Die seksscènes dus. Rechttoe, rechtaan, zonder mooischrijverij. Feitelijk, bijna. Ik wist niet dat Philip Huff dat kon, want in zijn vorige boek Dagen van gras (2009) komt geen seks voor. Wel een belangrijke clou, die ik onbewust waarnam, maar – tot mijn grote schaamte – nooit uitsprak en waar ik in dit nieuwe boek door een mooie verwijzing van Huff (hint: televisie) nog fijntjes aan herinnerd wordt.
Ik las Niemand in de stad voor mijn literaire talkshow Literaturfest, waar we het op 5 maart in combinatie met Daan Heerma van Voss’ Zonder tijd te verliezen (ook 2012) bespreken. In deze blogpost ga ik mijn kruit dus niet verschieten, en wil ik vooral een dringende leesoproep doen.
Want ik vond het boek prachtig. Pijnlijk ook. Huff koppelt aan de stress van zijn hoofdpersoon Philip Hofman een fysieke pijn, en dat werkt. Het leed van Hofman zeurt, je wilt dat het stopt. Werk jezelf niet zo in de nesten!
Het boek gaat over corpsballen, over de moeilijke zo niet onmogelijke band die ze met hun vader hebben, en de vlucht naar hogere cultuur. Ondanks de puinhoop in het leven van Hofman betreurde ik stiekem dat ik nooit in een studentenhuis heb gewoond. Dat ik nooit een ontwikkelde huisgenoot heb gehad die ‘s avonds nog even kwam uitleggen welke levenswijsheid je uit het werk van T.S. Eliot kan halen.
Zulke vrienden vond ik pas bij Literaturfest, wat voor 25 procent uit corpsbal bestaat.
Kom het gebrek aan een literair dispuutlidmaatschap dus ook compenseren op 5 maart in De Rode Hoed. Dan praten we verder over die mooie meeslepende Huff en, wie weet, Eliot.
Ps. Huff was eerder op bezoek bij Literaturfest, toen praatten we over zijn grote inspiratiebron Nescio:
