Het probleem van onze besloten publieke omroep

In het kader van het debat rond de nieuwe Mediawet, inventariseert de uitstekende mediaredactie van het NRC hoeveel de NPO kost. Als in: hier gaan uw belastingcenten en ledengelden heen.

Alleen staat er niet in het stuk dat je soms extra moet betalen voor programma’s van de NPO. Als je programma’s waar je al voor betaald hebt (met belasting) wilt terugzien bij NLZiet, moet je daar voor betalen.

Screenshot 2016-02-06 12.06.06

Financieel onrecht, maar wat nog erger is, is de houding van de NPO die erachter schuilt: namelijk dat zij het niet vanzelfsprekend vindt haar programma’s bij zoveel mogelijk Nederlanders te krijgen. Want de NPO legt omroepen allemaal beperkende regels op voor het delen van haar programma’s. Sommige makers horen: ‘Wil je iets op YouTube plaatsen? Max vijf minuten!’

Ik droom van een NPO die haar programma’s op zoveel mogelijk platforms laat leven. Op YouTube, op nieuwssites, op sites van haar programma’s, in Netflix, ge-embed op sites van hobbyisten, via Snapchat (hoi jongeren), you name it.

‘Maar dan spekken we Amerikaanse internetbedrijven met onze content’, hoor je dan vaak. Ja, ongetwijfeld. Maar je kan het ook zo zien: deze bedrijven hebben ervoor gezorgd dat je diverse doelgroepen beter dan ooit kunt bereiken. Maak daar dan ook gebruik van. Daar is je hele bestaansrecht op gebaseerd.

Einde rant.

Waarom platforms niet aan redactionele selectie ontkomen: de zaak van de ongure slotenmakers

Facebook, Twitter en andere platforms willen steeds journalistieker worden, zodat ze gebruikers langer met hun content kunnen boeien, en zo meer aan ze verdienen. Kijk naar Facebook live video, Twitter Moments en Snapchat Discovery.

Los van commerciële doelen, is een vorm van redactie voeren soms pure noodzaak. Dat laat dit confronterende stuk van The New York Times zien, over bedrijfjes die zich in Google-advertenties voordoen als slotenmakers. In werkelijkheid spelen ze opdrachten door naar ongure onderaannemers, die de buitengesloten klanten grof oplichten.

Google blokkeerde in 2015 49 procent meer slechte advertenties dan in 2014. De meeste daarvan zijn vrij makkelijk te herkennen als frauduleus. Maar om de slotenmakers te ontmaskeren, zijn journalistieke vaardigheden nodig.

25 moderne media-ondernemers delen hun ervaringen

Twee weken geleden linkte ik naar een heel goed essay van Rafat Ali. Deze media-ondernemer omschreef hoe hij altijd op zoek was naar méér bezoek op zijn site. Tot hij zich op een dag realiseerde dat meer bezoek niet per se meer inkomsten betekent. Sindsdien negeert Ali de pageviews en richt hij zich alleen nog op directe inkomstenbronnen.

Deze week stelt Ali ons op zijn blog voor aan 24 andere media-ondernemers die niet meer geloven in het viral web en haar vage miljoenenbeloften, maar die zich liever richten op duurzame groei. Klik vooral eens door de sites heen om te zien wat voor nieuwe interessante nichesites er zijn en hoe ze geld proberen te verdienen. Zeer inspirerend.

Mark Zuckerberg vertelt hoe hij nieuwe markten verovert

In dit stuk legt Mark Zuckerberg aan zijn aandeelhouders uit waarom ze bij Facebook niet aan geld denken als ze een nieuwe markt (mobile, messaging of video) willen veroveren. Liever maken ze eerst een heel goed product waar gebruikers blij mee zijn, later bedenken ze dan wel hoe er centen mee te verdienen valt.

‘Mission trumps money’

Regulier televisiekijken neemt nu ook in Nederland sterk af

Piet Bakker publiceert ter ere van het NOS-jubileum cijfers die laten zien dat jonge mensen veel minder traditioneel televisiekijken. Voor iedereen die zelf jong is of met jonge mensen woont is dat natuurlijk geen verrassing. Want waarom zou je nog tijd verspillen aan het wachten op een programma of het kijken van reclame, als je de beste programma’s en video’s gewoon kunt kijken wanneer je wilt?

Voor de NOS lijkt me deze ontwikkeling niet zo’n probleem. Gewoon ervoor zorgen dat je items op alle platforms (terug) te zien zijn.

