Category Archives: Netwerkrevolutie

De voorhoede van onze generatie laveert handig door de ingewikkelde samenleving. We weten hoe social media werken, hoe we kunnen netwerken. Hebben idealen. Helaas blijven we vaak steken op het niveau van een facebookgroep. Zelden organiseren we ons in het ‘echte’ leven. In deze categorie documenteer ik de uitzonderingen en link ik naar inspirerend materiaal.

536bab4fe96af5441143656

Hoe leef je publiekelijk mee met de ontvoerde Nigeriaanse meisjes?

Begin april werden 276 Nigeriaanse meisjes ontvoerd door een terroristische organisatie. Lang bleef het stil, tot op 30 april bekend werd dat de meisjes als seksslaven werden verkocht. Toen groeide de bijbehorende hashtag BringBackOurGirls uit tot een hype van wereldformaat. Maar zijn de meisjes daar wel bij gebaat?

Lees mijn column hierover op De Correspondent: #BringBackOurGirls: hoe betuig je medeleven met ontvoerde Nigeriaanse meisjes?

voomly

Verbeter de wereld, begin een bedrijf

Ik hoor boos te zijn op vijftigplussers, lees ik in de kranten. Afbetaalde huizen, betere pensioenen, de macht in de vakbond, minder generatiegenoten onder de armoedegrens; ouderen hebben het goed voor elkaar. En wij, arme twintigers en dertigers, moeten het midden in de financiële rotzooi die ze achterlieten maar zien te rooien. Als ik die constateringen lees, denk ik: verdomd ja, daar zouden we wat aan moeten doen. Studenten worden overal gekort, terwijl die vijftigplussers mekkeren over een jaartje langer werken.

Wat nu? Handen uit de mouwen, en dan? De politiek in? Actief lid worden van een vakbond?

Sommige van mijn leeftijdsgenoten doen dat, maar ik knap op vrijwel alle politieke initiatieven uit mijn generatie af. Dat komt door die verschrikkelijke strebertjes die zich in die wereld begeven. De carrièrepolitici, die kwijlend wakker liggen van de gedachte dat ze ooit een keer ‘mevrouw de voorzitter’ mogen zeggen. Ik kan bijna nooit geloven dat die debattijgers, met hun zucht naar metapolitiek, zich echt laten leiden door het landsbelang.

Tegelijkertijd moet je ze wel nageven dat ze zich voor iets inzetten wat je uiteindelijk niet onder ‘de streep’ terugziet. Ze laten zich niet leiden door financiële winst, maar willen ‘iets’ met het land. Een eigenschap die de meesten van ons niet hebben. Als onze smartphone het doet en de tap openstaat, zijn we gelukkig. ‘Het enige dat deze jongeren bindt, is dat ze nergens aan verbonden zijn’, las ik in nrc.next, en ‘onder 40-minners bevinden zich verreweg de meeste niet-stemmers’. ‘Splendid isolation’, heet dat.

Zo zijn we nu eenmaal. Daar kunnen we ons tegen verzetten en net zoals onze ouders clubjes oprichten. Maar we kunnen het ook als onze kracht aanwenden.

Ondernemen is tegenwoordig makkelijker dan ooit. Services als Moneybird, AirBnB, Gidsy, Paypal en Etsy hebben alle verkoop- en administratieprocessen geautomatiseerd. Je hoeft alleen nog maar iets aan te bieden om te beginnen met geld verdienen.

Om me heen zie ik dat veel generatiegenoten hun idealen combineren met ondernemerschap. Als ze tegen voedselverspilling zijn, maken ze biologische worsten van slachtresten. Willen ze een modebranche die mens en natuur niet uitbuit, dan verkopen ze hun eigen schone kleding. Meer aandacht voor de wetenschap? Dan filmen ze hoorcolleges en verspreiden ze die over het web. Hebben buurtgenoten te weinig contact? Dan beginnen ze een café. Als ze iets in de wereld niet vinden kloppen, klagen ze daar niet over, dan proberen ze het op te lossen.

Ze maken zich niet druk om hun pensioen, want wie garandeert er überhaupt dat er over veertig jaar nog zo’n stelsel bestaat? Lak aan het huidige financiële systeem lijkt me gezien haar trackrecord geen onverstandige houding. Geen lening van de bank? Dan crowdfunden.

Dat is ook ‘splendid isolation’. Die generatiegenoten leggen hun problemen niet bij een hogere instantie neer – ‘lossen jullie het effe op?’ – maar gaan er zelf mee aan de slag. Met winstoogmerk, zodat hun consumenten stemmen met hun portemonnee.

Die paar worsten, kledingstukken en cafés zijn nog druppels op een gloeiende plaat. Ze hebben nog geen structuur, vallen nog in het niet bij miljoenenorganisaties. Ze zijn makkelijk belachelijk te maken. Naar beneden te halen. ‘Ga je daarmee de wereld veranderen?’

Inderdaad, met ondernemerschap alleen kan je de wereld niet veranderen, want voor veel problemen bestaat geen commerciële oplossing. Maar de houding van deze jonge ondernemers, die kan een blauwdruk zijn voor politieke verandering. Die duizenden generatiegenoten steken nu al honderd procent van hun tijd en talent in het creëren van oplossingen. Alleen maar praten over hoe het beter zou kunnen, vinden zij vrijblijvend.

Elke generatie heeft leiders nodig die het opnemen voor de zwakkeren en impopulaire beslissingen durven te nemen. Ik denk dat die toekomstige leiders zich onder de nieuwe ondernemers bevinden. Hun bedrijven vormen een betere leerschool voor de politiek dan decennialang in tl-verlichte zalen vrijblijvend over integratie debatteren. Zij leren tijdens hun loopbaan problemen op te lossen. Zij zijn de bestuurlijke elite van de toekomst. En ondertussen kloppen ze met hun biologische worsten, kleding en meubels geld uit de zakken van rijke vijftigers. Zien we toch nog wat van die bejaardenrijkdom terug.

Dit artikel verscheen vandaag als opiniestuk in nrc.next en als column in NRC Handelsblad.

netwerkkinderen

‘Wij, kinderen van het netwerk’

Hier zit meer in een dan een korte verwijzing, dat weet ik zeker, maar om je alvast op de hoogte te stellen: lees het manifest van Piotr Czerski. Hij publiceerde in een Poolse krant ‘“My, dzieci sieci”, ‘Wij, kinderen van het netwerk”. Czerski legt aan de rest van de wereld uit hoe het internet voor de nieuwe generaties een constante is, een omnipotent netwerk, en dat netwerkkinderen niet ‘surfen’ maar dat ze altijd online zijn. En belangrijker: wat dat netwerk met ons en onze waarden doet. Programmeur Stijn Meurkens zorgde voor een nette Nederlandse vertaling en daar citeer ik graag het volgende uit:

Als we onze bildungsroman aan je moesten voorlezen, zouden we kunnen zeggen dat er een internetaspect was aan elke ervaring die ons gevormd heeft. We hebben vrienden en vijanden gemaakt online, we hebben onze proefwerken voorbereid online, we hebben feesten en studiesessies gepland online, we zijn online verliefd geworden en hebben het online ook weer uitgemaakt. Het Web is voor ons geen technologie die we moesten leren of die we in de vingers hebben moeten krijgen. Het Web is een proces dat continu plaatsvindt en dat continu, voor onze ogen, verandert; met ons en door ons.

Vervolgens pleit Czerski voor een transparante democratie, waar niet vanuit de hiërarchie, maar vanuit het netwerk gedacht wordt. Hij tackelt ook vooroordelen. Zo merkt hij terecht op dat voor sommigen illegaal downloaden voorkomt uit frustratie met de verouderde distributiemodellen, niet uit gierigheid.

Maar de Pool heeft het overduidelijk wel over een webelite, getuige constateringen als deze:

Wij zijn het gewend om met iedereen een dialoog aan te kunnen gaan, ook een professor of een popster, en we hebben geen kwalificaties nodig die gerelateerd zijn aan sociale status. Het succes van de interactie hangt er alleen maar van af of de inhoud van onze boodschap als interessant en een antwoord waard wordt beoordeeld. En als we, dankzij samenwerking, voortdurende onenigheid of het verdedigen van onze argumenten, vinden dat onze meningen over een aantal zaken simpelweg beter zijn, waarom zouden we dan geen serieuze dialoog met de overheid mogen verwachten?

De meeste webkinderen beginnen gewoon te gillen als ze een popster zien. De meeste webkinderen interesseert zich helemaal niet voor de overheid, die maken zich meer zorgen om hoeveel views hun YouTube-kanaal heeft.

Maar voor ik in de cynische val trap: het positieve mensbeeld en het optimisme uit dit manifest, werkt verfrissend. Zoals Stijn Meurkens op Twitter terecht opmerkt: hier is media-aandacht voor nodig. Om uiteindelijk tot een goede discussie te komen. Wie zijn die kinderen van het web? En hoe kunnen ze die nieuwe waarden in de maatschappij verweven?

Hier is het laatste woord nog niet over geschreven.

Twee Britten halen 140.000 dollar op voor een journalistieke droom

Als je met een geile en oplossingsgerichte viral op een collectieve wensgedachte inspeelt, ligt de wereld aan je voeten. Pak een gedeeld verlangen en leg duidelijk uit hoe we dat met z’n allen gaan verwezenlijken en iedereen valt als een blok voor je. Kijk naar Kony2012. Wensgedachte: ik wil vanachter mijn computer iets voor de rest van de wereld betekenen. Verwezenlijking: laten we met een like-knop een Oegandese warlord ten val brengen. Andere wensgedachte: ging journalistiek meer weer de diepte in en was het hijgerige van ‘de media’ maar verleden tijd. Twee Britse journalisten vertelden eind februari in een sexy filmpje hoe we met z’n allen die droom waar kunnen maken. In dertig dagen ontvingen ze van 2566 donateurs 140.000 dollar. Continue reading

De grand finale van het nieuwe actievoeren: kony2012

In 2003 zag de Amerikaanse filmmaker Jason Russell op het Oegandese platteland honderden kinderen in het donker naar de grote stad lopen. Dat deden die kinderen al jaren, want ze durfden niet in hun dorp te slapen. Daar zou Joseph Kony wel eens langs kunnen komen, de rebellenleider die kinderen ontvoert en ze daarna tot soldaten maakt.

„Als dit één nacht in Amerika zou gebeuren, zou het op de cover van Newsweek staan”, zegt Russell op beelden die toen geschoten zijn. Hij was van plan een documentaire over Darfur te maken met twee studievrienden, maar toen namen de jongens zich voor de aandacht van de westerse wereld te richten op de gruweldaden van Kony. Met succes. Sinds 2004 voeren zij onder de noemer Invisible Children een ‘oorlog voor vrede’ en hun laatste project, de internetvideo Kony 2012, is een hit die zijn weerga niet kent. Doordat beroemdheden als Justin Bieber, Rihanna en Oprah Winfrey over de video twitterden, zijn sinds 5 maart hashtags als #stopkony continu trending topic op Twitter en bekeken 78 miljoen mensen de dertig minuten durende film. Continue reading

Bierdouche tegen gebral binnen no-time Hollandse folklore

‘Dat is gek, het weekend is net begonnen, maar jullie zijn het alweer aan het nabespreken.’ Was getekend, Roosbeef. De zangeres trad op vrijdagavond 17 februari, haar verjaardag, in Paradiso op. Stilte tijdens de intieme momenten van haar set was wellicht een mooi cadeau geweest, maar helaas, het was haar en het grootste gedeelte van het publiek niet gegund. Op het moment dat Roosbeef zich het meest kwetsbaar opstelde, stonden er dertig man te brallen alsof hun leven ervan afhing.

Elke concertganger herkent bovenstaand verhaal: wie heeft zich niet geërgerd aan mensen die hun eigen gebabbel belangrijker vinden dan wat de kunstenaar op het podium doet? Continue reading

Door Facebook en Twitter nemen we minder risico

Your losses are more visible than ever. Ubiquitous connectivity plus social media equals high virality. In other words, news now travels fast. So when your early-stage venture fails, your friends are going to know about it.

Why does this matter? It’s generally accepted that most people are risk-averse (PDF) — they’ll take the sure thing over a potentially higher, but uncertain, payoff. In the age of high virality, your personal and professional losses are amplified and more visible than ever before, effectively increasing the downside of quitting your known but undesired path. This means that most people, already extremely cautious, are finding it more difficult than ever to jump ship.

Interessante theorie, gevonden via @timdegier op de Harvard Business Review, over hoe we minder risico zouden durven te nemen – bijvoorbeeld het beginnen van een blog – omdat IEDEREEN van het eventuele falen kan meegenieten op Facebook en Twitter. Continue reading

Haters mogen niet meer haten

De kleding zal me een zorg zijn, maar de good old advertenties van Benetton zijn terug. Na hun aanklachten tegen racisme en aids mikken ze nu op haten. Er zijn posters met zoenende wereldleiders die in het diplomatieke verkeer niet zo aardig voor elkaar zijn en een zwoele clip waar de liefde, of het onthaten, gepropagandeerd wordt. Gek genoeg kan ik deze advertenties wel hebben, terwijl bij de trek-onze-spijkerbroek-aan-en-start-een-revolutie-reclame van Levi’s m’n haren rechtop gaan staan. Misschien omdat Bennetton haar boodschap niet zo expliciet linkt aan de kleding die ze produceert. Zo kan je het merk ook gewoon als een lieve non-profit zien die verdomd sterke campagnes maakt. Bovendien, de gedachte dat Obama deze posters in de Westwing te zien krijgt, is onbetaalbaar. Continue reading

Hoe hipsters en Occupy’ers de wereld willen veranderen

Generatiestukken zijn vaak zo…, generaliserend. Toch ga ik er nu eentje aanhalen, omdat ik het beeld dat geschetst wordt ook terugzie in mijn omgeving. William Deresiewicz, universitair docent Engels op Yale en literatuurcriticus, beschreef in The New York Times van afgelopen zondag hoe de meest recente subcultuur van de jeugd zich verhoudt tegenover de hippies, punkers etc. De drijfveren van oude subculturen zijn makkelijk aan te wijzen, in het geval van de twee voorbeelden ‘liefde’ en ‘anarchie’. Maar wat bindt de leden van de huidige subcultuur, de hipsters?

Continue reading

Wall Street Protestors Rally Against Police Brutality

Later als ik een oude opa ben

Als Jelle Brandt Corstius later een oude opa is, wil hij tenminste kunnen zeggen dat hij íets tegen de rare financiële wereld van de jaren nul en tien gedaan heeft. Al was het maar het vertonen van een film op het Beursplein, tijdens Occupy Beursplein, een spin-off van het massale Occupy Wall Street. Gisteren vertelde Brandt Corstius over zijn voornemen bij De Wereld Draait Door: Continue reading