1. Ernst-Jan Pfauth
  2. 28 september 2011
  3. Neem een abonnement

Het ideale kantoor voor een start-up

‘Kaas’. Dat zeggen Ward Wijndelts en ik een paar keer per dag tegen elkaar. Samen met Niels van Hoorn zijn we een start-up begonnen, en sinds precies een week hebben we een kantoor. Locatie: Begijnensteeg, met uitzicht over de Kalverstraat, waar de meisjes uit provincie flaneren. Het inrichten is een feest, maar we waken voor het kaas-syndroom.

Dat is in 1933 prachtig omschreven door de Vlaamse auteur Willem Elsschot in het boek, jawel, Kaas. De hoofdpersoon, scheepsklerk Frans Laarmans, besluit Hollandse kazen te verkopen en laat een scheepslading overkomen naar Antwerpen. Koopman was een prestigieus beroep, dus Laarmans pakt het serieus aan. De eerste weken van zijn ondernemenschap besteedt hij een briefpapier, het vinden van agenten die onder hem kunnen werken en.., zijn kantoor. Hij is zo druk met de voorbereidingen, dat het tot verkopen nooit komt.

Daar waken Ward en ik voor. Volgens sommige internetlegendes zijn we al te ver gegaan door überhaupt een kantoor te betrekken. Mark Zuckerberg begon vanuit zijn dorm en toen hij eenmaal een kantoor had, leek het nog steeds op een studentenhol. David Kirkpatrick beschrijft in The Facebook Effect aangekoekte pizzaresten, tientallen kabels, matrassen met jongens die hun roes lagen uit te slapen en overal overblijfselen van bierspelletjes. Niet dat het de programmeurs wat uitmaakten, die zetten hun koptelefoon op en begonnen met coden.

Het goede aan die studentenvibe willen we zeker kopiëren in ons nieuwe kantoor. Koptelefoon op en werken maar. Aan de muur hangen vijf grote vellen papier, zodat we onze workflow – we zweren bij SCRUM – altijd in het oog springt. We baden nog in TL-licht, de mooie lampen komen nog wel. Het systeemplafond zit er ook nog in. Aan de slag, daar gaat het nu om:

Maar tegelijkertijd willen we ook leren van George Plimpton. De legendarische hoofdredacteur van The Paris Review, een literair tijdschrift dat jonge Engelstalige schrijvers in Parijs een podium gaf en later naar de vertrouwde kant van de oceaan verhuisde. De redactie bevond zich in het huis van George Plimpton op 541 East 72nd Street. Een echt inloophuis. Van Jackie Kennedy tot Truman Capote, iedereen kwam naar de redactieborrels, Plimptons beroemde cocktailparties. Het hele tijdschrift draaide op de energie die zulke feestjes gaven.

Als je Mark Zuckerberg en George Plimpton bij elkaar voegt, en de waakzaamheid van Elsschot betracht, kom je uit op de mix die wij voor ogen hebben. Een start-upkantoor waar overdag, en soms ‘s nachts gebuffeld wordt, maar dat tegelijkertijd open staat voor drankgelag met de digitale voorhoede.

Zo, dan gaan wij nu een naam bedenken.