1. Ernst-Jan Pfauth
  2. Amsterdam, jaargang 8, 2013
  3. Neem een abonnement
  1. Een complete muziekcollectie interesseert me niet meer

    Duitser Phillip Lüpke kocht deze week het nummer Monkey Drums van Chase Buch. Dat bleek download nummer 25.000.000.000 te zijn voor iTunes. Reden voor een feestje en dus kreeg Lüpke een iTunes Card van 10.000 euro cadeau. Als tiener was ik buiten zinnen van vreugde geraakt van dat presentje, maar nu zou ik me geen raad weten met die kaart. Ik hoef muziek niet meer te bezitten*.

    Misschien staat ie nog in m’n ouderlijk huis: een flinke CD-toren van metaal en beton. Honderden guldens stak in dit verlengstuk van mijn imago. De cd-collectie moest precies laten zien wie ik was. Zelfgebrande kopietjes mochten niet in de toren. Die lagen in een doos. Kopietjes zorgden er alleen maar voor dat ik alvast naar het nieuwe album van The Offspring kon luisteren, als ik nog niet genoeg guldens voor de echte cd had.

    Dat bleek een voorteken te zijn, want het gaat me nu alleen nog maar om de beschikbaarheid van muziek. De cd-fetisj verdween toen ik mijn geld aan bier begon uit te geven en m’n versterker op de computer had aangesloten. Nu stonden alle mp3tjes in talloze mapjes op mijn harde schijf. In het begin ordende ze ik mooi, maar op den duur ging me het er alleen om of ik het juiste nummer kon vinden. Het idee van een complete collectie interesseerde me steeds minder. Muziek was overal, hing door torrentsites als een wolk boven ons, waarom zou je daar een fragment van willen bezitten?

    Spotify bracht deze opvatting naar de legaliteit. Nu kan ik voor een tientje muziek beluisteren wanneer ik wil. Het idee dat een album van ‘mij’ is, zegt me definitief niets meer. Dus als Apple een nieuwe muziekmijlpaal naar buiten brengt, verbaast het me dat nog zoveel mensen muziek willen bezitten.

    Bij Apple lijken ze dit overigens ook te denken, want 9to5mac.com vond deze week sterke aanwijzingen voor een door Apple gebouwde Spotify-kloon. In het besturingssysteem iOS 6 ontdekte de site radio-antenne-icoontjes met ‘buy’ in de bestandsnaam. En in 2012 berichtte The New York Times dat Apple gesprekken voerde met de muziekindustrie over een streamingservice. Dat zou betekenen dat Apple ook meegaat in het idee dat consumenten muziek niet meer willen bezitten. En het blijft vast niet bij dit medium. Waarom zou ik nog boeken op de plank willen hebben, als ik via een moderne bieb elk moment een meesterwerk kan raadplegen? Een rijtje dvd’s? Hou toch op man, zonde van de ruimte. De hele media-industrie als één grote streamingdienst? Dat lijkt me heerlijk.

    * Oké, oké, met die iTunes Card kan je ook films huren en we hebben hier nog geen Netflix, dus natuurlijk gris ik die kaart nog uit Apple’s handen.

  2. Beloofd: Kendrick Lamar blijft altijd naar Amsterdam terugkeren

    Kendrick Lamar uit Compton is nogal meta ingesteld tijdens zijn concert. Misschien doen wel meer hiphopartiesten dat, daar ben ik helaas niet van op de hoogte, maar het valt me als relatieve leek gewoon op. Hij betreedt het podium van De Melkweg, en vraagt wie hem al sinds dag één volgt – best een groot aantal mensen, zo blijkt, want zelfs bij een nummer waar Lamar van tevoren waarschuwt dat niemand ‘m kent, schreeuwen een paar honderd fans de lyrics mee. Even later vraagt Lamar wie hem sinds dag twee volgt; sinds zijn eerste album bij een groot label, Good Kid, M.A.A.D City. Ik hoor daar dankzij aanbevelingen van Saul van Stapele en Henk van Straten ook bij. Opeens kan ik ook hier en daar meeschreeuwen en realiseer ik me hoe leuk de mensen van dag 1 het al een kwartier hebben. Lamar speelt met je, fokt je verder op, zet de stem van het publiek bij elk nummer in. Tussen de muziek door bekritiseert hij als running gag een jongen die vooraan staat maar niet meespringt – ‘iemand heeft zijn enkel door je gebroken, ga naar achter’ – en behandelt hij de voordelen van word of mouth marketing. Een stuk of tien keer roept Lamar dat vanavond de meest levendigde show ooit moet worden. Aan het einde blijkt dat gelukt: ,,Because of this, now matter how big this shit gets, I will always came back to you.”

