Ode aan Steve
Vanmorgen om half zeven werd ik wakker van een smsje. Steve is dood. De rest van de dag zou één groot eerbetoon worden, weet je op zo’n moment. En inderdaad. Geekblog Boing Boing ziet eruit als een oude Macintosch, Wired staat op zwart, Gizmodo maakte een kippenveltribute, Obama tweette en nrc.nl zet de hele nieuwssite in het teken van Jobs.
Moet ik daar nog een schepje bovenop doen? Natuurlijk niet. Eerbetonen vindt u nu overal. Maar toch schrijf ik nu op wat Steve voor me betekende. Het gevoel dat elke geek heeft, dat Steve ook een beetje van jezelf is. Dat iedereen hem bij zijn voornaam noemt, en dat iedereen dan weet je bedoelt, zegt genoeg.
Over vijf jaar wil ik deze blogpost nog eens opzoeken, om te lezen hoe ik reageerde op de dood van een grootheid. Een man die met prachtige apparaten m’n leven veranderde, me de mogelijkheid gaf te schrijven, te bloggen en te bouwen waar ik maar wilde, in een interface die creativiteit en productiviteit stimuleerde.
Dat is Steve, de Applebaas. Die na het introduceren van het grafische bestuurssysteem in 1985 met ruzie vertrok. Dertig jaar oud. Hij ging aan de slag voor Pixar en maakte er met films als Toy Story een miljardenbedrijf van. Dat alleen al had genoeg kunnen zijn. Steve Jobs had ook de geschiedenis in kunnen gaan als de man die animatiefilms op de kaart zette. Klaar. Mooi leven, mooi werk.

Maar nee. Stay hungry, stay foolish, predikt Jobs, en geheel in die geest kwam hij terug bij zijn jeugdliefde. Hoe dat ging, las ik in april 2008 aan de rand van een zwembad in San Francisco. In het boek Inside Steve’s Brain beschrijft journalist Leander Kahney hoe Jobs een team van genieën samenstelde en hen apparaten en besturingssytemen liet bouwen die elke conventie over interfaces aan hun laars lapte. Smartphones waren telefoons waar je een handleiding voor nodig had, de iPhone gebruik je gewoon meteen. Muziek downloaden was a pain, iTunes maakte het lekker simpel.
Het gloeiende appeltje aan de achterkant van de iBook zag ik in 2004 voor het eerst in een film. Ik was meteen verkocht. Mijn spaargeld, eigenlijk bedoeld voor de inrichting van mijn studentenkamer, ging op aan de iBook G4. Ik kocht het ding om emotionele redenen, om het design, om wat het uitstraalde: Ik Ga Het Maken.
De groten der aarde hebben inmiddels op de dood van Jobs gereageerd. Obama liet weten dat Jobs “bij de grootste Amerikaanse innovators” gerekend kan worden: “dapper genoeg om anders te denken, brutaal genoeg om te geloven dat het de wereld kan veranderen en getalenteerd genoeg om het voor elkaar te krijgen.” Aan Facebook-baas Zuckerberg liet Jobs zien ‘dat hetgene wat je bouwt daadwerkelijk de wereld kan veranderen’.
Als je maar gek genoeg bent om het te geloven.
En als Steve iets van zijn bewonderaars wilde, is het dat zij net zo onconformistisch en compromisloos te werk gaan.
Op die manier maakte hij van Apple zelfs even het meest waardevolle bedrijf van Amerika. Maar dat wist je natuurlijk al. Het is hét ultieme succesverhaal dat elke saaie middenmoter op bedrijfscursussen deelt met kantoorjongens die, als Steve Jobs dertig jaar geleden voor hun deur had gestaan, deze keihard dicht hadden geslagen. Want wat moet je met een drugsgebruikende-met-de-hare-krishna-flirtende-op-blote-voeten-lopende-college-drop-out? Wat kan zo’n kerel nou waard zijn?
Juist door die originele eigenschappen heeft weirdo Steve zo’n gigantische invloed op de wereld kunnen hebben. Zo was Jobs ‘zonder LSD-ervaringen nooit op de iPhone gekomen’. Hij heeft aan vrijwel iedereen lak en keerde zich soms zelfs tegen zijn grootste fans. Zo balen Apple-fanboys dat Jobs zijn gadgets zo’n gesloten besturingssysteem heeft gegeven. Elke app moet eerst langs de keuringscommissie van Apple, „om te voorkomen dat er troep op komt”. En na een hoop geschreeuw, volgde iedereen toch. Laat dat de nalatenschap van Jobs zijn. De wijze les dat conformeren dodelijk voor vooruitgang is. Dat je tegen elke stroom moet in durven zwemmen. En laten we ons zijn fantastische uitvindingen heugen.
Blijven die van Apple komen? Dat doet er niet toe. We moeten uitzoomen. De korte termijn is irrelevant. Steve Jobs is onderdeel van de wereldgeschiedenis, in het rijtje van onder andere Henry Ford. Ford maakt nog steeds auto’s en je zal altijd onthouden hoe Ford met loopbanden de industrie veranderde, en hoe de T-Ford daar een symbool van was. Zo zullen we Jobs ook zien. Hoe hij met design en gebruiksgemak de wereld veranderde, en met de iPod, iPhone en iPad als symbolen daarvan.
Apple kan nog heel lang voort op het brein van Jobs. En ondertussen staat de nieuwe generatie op. Tot grote vreugde van Jobs zelf. Lees maar:
“No one wants to die. Even people who want to go to heaven don’t want to die to get there. And yet death is the destination we all share. No one has ever escaped it. And that is as it should be, because Death is very likely the single best invention of Life. It is Life’s change agent. It clears out the old to make way for the new. Right now the new is you, but someday not too long from now, you will gradually become the old and be cleared away. Sorry to be so dramatic, but it is quite true.”
Jobs laat een vrouw en vier kinderen achter.

Steve Jobs na een keynote eerder dit jaar