1. door Ernst-Jan Pfauth
  2. 22 oktober 2012

Wat Arnon Grunberg met de Voetnoot wil bereiken

Een perspas maakt het leven makkelijker en daarom heb ik er ooit eentje aangevraagd bij de vakbond van journalisten. Een consequentie daarvan is dat ik het vakblad ontvang, waar deze week een close-up van Arnon Grunbergs gelaat op staat. Die dient ter aankondiging van een interview met de auteur. ‘Ik vind het lekker mezelf ondergeschikt te maken’, luidt de kop. Nadat de arme interviewer van de schok is bekomen dat een van onze grootste auteurs een secretaris heeft – ‘huh, Grunberg, de koningin heeft een secretaris…’, vraagt hij naar de dagelijkse column van Grunberg. De Voetnoot. Dat stukje tekst waar ik altijd een omweg langs de leestafel voor maak, om even te zien wat Grunberg nu weer aanpakt. De spannendste column van ‘t land, zowel qua vorm als qua observaties.

Als Grunberg het onderwerp heeft bedacht, doet hij een half uur tot een uur over zo’n Voetnoot, om er het volgende doel mee te bereiken:

“[I]k wil een stukje werkelijkheid laten zien dat niet in beeld is gebracht of naar mijn idee niet juist in beeld is gebracht. In die zin ben ik daar een bemiddelaar tussen de werkelijkheid en de lezer. Tegen de hysterie. Niet op sentiment gericht maar op analyse. [...] Ik anticipeer op wat ik denk dat de lezer niet weet. Ik ga niet schrijven over klimaatverandering. Want dat weet de Volkskrant-lezer wel. Ik schrijf vaak iets om de lezer zijn eigen eerste indruk te laten herzien: u kijkt er zo naar, maar u kunt er ook zo naar kijken. Als ik voor De Telegraaf zou schrijven, zou ik net iets andere onderwerpen kiezen en andere invalshoeken nemen, want bepaalde dingen hoef ik voor De Telegraaf niet te doen die wel nuttig zijn voor de Volkskrant.”

Dat is wat ik van een krant wil. Nieuws hoef ik niet meer. Dat is gratis. Ik wil dat de krant me aan het twijfelen brengt. Me op het verkeerde been zet. Me elke dag uitdaagt. Door de alles verstikkende beeldvorming durft heen te prikken. Dat lukt niet in het eeuwenoude format van het nieuwsverhaal, daar heb je nieuwe vormen als de Voetnoot voor nodig. In een tijdperk waar spindoctors en voorlichters de baas zijn, redden journalisten het niet met hun impliciete manier van schrijven en hun bescheiden opstelling. Ik hoop dat steeds meer journalisten die stijl aandurven. Dat ze hun autoriteit, kennis of unieke blik echt durven te laten gelden. En als het nodig is, onorthodoxe middelen aanwenden. De dag na de verkiezingen schreef Grunberg over een vriend die sekswerkers masseert. ,,Ja, ik vond het eigenlijk te vroeg om commentaar te leveren op die uitslag.”