artfest

Breng een kunstzinnige avond door met Charlotte Mutsaers, Joost Conijn en De Staat

Kent u ArtFest? Dat is een soort Literaturfest, maar dan over kunst.

‘Pfauth en zijn professionele kunsttafeldames laveerden zonder moeite in het gebied tussen onbegrijpelijk jargon en jip-en-janneketaal’

Zo schreef de Volkskrant na de eerste editie van ArtFest.

Maandag vindt de tweede episode plaats.

Samen met Ann Demeester (directeur van het Frans Hals Museum en De Hallen) en Marian Cousijn (Upstream Gallery) bespreken we in een onbevangen sfeer kunstwerken die drie bijzondere gasten hebben uitgekozen.

Begrijpelijk voor de leek, verrassend voor de kenner.

Zij maken hun opwachting:

Charlotte Mutsaers over een kunstwerk dat 40 bij 30 centimeter meet

Charlotte Mutsaers bij De Wereld Draait Door
Charlotte Mutsaers bij De Wereld Draait Door. Daniël, die jongen links in beeld, zit aanstaande maandag gewoon weer achter de schermen.

Joost Conijn over de praktische ongemakken van de kunst (zoals een zelfgebouwd vliegtuig)

Het vliegtuig van Joost Conijn.
Joost vloog met een zelfgebouwd vliegtuig over Afrika. Ja. Echt.

Rocco Hueting (De Staat) over Joseph Beuys

Hij is de meneer met het lange haar en de toetsen die ook blijkt te kunnen rappen:

Kaartjes kosten 8 euro als je ze online koopt.

Schermafbeelding 2014-05-06 om 10.43.21

Waarom herkennen we op het web de gekken niet?

Hoe komt het toch dat mensen die in het dagelijks leven een raaskallende complot-gek meteen herkennen, diezelfde persoon op het web bloedserieus nemen?  Alleen maar omdat hij een mooi YouTube-filmpje heeft gemaakt? Of een fancy website in elkaar heeft geknutseld?

Daarover interviewde Stine Jensen me voor het programma Dus ik ben, ter inleiding op een college van de Duitse sterfilosoof Markus Gabriel (portret in Vrij Nederland). Kleine rectificatie: ik heb mijn vriendin niet aan het bloggen te danken, eerder ondanks het bloggen ;-).

Bekijk het programma

image

Streven naar innerlijke noodzaak met Kandinsky

De Amsterdamse Stadsschouwburg vroeg me voor de rubriek ‘Lieveling‘ naar mijn favoriete kunstenaar of kunstwerk. Ik ben zo vrij geweest het e-mailinterview naar pfauth.com te copy-pasten.

Wat is je favoriete kunstenaar of kunstwerk?

Een paar jaar geleden had ik het heel moeilijk gevonden om antwoord op deze vraag te geven, omdat ik geen flauw idee had wat mijn kunstsmaak was. Daarom besloot ik in 2008 om de werken die me raakten te fotograferen en op te slaan in het programma Evernote. Dan zou ik de verzameling later nog eens kunnen raadplegen om overeenkomsten tussen die werken te ontdekken. Nou, dat is gelukt.

Weet je nog toen je het voor het eerst zag, of wanneer het de grootste indruk op je maakte? Heb je daar een leuke anekdote bij?

Het is bijna te mooi om waar te zijn, maar de kunstenaar die ik nu als favoriet noem, was ook de schilder die ik voor het eerst vastlegde in Evernote: de Rus Wassily Kandinsky (1866 – 1944). In het Stedelijk Museum fotografeerde ik op 16 juli 2008 ‘Deux Entourages’. Nu ik dat schilderij weer zie, vind ik het niet eens heel spectaculair, maar misschien komt dat omdat ik inmiddels weet hoe overweldigend andere schilderijen van Kandinsky kunnen zijn. Daar kwam in september 2011 achter, toen ik in New York een overzichtstentoonstelling in het Guggenheim bezocht. Aan het begin van de rotunda zag ik zijn eerste schilderijen en hoe hoger ik liep, hoe abstracter zijn werken werden. Toen ik de nok van het Guggenheim bereikt had, ging ik met de lift naar beneden om de hele tentoonstelling nog een keer te bekijken. Dat heb ik tot nu toe maar één keer in mijn leven gedaan.

