Dankzij Das Mag is de boekenuitgeverij weer een beweging

Das Mag (disclosure: ik ben investeerder) is een nieuwe uitgeverij die deze maand van start ging met een campagne waar ruim 3.100 crowdfunders 50 euro betaalden voor de eerste drie boeken. NRC-redacteur Arjen Fortuin beschrijft hoe er in de boekenwereld vooral ‘gemokt’ wordt over Das Mags (hogere) royalties en bindwijzes. Maar waarom zien zij niet dat het meest innovatieve aan Das Mag is dat ze van een uitgeverij weer een beweging maken?

Ik denk dat het een uitgeverij wordt die je gaat volgen omdat je de smaak van het huis vertrouwt. Waar je evenementen van bezoekt. En eentje die ook nog eens écht durft te investeren in directe verkoop aan lezers. Waardoor er meer geld overblijft (42 procent van de verkoopprijs) om te steken in boeken. Ja, uitgevers waren vroeger ook een merk. Maar toen waren er nog geen sociale media en directe verkoopkanalen. Dus ik ben heel benieuwd wat er gebeurt als een uitgeverij hier vol op inzet.

Nu.nl: wilt u alstublieft uw adblocker uitzetten?

Sommige sites blocken de adblocker, dat werkt averechts, want dan misgun je het een uitgever al snel. Nu.nl slaat een slimmere toon aan. De hoofdredacteur klom in de pen en schreef:

‘Wij zien dat u een adblocker gebruikt [..]. Dit vinden wij jammer, want NU.nl is mede dankzij deze advertenties gratis toegankelijk. Wilt u een uitzondering maken voor NU.nl?’

Als je daarop klikt, kom je op je deze pagina, waar uitgelegd wordt dat Nu.nl ‘geen opvallende en zware advertenties toont’. De homepage-takeovers behoren blijkbaar tot het verleden.

Ik belde even met de uitgever van Nu.nl, Joost Bon, die overigens niet wakker ligt van adblockers. Het was volgens hem vooral een hype rond de introductie van adblockers in iOS, maar op desktop is het al ‘een heel oud fenomeen’.

Toch experimenteert de grootste nieuwssite van Nederland wel met alternatieve verdienmodellen. Zo plaatste ze onlangs een oproep of lezers wilde laten weten of ze voor een advertentievrije app van nu.nl geld willen betalen. Bon wil nog niks over de respons zeggen (vond ie wel ‘laf’ van zichzelf).

Imposant profiel over de toekomst van Facebook

Fast Company publiceert altijd prachtige profielen, en het is het blad nu weer gelukt. In een compact stuk beschrijft de journalist de drie belangrijkste onderzoeksrichtingen van Facebook, wat inmiddels anderhalf miljard gebruikers heeft:

1. Artificial intelligence: zodat Facebook beter kan besluiten wat relevant is voor gebruikers. Want we staan nog maar aan de vooravond van het tijdperk van de Information Overload.

2. Virtual reality: volgens Facebook een belangrijke interface van de toekomst, en daarom willen ze er een goed operating system voor bouwen.

3. De rest van de wereld online krijgen: zodat Facebook vier miljard extra potentiële gebruikers tot haar beschikking heeft. Er worden drones gebouwd die met lasers internet op de wereld afschieten. Ja, echt.

Uh, nogal een leestip dus.

Klik hier om het besproken artikel te lezen

‘Twitter Moments ideaal voor hoogtepunten uit de sport’

Platforms versus de Media, deel 10.000.

Deze Amerikaanse journalist kijkt niet meer naar een televisieprogramma dat de hoogtepunten uit de Amerikaanse competities uitzend. Want, schrijft hij, die functie heeft Twitters redactionele dienst Moments over genomen. Daar ziet hij alle mooie dunks uit de NBA, vechtpartijen uit de NHL en touchdowns uit de NFL.

Het is slechts één gebruiker, maar ik kan me de usecase goed voorstellen. Als Twitter hoogtepunten uit de sport in de aanbiedt, zet ik Studio Sport er ook niet meer voor aan.

Moments is nog niet beschikbaar in Nederland én zou een deal moeten sluiten met FOX voor de doelpunten. Tot die tijd blijf ik lekker doelpunten op goalvanhetweekend.nl kijken.