    Hier een impressie die iemand gisteravond schoot (het betrof een dubbelconcert) en daar weer onder het album van dag 2.

  3. Taxichauffers met uitstekende reputaties op afroep

    Laatst stopte een taxi voor mijn huis. Aan de overkant van de straat ging een deur open. Er kwam een vrouw met een kind op haar arm uit. Met haar vrije hand zwaaide ze naar de chauffeur, toen stak ze een druk fietspad en een trambaan over. Met veel moeite kreeg ze de achterdeur van de taxi open. De chauffeur zat in zijn stoel.

    Soms kom ik zo laat op Centraal Station aan dat trams niet meer rijden. Lopen is dan geen optie, ik woon iets te ver weg. Een taxiritje is weer net te kort, laten de experts – de chauffeurs zelf – me vaak weten. ‘Weet je wel hoe focking lang ik in deze rij heb gestaan?’ Als ik bij m’n huis word afgezet, ben ik vaak tien minuten als oud vuil behandeld. De taxichauffeur verdwijnt weer in de nacht, anoniem.

    Sinds kort hoef ik me niet meer te onderwerpen aan vijandige situaties in kleine ruimtes op wielen. Geen ruzie meer met wildvreemden. Dankzij een app. Uber, heet ie. Komt uit San Francisco. Als je Uber voor de eerste keer opent, vraagt de app om je creditcardgegevens, daarna toont ie mini-Mercedes S-klasse’s op de kaart van Amsterdam. ‘Pick me up’, laat ik een van die autootjes weten, terwijl ik langs de grimmige taxistandplaats loop. Op de Prins Hendrikkade word ik opgehaald door ‘Jimmy’. Hij stapt uit, loopt om de auto heen, en doet de deur open. Achterin liggen een flesje water, een iPad, wat tijdschriften klaar. Je voelt je een CEO en betaalt maar ietsje meer dan een normale taxi. Maar daar gaat het niet om.

    Uber-App

    De chauffeur is vriendelijk, professioneel. Aan het einde van de rit, rekent de app automatisch af. Als ik later op mijn telefoon kijk, zie ik de route die we gereden hebben, met de afstand, tijdsduur en gemiddelde snelheid. Ook vraagt Uber of ik de chauffeur wil ‘raten’. Ik geef altijd vijf sterren, en terecht.

    Dat vind ik het interessantste aan Uber. De chauffeur is niet meer anoniem, en ik ook niet. Hier is sprake van een echte zakelijke transactie, waarin reputatie een rol speelt. Die taxichauffeurs van de standplaats voelen zich om een of andere reden onschendbaar. Denken zich te kunnen veroorloven asociaal te zijn. Misschien omdat ze zelf zo vaak onaardig worden behandeld. Maar dankzij een innovatie als Uber is dat verleden tijd. We weten van elkaar wie we zijn. We zien elkaar niet als anonieme individuen. We gedragen ons normaal. Ik verwacht dat steeds meer beroepsgroepen zulke reputatiemechanismes zullen inzetten. Ik hoop dat mensen zich daardoor weer gewaardeerd voelen. Zichzelf, terecht, zien als professionals. Misschien kunnen we nu zo’n app voor Amsterdamse studentenobers bouwen?

    Gratis lid worden van Uber kan hier: uber.com. Je krijgt de eerste tien euro aan ritjes gratis.

  4. Deze jongedame van The New York Times leest alleen blogs als ze post-its in huis heeft

    Mijn favoriete rubriek uit The Atlantic Monthly is ‘media diet‘. Daarin vertellen indrukwekkende types als scenarioschrijver Aaron Sorkin, New Yorkse bloggertycoon Nick Denton, New Yorkse bloggersheld Choire Sicha, auteur Malcolm Gladwell en Madeleine Albright over hun mediadieet. Ik vind het fascinerend om te lezen hoe Sorkin de kranten scant en hoe hij op bloggers neerkijkt, en hoe de oprichter van The Huffington Post en Buzzfeed (ja, deze man begrijpt wat klikt) zich dagelijks door tientallen blogs heenploegt en het nut van schattige hondjes in de media toelicht.