Wat maakt het zo bijzonder?

Normaal interesseert abstracte kunst me niet zo en ik vroeg me af waarom Kandinsky’s werk me dan wél raakte. Kandinsky was één van de eerste kunstenaars die abstract schilderde en dat benaderde hij op een zeer analtyische manier. In zijn boeken beschrijft hij minitieus welk effect welke kleuren op de toeschouwer hebben en hoe een horizontale lijn iemand anders beïnvloedt dan een diagonale. Door een combinatie van kleuren en vormen wilde hij ervoor zorgen dat de toeschouwer een ‘innerlijke noodzaak’ ervaart. Nou, dat lukt hem bij mij uitstekend. Als ik naar Mouvement I kijk, zie ik een soort schitterende fantasiewereld voor me, een avontuurlijke plek, ergens in de toekomst, waar schoonheid overheerst. Ik ervaar bijna een soort gewichtloosheid, alsof ik door de ruimte zweef en prachtige objecten voorbij zie komen.

Mouvement 1
Mouvement 1 (1935)

Denk je er vaak aan? Gebruik je het voor inspiratie in je werk?

Ik probeer mezelf elke dag te confronteren met de verwondering en het ontzag voor absolute schoonheid die ik in het Guggenheim ervoer. De grootse schilderijen van Kandinsky leren me al mijn talent en tijd te steken in werk waar ik echt in geloof en om zo die innerlijke harmonie te bereiken. Dat effect breng ik overigens op een vrij platte manier teweeg, haha. Op mijn iPhone en iPad heb ik Mouvement 1 als wallpaper en Composition VII siert mijn desktop.

Composition VII (1913)
Composition VII (1913)

Waarom moet iedereen dit minstens één keer in zijn leven hebben gezien?

Kandinsky zag de kunst als een soort piramide. De top van de piramide is de avant-garde, en daar wilde hij zitten. Hij hield de laatste wetenschappelijke ontwikkelingen in de gaten en probeerde de tijdsgeest te vatten in zijn werk. Vanaf die top wilde hij de toeschouwer met zijn kunst naar boven halen door hen de wereld om zich heen telkens opnieuw te laten ontdekken. Ik interpreteer zijn theorie als ‘lang leve de verwondering’ en een aanmoeding om zonder te oordelen nieuwe ontwikkelingen tegemoet te treden. Dat is toch een prachtig streven? In ieder geval reden genoeg om jezelf ook eens aan zijn werk bloot aan te stellen.

Javier Marías – De verliefden (2012)

Belangrijk om te weten: de auteur is gedoodverfd Nobelprijs-laureaat. Dus met eerbied begonnen aan dit boek over een Madrilese boekenredacteur die elke morgen een schijnbaar volmaakt gelukkig stel ziet ontbijten. Wanneer het ‘perfecte paar’ weken niet komen opdagen, blijkt dat de man neergestoken is door een doorgedraaide parkeerwachter. Wat volgt is een liefdesgeschiedenis met iemand die wellicht bij een moord betrokken is. Dat laatste zorgt voor een dilemma: kun je iemand beminnen wanneer je weet dat hij een moordenaar is? Mariás vult bladzijde met bladzijde met bespiegelingen van de hoofdpersoon, die op mij een verstikkende uitwerking hadden. Ik kwam niet meer aan mijn eigen interpretatie toe omdat Marías alles al bijzonder inginieus voorkauwde. Ter vergelijking: in de serie Breaking Bad zit een soortgelijk dilemma. Maar omdat daar het drama voor zich moet spreken en zo de kijker ruimte geeft voor een eigen beleving, weet ik zeker dat de pijn die daar getoond wordt mij jaren langer bij zal blijven dan Marías beschouwingen.
Javier Marías – De verliefden (2012)

Greg Whiteley – Mitt (2014)