Klik hier om het besproken artikel te lezen

Experiment: volg een groot nieuwsverhaal via e-mail

In de serie ‘elke publicatie is tegenwoordig een e-mailbedrijf‘ (want omdat lezers niet meer naar voorpagina’s surfen, moet je ze op een andere manier aan je bestaan herinneren) is dit een nieuwe interessante aflevering: The New York Times gaf lezers afgelopen weekend de mogelijkheid om Parijs te volgen via e-mail, Bij belangrijke updates stuurt de krant je dan een berichtje, zodat je erop kunt vertrouwen niets belangrijks te missen.

Bij De Correspondent hebben we deze week weer enkele nieuwe persoonlijke nieuwsbrieven geïntroduceerd (hallo Blauw, hallo Mommers), na twee succesvolle experimenten met nieuwsbrieven van Rutger Bregman en ondergetekende.

En vergeet deze mooie reminder van The New Yorker niet!

Paywalls en de publieke functie van kranten

Deze column van Maarten Reijnders was afgelopen weekend weer actueel. ‘Als kranten zich achter een betaalmuur verschansen, ondergraaft dat hun invloed op het publieke debat nog verder’, waarschuwde hij in 2013.

Want in deze tijden van nood zie je dat je mét paywall je publieke functie niet goed kunt vervullen. Opeens valt het op dat als jij een paywall hebt, mensen de benodigde informatie wel ergens anders opzoeken. Daardoor kun jij als journalist de democratie niet optimaal meer dienen, omdat je minder burgers informeert. Daarom haalden veel kranten afgelopen weekend hun paywall tijdelijk weg.

Maar kranten hebben natuurlijk óók geld nodig om hun publieke functie te kunnen vervullen. Ik denk dat we daarom naar slimmere paywalls moeten. Laat bijvoorbeeld nieuwsverhalen voor de paywall staan (want nieuws is een commodity) en biedt achter de paywall meer dan alleen verhalen, maar bijvoorbeeld ook een community.

 

We hebben een interface nodig voor het debunken van valse informatie

Toen ik vrijdag en zaterdag eindeloos Twitter refreshte, merkte ik dat veel mensen in mijn Timeline zich bewust waren van het risico op valse geruchten. Elke paar tweets kwam er iets in de trant van ‘Is dit bevestigd?’ voorbij.

Maar toen ik hoorde dat bijna 30.000 mensen een tweet van het parodie-account @ProfJeffJarvis over de verduisterde Eiffeltoren retweette, realiseerde ik me dat die kritische blik beroepsdeformatie is. Alleen als je in de media werkt, ben je je écht bewust van de mediawetten.

Several actual news organizations retweeted ProfJeffJarvis, even though the item was “prima facie absurd,” and the source’s avatar was an old man wearing a beer-funnel baseball cap, with a bio that labeled him a “hyperglocal thinkfluencer” who had co-founded the “Mogadishu:REinvent unconference.” He hadn’t even tweaked his Halloween Twitter handle, “Scary PJJ 2016.” He was trusted even though he begged people not to trust him.

Daarom is dit artikel van Claire Wardle zo interessant. Zij is lid van First Draft, een collectief dat zich bezighoudt met het verifiëren van nieuws en ooggetuigenverslagen van sociale media. Een filmpje uit Syrië? First Draft is erin gespecialiseerd de echtheid ervan te onderzoeken.

Wardle pleit voor een betere debunk-interface. Simpel gezegd: als valse informatie tijdens grote nieuwsgebeurtenissen als de aanslagen in Parijs viraal gaat, hebben we een zeer duidelijke interface nodig die overbrengt dat de informatie niet klopt. Want, schrijft Wardle, “foutieve informatie beïnvloedt hoe mensen over elkaar denken, over mensen met een ander ras, of andere religie.” Journalisten alleen kunnen dit niet aan, daar is hun bereik te beperkt voor.

Zelfs als een medium zichzelf rectificeert, is het oorspronkelijke (en dus foute) bericht nog steeds populairder:

Kijk maar naar het aantal retweets
Kijk maar naar het aantal retweets

Ook de round-up-artikelen (bijvoorbeeld deze van Buzzfeed) waarin de grootste valse geruchten worden opgesomd vindt ze mosterd na de maaltijd.

Wardle pleit voor een zeer duidelijke visuele taal die ervoor zorgt dat het publiek meteen ziet dat een tweet niet klopt. De verantwoordelijkheid hiervoor zou bij Twitter kunnen liggen. Fair enough, die hebben tegenwoordig toch journalisten in dienst voor de dienst Moments.

