.” Etcetera.
Gelukkig zijn er ook mensen die de behoefte voelen om waarde aan de discussie toe te voegen. Zonder emotie, zo rationeel mogelijk. Zoals de uitvinder van Longreads, de site die de beste lange stukken van het internet verzamelt. In een evenwichtige post bespreekt Mark Armstrong aan de hand van concrete voorbeelden de waarde van curatoren. En passent maakt hij ook nog onderscheid tussen de vrijblijvende curatoren en de mensen die het echt serieus nemen:
For many curators, their work is valuable because their followers trust them to make objective, worthwhile recommendations, and they do so consistently. They’re valuable because they offer a consistent, reliable service.
Consistency is the defining trait that seems to separate “professional” curation and linkblogging from the occasional “oh hey look at this.”
Vanmorgen leverde ik in de nrc.next ook een bijdrage, zij het in mijn moerstaal, aan de discussie. Ik pleitte voor een pauze tussen al dat gecureer om af en toe aan een groter project te werken. Iets waar je over een paar jaar met trots op terug kan kijken.
In dat licht wil ik deze inventarisatie besluiten met een citaat van Armstrong dat eigenlijk in mijn column had thuisgehoord:
But this brings us back to the straw man argument, which claimed that “curators” suddenly think they’re better than “creators.” This is flawed because it pretends that “curators” are always different people. The people I know who “curate” are also writers, editors, bloggers and publishers.
Zo, en nu weer mooie dingen maken.