Mitt is een suikerzoete documentaire over een perfecte familie. Het begint in 2006, wanneer republikein Mitt Romney aan zijn belachelijk knappe familie vraagt of hij zich verkiesbaar moet stellen. Daarna zien we de twee campagnes. Tenminste, we zien hoe de familie op ze reageert. Één keer komt er een persoonlijk assistent voorbij geschuifeld, verder alleen maar familieleden. Elke avond eindigt in een spraakwaterval van Romney, die zijn zelftwijfel deelt met de verzamelde gezinsleden. Opmerkelijk: minuten na het desastreuse tweede debat met Obama – ‘Please proceed, Governor’ – lacht de familie zich suf om een wedddenschap dat Romney met zijn zoon aanbindt over het aantal restaurants in een nabijgelegen vliegveld. Mitt eindigt met een prachtige scene: waarin zijn vrouw huilend afscheid neemt van de Secret Service en daarna met Romney neerploft in hun verwaarloosde woonkamer. Dat was het dan. Gelukkig hebben ze die heerlijke familie nog.
Greg Whiteley – Mitt (2014)

Eric Schlosser – Command and Control (2013)

We moeten weer bang zijn voor De Bom. Toen de Amerikaanse president Reagan in 1983 de atoomoorlog-film The Day After zag, realiseerde hij zich pas echt hoe gruwelijk een nucleaire wereldoorlog zou zijn en nam hij zich publiekelijk voor te stoppen met de wapenrace. Volgens onderzoeksjournalist Eric Schlosser (bekend van Fast Food Nation) hebben we weer zo’n angstgegner nodig. Hij schreef zes jaar lang aan Command and Control (2013), een reconstructie van hoe de VS haar kernwapenarsenaal opbouwde en beheerde. Vrijwel niemand is meer bezig met het risico van de duizenden kernkoppen op onze aarde, zegt Schlosser, terwijl het gevolg van één – al dan niet ongeplande – ontploffing desastreus zou zijn. Ik moest Schlosser voor de randprogrammering van de Nuclear Summit interviewen en ben me rotgeschrokken van de 500 pagina’s aan opgesomde ongelukken en keren dat de wereld maar net aan een nucleair ongeluk ontkwam. Zijn boek leest door de absurde informatiedichtheid niet makkelijk weg, maar zijn boodschap verdient een net zo groot publiek als The Day After.
Eric Schlosser – Command and Control (2013)

Kurt Vonnegut – Slaughterhouse-Five (1969)

Kurt Vonnegut is een auteur die je niet hoeft te lezen om van hem te houden, want er staan honderden gerustellende citaten van hem online waarmee hij onzekere hemelbestormers leert relativeren. Zo houdt Vonnegut je voor dat je vooral mag genieten van de kleine momenten, omdat die achteraf de grote momenten blijken. Slaughterhouse-Five is zijn meest invloedrijke boek en gaat over het geallieerde bombardement op Dresden in 1945. Vonnegut was daar bij, als krijgsgevangene, en overleefde de vuurzee omdat de Duitsers hem naar een diepe kelder hadden meegesleept. Het eindeloze relativeren komt heerlijk van pas wanneer je als ambitieuze jongeling de prestatiedruk voelt, maar wanneer je met dezelfde levenshouding de oorlog beschouwt, word je er moedeloos van. Vonnegut toont in dit boek de waanzin van massaslachtingen en zegt daarna dat die dingen nu eenmaal zo gaan. Dan is het geen geruststelling meer, dan is het alleen nog verschrikkelijk angstaanjagend. ‘Oorlogen blijven komen als gletsjers’, schrijft Vonnegut. So it goes.
Kurt Vonnegut – Slaughterhouse-Five (1969)

Tom McCarthy – Remainder (2006)

De naamloze hoofdpersoon loopt over straat, er ‘valt iets uit de lucht’, hij raakt in een coma en krijgt na een lange revalidatieperiode een schikking van 8,5 miljoen pond. Fijn, dat geld, maar hij heeft sinds de coma het gevoel constant toneel te spelen. Hoe kan hij, getraumatiseerd man die alles opnieuw heeft moeten leren, nog ‘echt’ zijn? Dat antwoord vindt hij pas op een huisfeestje, als hij een scheur in het badkamerplafond ziet en een deja-vu krijgt. Vanaf dat moment is zijn hele leven – en fortuin – gericht op het naspelen van die deja-vu. Ook al moet hij daar een gebouw voor ontruimen en 24 uur per dag acteurs inhuren. Dit is verreweg het meest vervreemdende en tegelijkertijd het meest meeslepende boek dat ik in tijden gelezen heb. McCarthy laat zien hoe maakbaar de wereld is als je geld hebt en hoever je dan de strijd voor het controleren van het oncontroleerbare kunt voeren.
Tom McCarthy – Remainder (2006)