De Franse tak van Buzzfeed geeft alvast het goede voorbeeld:

CTyktD2VAAAQC7V

PR-bedrijven gebruiken Facebook-advertenties om journalisten te bereiken

De kop van dit Wall Street Journal-artikel zegt het eigenlijk allemaal al, en het is best een logische zet van PR-bedrijven. Je wilt journalisten bereiken, die allemaal een overvolle mailbox hebben en van nature sceptisch zijn als een PR-persoon ze iets stuurt ‘dat misschien wel interessant’ voor ze is. Rechtstreeks mailen wordt daardoor onaantrekkelijk. Dus waarom zou je dan geen ruimte in hun Facebook Newsfeed kopen?

De grote vraag is dan: werkt het ook? En zijn journalisten over het algemeen web-savvy genoeg om te herkennen dat het om een targeted post gaat? Hint: kijk naar het ‘sponsored’-label.

Ik moet toegeven dat ik vaak interessante dingen in mijn Newsfeed tegenkom die ‘sponsored’ zijn, simpelweg omdat bedrijven nu in staat zijn heel goed te targeten. Daarmee is de kans ook groter dat ik het interessanter vindt. En dus ook dat de PR-persoon slaagt in z’n opzet.

Klik hier om het besproken artikel te lezen

6 uur vrijmaken voor een idee waar je maar niet aan toekomt

Iedereen heeft wel van die ideeën die je niet loslaten. Een idee voor een boek, event, blogpost, of misschien een geheel nieuwe publicatie. Via m’n Timehop kwam ik deze oude blogpost tegen die je adviseert 6 uur vrij te maken voor zo’n idee en te kijken hoe het werken eraan bevalt en of het verdere moeite waard is.

Stop met uitstellen, en gebruik deze relatief ‘goedkope’ check om te zien of het idee echt zo top is.

Klik hier om het besproken artikel te lezen

Interessant nieuw opinie-format op Medium: You Tell Me

Bijzonder interessant nieuw format bij platform-meets-publicatie Medium: een auteur stelt een vraag aan andere auteurs. Dat klinkt nog vrij straightforward, maar het interessante aan de serie ‘You tell me’ is dat er allemaal schrijvers reageren die zelf met de poten in de modder staan of hebben gestaan.

Zo reageren op een vraag van mediajournalist John Herrman over de journalistieke macht van technologiebedrijven onder andere de oud-hoofdredacteur van The New York Times en de oprichter van Blogger, Twitter en, jawel, Medium. Het ironische aan deze reeks antwoorden over de macht van platforms versus journalistieke publicaties is dat de reeks zelf aantoont dat je voor een publieke briefwisseling op hoog niveau niet meer de opiniesectie van een krant nodig hebt.

Klik hier om het besproken artikel te lezen

De illegale video-imperiums op Facebook

Oké, dus Facebook is goed voor 8 miljard bekeken video’s per dag. Maar veel bekende videomakers tekenden protest aan tegen de jubelstemming die rondom deze indrukwekkende cijfers heerst.

Ten eerste telt Facebook drie seconden een ‘mute’ video zien al als een view. En uit extern onderzoek blijkt dat na 30 seconden slechts 21 procent van de kijkers nog steeds kijkt (ten opzichte van 81 procent bij YouTube).

Ten tweede bleek uit onderzoek van Ogilvy in het eerste kwartaal van 2015 dat van de 1.000 populairste Facebook-video’s er 725 filmpjes gestolen waren van YouTube-accounts.

Dus een Facebook-gebruiker zoekt op YouTube naar een filmpje, downloadt deze (daar heb je scriptjes voor) en uploadt ‘m vervolgens onder z’n eigen naam. Als de originele maker protest aantekent, neemt Facebook soms dagen de tijd om actie te ondernemen. Op dat moment heeft het grootste gedeelte van het potentiële publiek het filmpje al gezien. Volgens video-ondernemer Hank Green, die 30 man in dienst heeft, is het absurd dat een miljardenbedrijf als Facebook geen automatisch rechtensysteem heeft zoals YouTube. Als je daar materiaal waar copyright op berust uploadt, herkent de software dat meteen.

Voor wie geen tijd heeft om te lezen, explainer-gigant Kurzgesagt.org (1,3 miljoen YouTube-abonnees), vat het probleem samen in vijf minuten: