Generatiestukken zijn vaak zo…, generaliserend. Toch ga ik er nu eentje aanhalen, omdat ik het beeld dat geschetst wordt ook terugzie in mijn omgeving. William Deresiewicz, universitair docent Engels op Yale en literatuurcriticus, beschreef in The New York Times van afgelopen zondag hoe de meest recente subcultuur van de jeugd zich verhoudt tegenover de hippies, punkers etc. De drijfveren van oude subculturen zijn makkelijk aan te wijzen, in het geval van de twee voorbeelden ‘liefde’ en ‘anarchie’. Maar wat bindt de leden van de huidige subcultuur, de hipsters?
Deresiewicz woont in een soort Brooklyn qua hipstergehalte: Portland. Hij vindt heel veel van zijn buurtgenoten bijzonder voorkomend en gelikt. Ze schelden je niet uit, zoals de punkers, en strooien ook niet met bloemen. Ze zijn vooral, gewoon, vriendelijk. Na lang peinzen, want dat doen essayisten, wist Deresiewicz wat die hipsters bond: verkopen!
The millennial affect is the affect of the salesman. Consider the other side of the equation, the Millennials’ characteristic social form. Here’s what I see around me, in the city and the culture: food carts, 20-somethings selling wallets made from recycled plastic bags, boutique pickle companies, techie start-ups, Kickstarter, urban-farming supply stores and bottled water that wants to save the planet.
Today’s ideal social form is not the commune or the movement or even the individual creator as such; it’s the small business. Every artistic or moral aspiration — music, food, good works, what have you — is expressed in those terms.
Call it Generation Sell.
Hipsters vinden non-profits cool, maar sluiten zich er niet bij aan. Ze beginnen er liever zelf eentje, met winstoogmerk. En dat vriendelijke gedrag is opeens ook te verklaren: wie niemand tegen het hoofd stoot, verkoopt meer. Vermijd negativiteit, want het jaagt klanten weg.
En inderdaad, als ik hier in Amsterdam om me heen kijk, zie ik Strawberry Earth een groene variant op Groupon beginnen, Jiri Brandt en Samuel Levie – voorvechters van goed eten – eigen worst verkopen en heeft mijn vriendin een ecologisch en fairtrade modemerk opgericht dat inmiddels in negen landen verkoopt.
Zijn het idealisten vanuit opportunisme? Nee, ze hebben wel degelijk een motief. Allemaal willen ze de wereld verbeteren en allemaal doen ze dat door iets te verkopen. Je kan wel roepen, maar een materiële uiting van je gedachtengoed verkopen is krachtiger. Waar het geld is, ligt de macht. Roepen met een bord in je hand is zinloos, want er wordt toch niet naar je geluisterd.
Rond verhaal, toch? Bijna, want tegelijkertijd protesteren jongeren wereldwijd tegen het systeem. Zij doen wat ze in de sixties ook deden: bezetten, aandacht vragen, roepen om verandering. Dat doet in niets denken aan een generatie gladde verkopers. En misschien roepen die Occupy’ers en indignados daarom zoveel weerstand op. Ze hebben geen agenda en geen plan.
Dat was ook hoe meester-commentator Matt Taibbi over de Occupy-beweging dacht. In een schitterend stuk voor The Rolling Stone uit hij zijn ongenoegen over het gebrek aan agenda en dat de financiële topmannen zich toch niks aantrekken van ‘langharig ongewassen tuig’.
Maar Taibbi is van gedachten veranderd:
But now, I get it. People want to go someplace for at least five minutes where no one is trying to bleed you or sell you something. It may not be a real model for anything, but it’s at least a place where people are free to dream of some other way for human beings to get along, beyond auctioned “democracy,” tyrannical commerce and the bottom line. We’re a nation that was built on a thousand different utopian ideas, from the Shakers to the Mormons to New Harmony, Indiana. It was possible, once, for communities to experiment with everything from free love to an end to private property. But nowadays even the palest federalism is swiftly crushed. If your state tries to place tariffs on companies doing business with some notorious human-rights-violator state – like Massachusetts did, when it sought to bar state contracts to firms doing business with Myanmar – the decision will be overturned by some distant global bureaucracy like the WTO. Even if 40 million Californians vote tomorrow to allow themselves to smoke a joint, the federal government will never permit it. And the economy is run almost entirely by an unaccountable oligarchy in Lower Manhattan that absolutely will not sanction any innovations in banking or debt forgiveness or anything else that might lessen its predatory influence.
De demonstranten zijn het zat dat je altijd alert moet zijn of je niet door een bank genaaid wordt. Een wereld waar het alleen maar draait om geld verdienen, en niet om waarde creëren:
We see 10 million commercials a day, and every day is the same life-killing chase for money, money and more money; the only thing that changes from minute to minute is that every tick of the clock brings with it another space-age vendor dreaming up some new way to try to sell you something or reach into your pocket.
En daar vinden de hipsters en Occupy’ers elkaar. Ze willen allebei het systeem van de geldwolven onderuit halen. Ze willen een samenleving die draait om waarde, en niet om geld. Daarom creëren de hipsters hun eigen producten en beginnen ze in Brooklyn, Neuköln en de rafelranden van het Amsterdamse centrum hun minimaatschappijen. Waar je échte, duurzame, en originele producten kan krijgen. Waar de hipsters het systeem van binnenuit veranderen, duwen de Occupy’ers er tegen aan. Zij blijven roepen vanuit hún minimaatschappijen, de tentenkampen, om Grote Veranderingen. Ze bouwen een tegenbeweging op zoals dat nog nooit gedaan is. Of je nu hipster of Occupy’er bent, drop out, en neem het heft in eigen handen.
