David Vann verloor zijn vader en de ouders van zijn stiefmoeder aan zelfmoord en schreef daar een verhalenbundel over die het literaire establishment in 2008 lyrisch verwelkomde. Meerdere kranten riepen het uit tot boek van het jaar. Toen tikte hij, een jaar lang elke dag in dezelfde trui, zijn eerste roman. Caribou Island. Vann voert ons ‘naar plekken waar andere romans niet kunnen komen’, aldus The New York Times. Aanstaande vrijdag interviewen Toine Donk en ik hem namens Literaturfest.

Net als bij onze liveshows hebben we Vann gevraagd of we zijn favoriete boek mogen bespreken. Hij koos voor Blood Meridian (1985) van Cormac McCarthy (bekend van The Road en No Country For Old Men), dat, volgens onder andere Joost de Vries, een van de meest duistere karakters ooit bevat. Judge Holden, een moordende intellectueel die opereert in het zuidelijk grensgebied van de Verenigde Staten. Met frisse tegenzin ga ik daar nu aan beginnen, wetende dat ik al lezende op een cactus stuit waar babylijkjes in hangen.

Vanns eigen boek heb ik net uit. Daar ben ik nog verdrietig van. Hij beschrijft bijna 300 pagina’s lang de levens van mensen die nooit doortastend genoeg waren om geluk te vinden. Ze doen nog een laatste poging – het bouwen van een blokhut, een huwelijk -, maar die acties leiden alleen maar af van de échte keuzes die ze moeten durven uitspreken, en durven maken. Als het misgaat, durft niemand in te grijpen. Vanaf de eerste bladzijde vreesde ik een verschrikkelijke afloop.

Toine schreef er eerder al over, voor de blog van nrc.next: ‘Een voortreffelijk betoog van geluk‘. Ondertussen lezen wij Blood Meridian, en een stuk uit The Guardian wat Vann al eerder over McCarthy’s boek schreef.

PS. De paperbackcover van Caribou Island is heel mooi, het goud komt een beetje naar boven en schittert in de zon:

PPS. David Vanns site is mooi van lelijkheid