Zelfs Uber wordt nu een nieuwsplatform

Ondertussen dient Uber zich ook als mediaplatform aan. Op achterbanken wereldwijd zitten reizigers zich natuurlijk te vervelen, en Uber weet óók nog eens precies hoe lang die verveling duurt.

Dus misschien wil je in dat ritje van een kwartier een interessante longread lezen? Of kijk je liever een video?

Publicaties kunnen via de Uber API dit soort ‘Trip Experiences’ gaan aanbieden. What’s in it for Uber? Simpel, de hele Uber-beleving wordt er een stuk beter van – waardoor je minder snel overstapt naar een andere taxiservice. En hoe meer bedrijven Uber in hun bedrijfsvoering integreren, hoe belangrijker de rol van Uber.

Wat kunnen uitgevers met de populaire messaging apps?

Messenger apps zoals Facebook Messenger en Whatsapp hebben bij elkaar meer maandelijkse gebruikers dan hun moedernetwerken. In China kun je met de messenger app WeChat al van alles regelen, zoals het boeken van een taxi of vlucht, of iets afrekenen in een winkel. In de westerse wereld moeten we volgens Zuckerberg en co ook naar dat scenario. En dat betekent automatisch dat wij mediamakers daar ook mee aan de bak moeten. Of niet?

Messenger apps zijn populair

Lees allereerst dit overzichtsartikel om te begrijpen hoe de toekomst van Messenger apps eruit ziet (en hoe groot de markt al is).

Als messaging apps dé toegangspoort tot allerlei nieuwe services worden (en bijvoorbeeld de browser minder belangrijker wordt), wil je daar als publicatie natuurlijk tussenzitten. De eerste experimenten lopen al, zo kun je als voetbalfan direct in Facebook Messenger transfernieuws ontvangen van de Duitse krant Bild.

Nu linkt Bild in die chat-berichtjes nog naar nieuwsartikelen op hun site, maar eigenlijk is dat niet meer nodig. Het hele idee van Messenger is dat je de app juist niet hoeft te verlaten. Alles wat je over een voetbaltransfer moet weten, past ook wel in een Messenger-bericht. Als linken daadwerkelijk overbodig wordt, is dat om twee redenen interessant:

  1. Je krijgt als publicatie dan helemaal geen verkeer uit Messenger, dus hoe verdien je dan geld? Zou je een soort premium service kunnen aanbieden? Dat consumenten zich kunnen abonneren op waardevolle alerts (in de financiële sector, bijvoorbeeld)?
  2. Als een nieuwsitem alleen in Messenger bestaat, heeft het geen publieke plek meer. Daardoor verandert er veel: zo bestaat er geen hyperlink naar toe, het bericht leeft in ieders eigen Messenger app. Als je het wil delen, kun je niet linken, alleen maar de tekst kopiëren. Rectificeren is niet mogelijk binnen het bericht zelf. Etcetera!

Zeer indrukwekkend betoog voor een eenvoudig internet

Eerder schreef ik over de nieuwe media-imperiums. Maar gaan zulke sites als Mic, Buzzfeed en The Huffington Post ooit die miljoeneninvesteringen terugverdienen?

Internetondernemer Maciej Cegłowski denkt van niet. Je kent hem misschien van Pinboard, een bookmarking-site die altijd advertentievrij is geweest, een spartaans design heeft en alleen te gebruiken is als je betaalt (11 dollar per jaar). Vooral dat laatste was zeer bijzonder toen de site in 2009 lanceerde. Inmiddels gaan we steeds meer naar een web toe waar je moet betalen voor kwaliteit, en dat vindt Cegłowski heel logisch. Want, schrijft hij, de advertentie-bubble staat op barsten. Om hun miljoeneninvesteringen toch terug te verdienen, schenden uitgevers en advertentiebedrijven onze privacy steeds meer en stoppen ze hun sites vol met zware trackers en advertenties.

Maciej Cegłowski pleit voor een eenvoudig web. Waar onze rechten veilig zijn. Negeer de verschrikkelijke art direction en lees dit belangrijke betoog alsjeblieft helemaal uit.

Waarom ik in 2015 een voetbalsite mede oprichtte

Halverwege 2010 moest ik als hoofd digitaal bij NRC Media de site van NRC Handelsblad vernieuwen. De eerste stap was het samenstellen van een internetredactie. Een van de redacteuren die meedeed, was voetbalkenner Jules Seegers.