    Ideaal om doorheen te browsen op zondagmiddag – hopelijk brengen ze er nog eens een bundeltje van uit – maar voor eentje wil ik nu alvast je speciale aandacht vragen. Jenna Wortham, technologieschrijver van The New York Times, vertelt hoe ze elke morgen naar 8th Avenue reist en daar verplicht alle techblogs doorneemt voor haar werk.

    Deze dame tackelt heel slim een probleem waar ik al jaren last van heb. Ik volg een stuk of zeventig blogs, lees deze twitterfeed trouw en krijg linkjes binnen via Brainsley. Maar ik heb het gevoel dat ik ze me alleen maar tot me neem, en niet de grote lijnen zie. Even snacken en weer doorgaan. Wortham heeft een uitstekende oplossing. Zij pakt er pen en papier bij:

    I’m invisible on Gchat for an hour or so while I have breakfast and skim my trades — Hacker News, Reddit, GigaOm, The Verge, Gizmodo, BetaBeat, BuzzFeed FWD, TechCrunch, Techmeme, All Things D and The Atlantic Wire. During the week, I need to get in and out of the news efficientially. While I skim, I take notes the old-fashioned way: With a fine-point Sharpie and a stack Post-it notes. I do a lot of pattern matching – emerging themes among new start-ups, the types of companies that are getting funded, a VC or entrepreneur catches my eye — and make a note or a list, and I keep these in a row on my desk for easy reference. For my beat, I need to see what new service or app is bubbling up and pay attention to how people are using the web, their mobile devices and new technologies, but it can often take awhile for things to catch on, so I’m constantly monitoring for that groundswell when a new service or behavior breaks out beyond my professional and social circle and starts to catch on in a bigger way. I often take photos of these handwritten notes and file them in a separate folder on my iPhone for easy perusal later.

    ,,I can definitely be an analog girl in a digital world”, zegt Worham, and I salute her for that. Lees hier het hele interview voor nog meer mediatips van deze dame. Dan ga ik nu post-its inslaan. Schrik niet van alle Grote Lijnen die je binnenkort op deze blog ziet terugkomen.

  5. Mijn poedel vernoem ik naar George Plimpton

    Een paar nachten geleden droomde ik dat ik een zwarte poedel had. Een grote statige. Tot mijn grote verbazing had ik het beest al een naam gegeven: Plimpton. Zo’n fan ben ik dus van wijlen The Paris Review-hoofdredacteur George Plimpton, dat ik in mijn onderbewustzijn mijn fictieve hond naar hem vernoem.

    Hij leefde een ontzettend rijk leven. Zo rijk, dat je er met gemak een film van kan maken. Zie het bovenste gedeelte van deze filmposter om te begrijpen wat hij onder het mom van ‘participerende journalistiek’ allemaal deed:

    movie_poster

    Vanavond mocht ik zijn levenslessen delen bij de viering van het zestigjarig jubileum van The Paris Review bij Spui25. Ik zal die lessen nog eens uitschrijven en op deze blog delen. Voor nu, de trailer van zijn biopic. 2013 in theaters, ik kijk er naar uit:

  6. The New York Times haalt startups in huis

    Toen ik afgelopen september bij The New York Times op bezoek was, vertelde het hoofd nieuwe media over zijn ambitie om startups bij de krant te halen. Vandaag maakte de krant het ‘experiment’ bekend: TimeSpace. De volgende startups moeten zich aangesproken voelen:

    You are an early stage company focused on the media space with a product launched. You are a small team based in New York or open to working from New York for the duration of the program. You have most likely raised at least seed stage funding. You may focus on mobile, social, video, advertising technology, analytics, ecommerce…

    Voor een startup kan het miljoenenpubliek van The New York Times een enorme boost geven. Als er zoveel mensen in aanraking met je idee komen, weet je sneller of het werkt. Bovendien kan je vier maanden lang even langs het bureau van Jenna Wortham of David Carr lopen voor een brainstorm en de topprogrammeurs om hun mening vragen.

    The New York Times hoeft er geen aandelen voor terug, al staan ze open voor deelname in een ronde financiering die later zou kunnen plaatsvinden. Eerder nam de krant een belang in bedrijven als WordPress en betaworks. Niet om er geld mee te verdienen, maar vooral om op de hoogte te blijven van de laatste ontwikkelingen. En wie weet kunnen ze de technieken voor hun eigen sites gebruiken. Het zal in ieder geval bij het bedenken van ‘combat units’, iets waar de innovatie-professor van Harvard Business School, Clay Christensen, laatst voor pleitte:

    Don’t assume your starting point is the existing [news] organization, and you try and cut, cut, cut, cut, cut until you make it down to a new organization. You think about it from a completely clean slate, and you say, “Okay, what do we need to add to create something that’s going to be able to compete with the Huffington Post?” That difference in perspective is critical in responding to disruptive threats.

