In het oude-Volkskrantgebouw op de Amsterdamse Wibautstraat klussen start-ups aan de digitale toekomst. Van de bezoeken die ik er heb gebracht, weet ik: het is er cool, er heerst een enthousiasmerende sfeer en allerlei geeks werken aan experimentele en spannende apps. En dat allemaal in het verlaten bastion van een dode boom. In de VS, waar regionale kranten het nogal moeilijk hebben, staan grote gedeelten van krantengebouwen door krimpende redacties leeg. Een uitgever in Philadelphia (met twee kranten) zet dat om in iets positiefs door start-ups gratis onderdak te geven. Ze hoeven er geen aandelen voor terug, wel wat inspiratie.
En daar hoeven de start-ups niks voor te doen, behalve af en toe naar de koffieautomaat lopen. Als ze daar een journalist tegenkomen, en praten over de toekomst van hun vak, is de krantendirecteur tevreden, zo vertelt hij aan Nieman Lab:
“There are clear lessons for journalism from people whose work emphasizes identifying audiences, monetization, and rapid iteration. If the journalists and geeks can bump into one another, there’s potential for some beneficial cross-pollination.”
Bovendien klussen de geeks af en toe bij met krantendata, zo krijgt de krant advies van topprogrammeurs. En die zijn zeldzaam.
Zojuist was ik voor een gastcollege bij het Brabants Dagblad, ook zo’n leeg krantengebouw, en daar huist de start-up Whoopaa. Kennen jullie meer Nederlandse voorbeelden? Volgens mij werkt dit overigens net zo goed voor andere traditionele bedrijven. Niets werkt zo aanstekelijk als een stel jonge ondernemers.
