Relatief maagdelijk. Zo zou ik mezelf moeten omschrijven. Alle twintigers trouwens. Heb ik uit het nieuwe boek van Bas Heijne gehaald. Hij citeert The New Yorker-recensent James Wood, die ooit een ontmoeting met zijn jongere zelf had. In de kantlijnen van de boeken die hij als twintiger las. Daar zag hij ‘spontane uitingen van bewondering die hij nu niet meer kan navoelen’.

Heijne vat het daarna even samen, ‘ze’ zijn twintigers. Wij dus. ,,Ze hebben nog niet genoeg literatuur gelezen om ervan geleerd te hebben hoe ze die lezen moeten.”

Gelukkig helpen essays als die van Heijne daarbij. Zo weet ik nu dat je literatuur kan zien als een uiting van morele betrokkenheid. In de moderne wereld, die niet gedomineerd wordt door sterke ideologieën – zoals het communisme of fascisme – maar door beeldvorming – hallo, information overload – is de literatuur daar om de lezer te confronteren met de werkelijkheid. Namelijk, dat de wereld niet valt onder te delen in verhalen, dat cliché’s en mythes er zijn om ontkracht te worden. Het verdovende en vermakelijk van de mediacultuur – de soma van deze tijd? – moet ruw door de literatuur doorbroken worden. Literatuur moet ons blikveld weer verruimen. We moeten, schrijft Heijne, ‘echt zien’.

Gisteren hadden Tim de Gier, Toine Donk en ik de eer om het nieuwe boek van Heijne te presenteren. Best wel opvallend, omdat wij met z’n drieën juist een podcast hebben die maar om een vraag draait: is het een goed boek of niet? En niet: in welke stroming moeten we dit plaatsen? Dat doen ze in de boekenbijlages van die twee kwaliteitskranten al. Dat juist wij drie, dwepende met dat ‘we niet zijn gehinderd door enige voorkennis’ Heijne’s nieuwe boek aan het publiek presenteerden, is dus best ironisch.

Drie maagdelijke lezers presenteren boek Bas Heijne. Foto @Alper

Dat ‘niet gehinderd door enige voorkennis’ klopt in ieder geval. Bij tientallen verwijzingen van Heijne naar klassieke werken als Madame Bovary, Don Quichot en Iskander had ik alleen maar mijn algemene ontwikkeling om op te varen. De boeken zelf heb ik nooit gelezen. En nu voel ik de honger om dat tóch te doen. Ik wil de literatuur nu beter begrijpen. Doorgronden. Onderzoeken hoe de literatuur vroeger de wereld beïnvloedde, en hoe deze dat nu kan doen. En Echt zien vormt daar een uitstekend startpunt voor.

Essay aan de linkerkant, stapel boeken aan de rechterkant, kaars aan, het regent toch buiten, en lezen maar. Literaturfest, ooit ongehinderd door enige voorkennis.