  7. Goed nieuws voor kranten: Timehop maakt oud nieuws weer relevant

    4 september 2012 blogde ik voor het eerst over de app Timehop. Dat betekent dat ik nu al vijf maanden dagelijks die app open. Elke morgen rond een uur of acht krijg ik een berichtje van Timehop dat we gaan tijdreizen. Dan krijg ik tweets, Facebook-updates of Foursquare-checkins van een precies een jaar, of twee, of drie, geleden te zien. Waardoor ik denk: ‘verdomd ja, daar werkte ik toen aan’ of ‘die jongen moet ik echt weer eens bellen’ Dagelijkse reflectie, gratis en voor niets. Ik vind het heerlijk. Vandaag zag ik dat Timehop een deal heeft gesloten met USA Today. Voortaan krijg ik ook grote nieuwsverhalen van jaren terug te lezen. Zo viel de keuze vandaag op de ramp met de Challenger uit 1986:

    photo

    Hoewel ik USA Today niet zo’n interessante krant vind en alles vanuit Amerikaans perspectief voorgeschoteld krijg, heeft Timehop hier wel een originele manier gevonden om de gigantische krantenarchieven weer relevant te maken. Stel dat Timehop op Facebook mijn likes doorloopt, een deal sluit met NRC en me vervolgens prachtige schrijversinterviews van jaren geleden toestuurt. Lijkt me interessant. Misschien betaal ik er nog wel voor ook.

    In ieder geval is het razendinteressant om te zien hoe nerds als de jongens van Timehop nieuwe benaderingen van nieuws bedenken en dat een grote publicatie als USA Today het lef heeft ermee te experimenteren.

  8. Wat Beyoncé, Samoanen, Obama en katjes met de redding van kwaliteitsjournalistiek te maken hebben

    Voor wie borrelpraatjournalistiek maar slecht kan verdragen en behoefte heeft aan munitie: lees deze blogpost van oerblogger Jason Kottke. Hij beschrijft hoe de VS een week lang in de ban waren van twee nieuwsverhalen: 1) dat een bekende American Football-speler een nepvriendin had en 2) dat Beyoncé geplaybackt zou hebben tijdens de inauguratie van Obama. Genoeg voor uren talkshowmateriaal. Maar Kottke voert twee experts op die beide verhalen overtuigend en gemakkelijk debunken. 1) De speler is een Mormoonse Samoaan en in die cultuur zijn langeafstandsrelaties normaal en 2) een geluidstechnicus en een muzikant analyseren nauwkeurig het optreden en de ademhaling van Beyonce. Conclusie: ze zong echt.

    Ondertussen bindt Facebook-miljonair Chris Hughes de strijd aan met slechte journalistiek door het tijdschrift The New Republic nieuw leven in te blazen. Vandaag lanceerde hij, 10 maanden na zijn aankoop, de nieuwe website. De slimme jongen schakelde zijn oude baas in voor wat extra aandacht. En dus opent newrepublic.com met een interview met Obama, voor wie Hughes in 2008 de digitale campagne organiseerde. Hughes en een redacteur brachten 45 minuten in the Oval Office door en praatten over American Football, wapenwetten en het voortbestaan van The New Yorker en The Atlantic Monthly.

    De site is rustig en responsive vormgegeven en gericht op het aanprijzen van een paar goede stukken, in plaats van tientallen middelmatige artikelen waar misschien een hitje tussenzit (verdienmodel van meeste nieuwsblogs). Zie hoe rustig de pagina is als je eenmaal begonnen bent met lezen:

    Mooi detail: de rode balk laat zien hoe ver je in het stuk bent.

    Mooi detail: de rode balk laat zien hoe ver je in het stuk bent.