We schreven een aantal weken met de hele redactie een beta-site vol, en op een maandag publiceerde Jules opeens een keer ‘de goal van het weekend’. Hij koos uit alle doelpunten uit alle competities de mooiste (de eer viel ten deel aan Jonathan Hayes van toen Inverness Caledonian Thistle FC – inmiddels bij Aberdeen).

Dat moeten we voortaan elke maandag doen, zei ik, en een rubriek was begonnen. In de woorden van Jules: ‘De chef was na zes maanden al weer gevlogen, de rubriek bleef.’

Ik was inderdaad gevlogen, maar ik bleef de doelpunten trouw elke maandag tijdens de lunch bekijken. Het geeft toch een lekker gevoel, dat je weet dat je geen enkele mooie goal mist. Dat de site uit semi-illegale bijelkaar geraapte beelden bestaat, maakt het een mooie daad van verzet tegen de kapotgesponsorde industrie.

Toen afgelopen herfst bleek dat de rubriek geen onderdeel zou uitmaken van de nieuwe nrc.nl, was ik in mineur. Kun je niet gewoon doorgaan, mailde ik Jules. En een minuut later: ik bouw de site wel!

Tot mijn grote plezier wilde Jules door en was Justus Bruns bereid in een dag een logo te maken (zodat we geen maandag zouden missen). En op 20 oktober 2015 ging de rubriek door alsof er niets gebeurd was met een afstandsschot van Pjanic.

Het maandagse ritueel blijft ook in 2016 bestaan. Met minder bereik op nrc.nl, maar wel met betere mogelijkheden om een schare fans op te bouwen. Op nrc.nl bestond niet de mogelijkheid de rubriek zelf te volgen, maar die hebben we op goalvanhetweekend.nl natuurlijk wel. Zo kun je ervoor kiezen elke maandagochtend om tien uur de goals in je mail te ontvangen, of zoals 358 anderen de doelpunten in je Facebook Newsfeed te zien.

Je zou in die zin ook kunnen zeggen dat het een nieuwsbrief met een site is.

Om het eerste zelfstandige jaar mooi af te sluiten, verzamelde Jules op de valreep de tien mooiste goals van afgelopen jaar. Met natuurlijk…. Martin Hansen:

Wil je voortaan elke maandag de mooiste goal in je e-mail ontvangen? Geef je hieronder op:

De echte adblocker-revolutie moet nog beginnen

Je hoort hier en daar de eerste geruststellende woorden over adblockers. ‘Gewoon een hype’, zei de uitgever van Nu.nl een aantal weken geleden nog op deze blog. Deze sterke analyse op Monday Note toont aan dat het ergste nog moet komen.

ShineTen eerste proberen webgiganten als Alibaba (en trouwens ook Apple) zelf adblockers te faciliteren (zodat ze controle krijgen over welke advertenties later wél door de block heen komen, of omdat concurrenten zeer afhankelijk zijn van online ads). En ten tweede neemt de populariteit van een adblocker toe die op mobiel netwerkniveau al ads blokkeert. Shine heet deze blocker. De pitch naar netwerkaanbieders is dat ze door Shine minder dataverkeer naar hun klanten hoeven te sturen (want ze hoeven al die zware advertenties niet in te laden). Een provider met 14 miljoen klanten heeft de software al geïnstalleerd.

Als er zulke belangen op het spel staan weet je: dit is nog maar het topje van de ijsberg.

De meeste YouTube-sterren leven op zwart zaad

Dit is een bizar verhaal over internetsterren die niet rond kunnen komen. Ze klussen bij, bijvoorbeeld als serveerster, om de huur te betalen. Vaak komen hun twee identiteiten samen. Dan moet zo’n internetster met fans op de foto, met de vieze borden soms nog in de hand. Een YouTube-ster die bij Starbucks werkte, moest ontslag nemen omdat fans haar rooster uit hun hoofd hadden geleerd.

Het artikel leest niet alleen heel fijn weg, het was voor mij ook een eye-opener dat de meeste sociale-media-sterren niet rond kunnen komen. We kennen natuurlijk alleen succesnummers als Enzo Knol (die volgens Quote goed is voor ’tonnen per jaar’), maar daaronder bestaat een middenklasse van onderbetaalde beroemdheden. Kijkers worden kwaad als de YouTube-sterren sponsordeals sluiten, en tegelijkertijd past het niet bij hun imago om over deze problemen te praten.