Blake Edwards – Breakfast at Tiffany’s (1961)

Gekeken voor de Moderne Klassiekers-reeks op De Correspondent. De verfilming van Truman Capote’s novelle lijkt op het eerste gezicht een suikerzoet slapstickdrama, maar is eigenlijk een pleidooi voor écht durven leven. Iedereen staat weleens zoals de springerige Holly Golightly (Audrey Hepburn) voor de moeilijke keuze tussen een comfortabel leventje of een onzeker bestaan gedreven door de hartstocht. Deze film is een prachtige aanmoediging om voor dat laatste te kiezen.
Blake Edwards – Breakfast at Tiffany’s (1961)

Jerry Hormone – Wat doe je als je buurman je uitnodigt om hem gitaar te horen spelen?

Wat spookt de burgerlul van drie huizen verderop uit als hij zijn pak uittrekt? Punkgitarist en auteur Jerry Hormone schreef voor het literaire tijdschrift Das Magazin een verhaal over Koos – zo’n man die aan een ‘halfje wit, een stuk leverworst en tien halve liters’ genoeg heeft op een dag. Zijn keurige buurman, van Schmidt, Huizert & Van Drunen Accountants & Adviseurs, nodigt Koos uit voor een jam sessie op de zaterdagmorgen, met een biertje erbij. ‘Koos kijkt op zijn horloge. Drie voor half elf. Normaal drinkt hij niet voor twaalven. Maar ja, zo vaak komt het niet voor, dat-ie ergens voor wordt uitgenodigd.’
Jerry Hormone – Wat doe je als je buurman je uitnodigt om hem gitaar te horen spelen?

Maartje Wortel – IJstijd (2014)

Maartje Wortel, de koningin van de originele observaties: haar tweede roman IJstijd zit er vol mee. ‘Het ding rinkelt zoals de telefoon van mijn grootvader, zoals een echte telefoon rinkelt, alsof nostalgie bij de vier sterren is inbegrepen’. James Dillard woont op kosten van zijn schatrijke familie (oud geld) in hotels en laat alles wat hij nodig heeft via roomservice, webshops en escortbureau naar zijn kamer komen. Hij verlangt vaak niet meer van het leven, tot grote frustratie en jaloezie van zijn vriendin Marie. Zij streeft naar totale controle over zichzelf en is daar levensgevaarlijk ambitieus in. Als zij Dillard verlaat, lees je hoe hij opeens wél iets mist, en daar invulling aan probeert te geven door in te gaan op een uitnodiging om een boek te schrijven. IJstijd is een intimiderend goed geschreven roman waar ik nu alweer naar terug wil keren.
Maartje Wortel – IJstijd (2014)

Daniel Kehlmann – F (2013)

De Duitse bestsellerauteur Daniel Kehlmann (8 miljoen verkochte boeken wereldwijd) toont via drie broers die niet geloven in wat ze doen de zwakke kanten van de katholieke kerk, banken- en kunstwereld. Alle drie lijken ze succesvol voor de buitenwereld, maar zelf gaan ze ten onder aan hun bedrog. Kehlmann laat je als lezer intens meevoelen, zodat het bijna lijkt alsof je – net als een van de broers – onder invloed bent van een te grote dosis antidepressiva. ‘Een heerlijke teruglees- en puzzelroman’, zei Herman Koch tijdens Literaturfest. Eens.
Daniel Kehlmann – F (2013)

The Coen Brothers – Inside Llewyn Davis (2013)

U kent het hedendaagse romantiseren van dat folk-Greenwich-jaren-zestig-tijdperk wel: Moleskinnetje in de hand, gitaar op schoot, de gekwelde artiest met een baan bij een reclamebureau. De Coen Brothers laten zien dat het vijftig jaar geleden vooral afzien was. De mislukte folkartiesten van toen kent nu niemand meer, maar dankzij deze film kunnen we hen toch volgen in hun hopeloze en compromisloze queeste naar artiestenschap. Terwijl zanger Llewyn Davis in de laatste scene in elkaar geslagen wordt, begint die ene vent die we allemaal wél kennen aan zijn optreden. Misschien verlies ik me nu ook in romantiek, door te denken dat het absolute artiestenschap alleen toen bestond, en niet nu ergens in een vinexwijk. Daarom kan ik deze film beter zien als een sombere sfeervolle ode aan hen die vrijwel alles opofferen voor de kunst.
The Coen Brothers – Inside Llewyn Davis (2013)

Martin Scorsese – The Wolf of Wall Street (2013)

De fucking testosteron knalt van het scherm af. De scenes waarin top stock broker Jordan Belfort (Leonardo DiCaprio) de manschappen toespreekt, zijn angstaanjagend opgefokt. En effectief. Doorgesnoven, gulzige, sukkelige en nietsontziende aasgieren worden schatrijker – en weer rijker – door het verkopen van aandelen die nooit wat zullen opleveren. Scorsese laat een moreel oordeel achterwege waardoor ik af en toe moest oppassen niet meegesleept te worden door de aanstekelijk jongensachtige manier waarop Belfort zijn ambities waarmaakt. Daarna volgt de onvermijdelijke ondergang. De laatste scene laat krachtig zien dat de zucht naar witte Ferrari’s en trophy wifes nooit zal verdwijnen, crises (2) of niet.
Martin Scorsese – The Wolf of Wall Street (2013)

Gabrielle Wittkop – De necrofiel (1972)

Wat de hoofdpersoon in deze novelle doet, behoort tot het meest afstotelijke dat ik ooit in de literatuur gelezen heb. Een antiquair graaft op begraafplaatsen in Parijs lijken op, neemt ze mee naar zijn appartement en bemint ze tot de stank niet meer te harden is. De man – beschreven door een vrouw, overigens – dankt zijn necrofilie aan de toevalligheid dat zijn eerste keer masturberen samenviel met de dood van zijn moeder. Hij lijkt oprecht van zijn lijken te houden en met een schreeuw laat hij zijn vergane beminden in de Seine glijden. Dat maakt het – als je voorbij de walging kijkt – eigenlijk een boek over liefdesverdriet.
Gabrielle Wittkop – De necrofiel (1972)