    Meer weten over wonderkind Hughes? Lees de column die ik vorige maand over hem schreef. Hij investeerde in ieder geval ook in Upworthy, een site die belangrijk nieuws op een sexy manier aanprijst. Onlangs deelden twee redacteuren op een conferentie hun tactieken. Normaal heb ik een hekel aan ‘zo-gaat-je-blog-viral-artikelen’, maar doordat deze zo praktisch is en vol goede voorbeelden en zelfspot zit, is ie zéér de moeite waard. Schrik niet van de poezelige katjes:

  9. Kom ook een keertje sigaren roken met Connie Palmen

    Krap twee jaar geleden begonnen Toine Donk, Tim de Gier, Daniël van der Meer en ik een boekenclubje waar drie bijzondere gasten over hun favoriete boek vertellen: Literaturfest. Gisteravond kwamen 400 mensen naar de Rode Hoed om te luisteren naar de aanbevelingen van Connie Palmen, Maartje Wortel en Sander van der Pavert van LuckyTV. Vaste gast Bas Heijne gaf een blitzcollege over De Maupassant.

    Foto: Literaturfest / Toine Donk

    Foto: Literaturfest / Toine Donk

    Allereerst, de boeken, en hoe ik ze vond.

    • Connie Palmen: Rituelen door Cees Nooteboom. Ik ben een lezer die leest wat er staat en dat gaat niet zo goed samen met Cees Nooteboom. Toch bestaat het halve boek nu uit ezelsoren. ,,Zolang je zelf nog niets deed, werd je leven bepaald door de mensen en dingen die erin verschenen.”
    • Sander van de Pavert: Then We Came to the End door Joshua Ferris. Heel droog kantoorhumorboek dat leest als een ode aan non-conformisme. Favoriete scene: wanneer een van de personages zichzelf een dag lang verplicht alleen maar in The Godfather-citaten te praten. Als een collega wat over een project wil vragen, zegt hij: ,,This one time I’ll let you ask me about my affairs.”
    • Maartje Wortel: Stoner door John Williams. Ontroerend boek over een docent aan een middelmatige universiteit wier vrouw en baas hem het leven zuur proberen te maken, en hoe hij aan zijn liefde, de literatuur, weet vast te houden. Tijdens het lezen schreeuwde ik soms ‘doe toch wat man!’.
    • Bas Heijne: Bel Ami door Guy de Maupassant. Meedogenloos boek over een boerenkinkel die zijn blinde ambitie botviert op het Parijs uit de negentiende eeuw. Hij is gedreven door doodsangst, kent geen moraal, maakt iedereen om zich heen kapot, maar is toch een heel aantrekkelijk personage.

    Maartje Wortel schrijft niet om herinnerd te worden, maar fantaseert wel van een Wortelstraat. Bas Heijne kon niet verklaren waarom alle vrouwen op Bel Ami vielen. Connie Palmen studeerde in mijn geboortejaar cum laude af op Cees Nooteboom en komt zevenentwintig jaar later nog steeds superlatieven te kort om het oeuvre van de reizende schrijver te prijzen. Gelukkig kon ze toevlucht zoeken in een voorraadje sigaren dat een geheime afgezant van Hajenius op tafel had gelegd. Die bevielen zo goed dat ze tijdens de literaire quiz aan tafel bleef zitten en de antwoorden de zaal in schreeuwde. Sander van der Pavert hoorde zichzelf praten – ‘ja, nu begin ik woorden als ‘hoop’ te gebruiken’ – maar werd gered door het heerlijke Ramsey-Nasr-bij-VPRO-Boeken-filmpje:

    Het feestje achteraf vatte bezoeker Anne Janssens al treffend samen:

    Op Literaturfest.nl staat een uitgebreider verslag. Keertje bij zijn? Entree is gratis. Hier ons programma voor de komende weken:

    Literaturfest bij de BNG Literatuurprijs

    Donderdag 7 februari 2013 – Jonge schrijvers die minstens twee boeken hebben gepubliceerd en ten onrechte nog niet landelijk bewierookt worden komen in aanmerking voor de BNG Literatuurprijs. Tijdens de uitreiking spreekt Literaturfest met kandidaten Auke Hulst, Joost Vandecasteele, Annelies Verbeke en Christiaan Weijts. De uitreiking is in de Amstelkerk op het Amstelveldje in Amsterdam.

    Literaturfest Stukafest

    Woensdag 27 februari 2013 – Met Literaturfest zijn we te gast bij Stukafest Amsterdam. Om 20u30, 21u30, 22u30 treden we op, ergens in de stad in een studentenkamer. Joost de Vries is in ieder geval onze gast, maar wat we precies gaan doen wordt pas later bekend. Het zal wel weer over boeken gaan.

