1. door Ernst-Jan Pfauth
  2. 22 februari 2013

Verbeter de wereld, begin een bedrijf

Ik hoor boos te zijn op vijftigplussers, lees ik in de kranten. Afbetaalde huizen, betere pensioenen, de macht in de vakbond, minder generatiegenoten onder de armoedegrens; ouderen hebben het goed voor elkaar. En wij, arme twintigers en dertigers, moeten het midden in de financiële rotzooi die ze achterlieten maar zien te rooien. Als ik die constateringen lees, denk ik: verdomd ja, daar zouden we wat aan moeten doen. Studenten worden overal gekort, terwijl die vijftigplussers mekkeren over een jaartje langer werken.

Wat nu? Handen uit de mouwen, en dan? De politiek in? Actief lid worden van een vakbond?

Sommige van mijn leeftijdsgenoten doen dat, maar ik knap op vrijwel alle politieke initiatieven uit mijn generatie af. Dat komt door die verschrikkelijke strebertjes die zich in die wereld begeven. De carrièrepolitici, die kwijlend wakker liggen van de gedachte dat ze ooit een keer ‘mevrouw de voorzitter’ mogen zeggen. Ik kan bijna nooit geloven dat die debattijgers, met hun zucht naar metapolitiek, zich echt laten leiden door het landsbelang.

Tegelijkertijd moet je ze wel nageven dat ze zich voor iets inzetten wat je uiteindelijk niet onder ‘de streep’ terugziet. Ze laten zich niet leiden door financiële winst, maar willen ‘iets’ met het land. Een eigenschap die de meesten van ons niet hebben. Als onze smartphone het doet en de tap openstaat, zijn we gelukkig. ‘Het enige dat deze jongeren bindt, is dat ze nergens aan verbonden zijn’, las ik in nrc.next, en ‘onder 40-minners bevinden zich verreweg de meeste niet-stemmers’. ‘Splendid isolation’, heet dat.

Zo zijn we nu eenmaal. Daar kunnen we ons tegen verzetten en net zoals onze ouders clubjes oprichten. Maar we kunnen het ook als onze kracht aanwenden.

Ondernemen is tegenwoordig makkelijker dan ooit. Services als Moneybird, AirBnB, Gidsy, Paypal en Etsy hebben alle verkoop- en administratieprocessen geautomatiseerd. Je hoeft alleen nog maar iets aan te bieden om te beginnen met geld verdienen.

Om me heen zie ik dat veel generatiegenoten hun idealen combineren met ondernemerschap. Als ze tegen voedselverspilling zijn, maken ze biologische worsten van slachtresten. Willen ze een modebranche die mens en natuur niet uitbuit, dan verkopen ze hun eigen schone kleding. Meer aandacht voor de wetenschap? Dan filmen ze hoorcolleges en verspreiden ze die over het web. Hebben buurtgenoten te weinig contact? Dan beginnen ze een café. Als ze iets in de wereld niet vinden kloppen, klagen ze daar niet over, dan proberen ze het op te lossen.

Ze maken zich niet druk om hun pensioen, want wie garandeert er überhaupt dat er over veertig jaar nog zo’n stelsel bestaat? Lak aan het huidige financiële systeem lijkt me gezien haar trackrecord geen onverstandige houding. Geen lening van de bank? Dan crowdfunden.

Dat is ook ‘splendid isolation’. Die generatiegenoten leggen hun problemen niet bij een hogere instantie neer – ‘lossen jullie het effe op?’ – maar gaan er zelf mee aan de slag. Met winstoogmerk, zodat hun consumenten stemmen met hun portemonnee.

Die paar worsten, kledingstukken en cafés zijn nog druppels op een gloeiende plaat. Ze hebben nog geen structuur, vallen nog in het niet bij miljoenenorganisaties. Ze zijn makkelijk belachelijk te maken. Naar beneden te halen. ‘Ga je daarmee de wereld veranderen?’

Inderdaad, met ondernemerschap alleen kan je de wereld niet veranderen, want voor veel problemen bestaat geen commerciële oplossing. Maar de houding van deze jonge ondernemers, die kan een blauwdruk zijn voor politieke verandering. Die duizenden generatiegenoten steken nu al honderd procent van hun tijd en talent in het creëren van oplossingen. Alleen maar praten over hoe het beter zou kunnen, vinden zij vrijblijvend.

Elke generatie heeft leiders nodig die het opnemen voor de zwakkeren en impopulaire beslissingen durven te nemen. Ik denk dat die toekomstige leiders zich onder de nieuwe ondernemers bevinden. Hun bedrijven vormen een betere leerschool voor de politiek dan decennialang in tl-verlichte zalen vrijblijvend over integratie debatteren. Zij leren tijdens hun loopbaan problemen op te lossen. Zij zijn de bestuurlijke elite van de toekomst. En ondertussen kloppen ze met hun biologische worsten, kleding en meubels geld uit de zakken van rijke vijftigers. Zien we toch nog wat van die bejaardenrijkdom terug.

Dit artikel verscheen vandaag als opiniestuk in nrc.next en als column in NRC Handelsblad.