    Literaturfest op Boekennacht

    Vrijdag 22 maart 2013 – Tijdens de boekennacht organiseert Literaturfest een programma in Spui 25 in Amsterdam. Tim is er niet bij die avond en wordt vervangen door Niña Weijers. Dat wordt me een boekennachtje hoor.

    Literaturfest Tien: Grote Jubileum Editie

    Donderdag 28 maart 2013 – De tiende editie van de grote live-show. Dit belooft een spetterende ode aan de literatuur te worden. Met sowieso schrijver Özcan Akyol. Er gaan ook geruchten over een draaiorgel. Daarover later meer.

  10. De Coen Brothers over de New Yorkse muziekscene uit de jaren zestig

    Een film van de Coen Brothers over de folksingers van de jaren zestig in New York, met een soundtrack van Bob Dylan, een rol van Drive-ster Carey Mulligan en keiharde vintage filters: waarom zou dit geen hit worden? Alsof ze de producers dachten: laten we iets maken wat al die twintigers op Tumblr leuk vinden.

    Inside Llewyn Davis komt volgens IMDB begin 2014 in Europa uit. Zin in!

  11. Silicon Valley wil experts aan het bloggen krijgen

    Experts zijn HEET. Silicon Valley stopt miljoenen in ze. Doet alles voor ze, als ze zich maar laten horen! ‘Schrijf asjeblieft’, smeken de technologie-investeerders, ‘zeg iets intelligents!’ Red ons van het twitterende, facebookende en instagrammende gepeupel. Met hun virtuele lynchpartijen, scheldkannonades op krantensites en blogs. Met dat hersenloze geretweet, dat naschreeuwen van de populairste volksmenners. Het was charmant hoor, die digitale revolutie. Wat genoten we ervan, toen ondernemer Evan Williams in 1999 met Blogger.com begon, waardoor iedereen zonder kennis van HTML opeens met twee muisklikken kon publiceren. En masse maakten we blogs aan.

    Foto: Scott Beale / Laughing Squid

    Evan Williams Foto: Scott Beale / Laughing Squid

    Zeven jaar later werd het nog gekker. Williams bracht Twitter op de markt. Nu hoefde je niet eens meer in staat te zijn een artikel te schrijven. Met 140 karakters had je al een virtuele stem. Lekker op de bank mensen op de televisie afzeiken.., schrijven dat het sneeuwt.., wedstrijdje doen wie het snedigst over treinvertragingen kan klagen. Het leverde Silicon Valley ‘content’ op en dus miljoenen aan advertentiegeld. Maar nu iedereen publiceert, zijn we allemaal slaaf van de online hype geworden. We tumbleren in de rondte, starten de ene na de andere ‘meme’ en verzuipen langzaam in de overvloed van ‘user generated content’. Geschreven tekst is waardeloos geworden, een commodity. Niets meer dan een middel om je publiek te kunnen ‘targeten’. Kranten sterven, want nieuws is gratis.

    Silicon Valley heeft een kater. In hun luxe condos verbijten de pioniers van de digitale revolutie zich. Ze willen hun fouten goedmaken. Willen de kwaliteit naar boven brengen. Dus hijsen ze ‘de expert’ weer op het schild. Williams lanceerde vorig jaar Medium.com, een besloten blogsysteem waar ‘de nadruk op de inhoud ligt‘. Als je niet grappig bent en dus geen tienduizend twittervolgers hebt, mag je nog steeds langskomen van Williams. Zolang je maar slimme dingen schrijft.

    Williams heeft meer strijdmaatjes. Op Svbtle.com komen het plebs er ook niet in. ‘Perfectionisme, minimalisme and intellectuele superioriteit‘, daar draait het bij Svbtle om. Als je eenmaal langs de ballotage bent, krijg je gratis factcheckers en eindredacteuren tot je beschikking. Drie van de meest prestigieuze investeerdersfondsen staken begin dit jaar hun geld in Svbtle. Lang leve de experts!

    Dat roepen ze ook bij Quora. Ooit was Adam D’Angelo CTO bij middelmatigheidsbastion Facebook, nu richt hij zich alleen nog maar op experts. ‘Meer dan een miljard mensen gebruiken het internet, maar slechts weinigen delen hun kennis’, aldus D’Angelo. Daarom kan het volk sinds 2009 op Quora vragen stellen aan experts. Gisteren lanceerde D’Angelo óók een blogplatform waarbij slimme blogposts hevig gepromoot worden, want ‘het internet barst van experts zonder publiek’. Silicon Valley zal dat wel eens eventjes oplossen.