Tag Archives: facebook

Ken je het Overige-mapje op Facebook al?

Het is een schatkamer aan onontdekte berichten. Van wanhopige versierpogingen tot oude vrienden die weer contact zoeken.

Voor De Correspondent schreef ik een column over het fenomeen,  en wat we er van kunnen leren:

Wat het heerlijke Overige-mapje op Facebook ons wil zeggen

Het leverde twee prachtige reacties op de Facebook-pagina van De Correspondent op:

Screenshot 2014-07-17 16.58.05

facebook home laat likkende hond zien

De blauwe gloed van Facebook Home

Het lijkt me bijzonder onaangenaam dat wanneer mijn vriendin mijn telefoon pakt, ze een bikinifoto van een van haar vriendinnen als wallpaper ziet. Ik denk dat veel mannen dat met me eens zijn. Toch lopen vanaf 12 april duizenden, misschien wel miljoenen kerels dat risico. Zij hebben dan Facebook Home geïnstalleerd, een programma dat bepaalde types Android-telefoons in een ware Facebook-telefoon omtovert. „Dit is de beste versie van Facebook die er bestaat”, zei Mark Zuckerberg bij de presentatie.

Natuurlijk zegt hij dat, hij moet wel. Continue reading

lolita had vast een interessant facebookprofiel gehad

Facebook maakt jacht op tieners

Als ik zie dat iemand vrijwel alleen maar zelfportretten op Instagram zet, ervaar ik gevoelens van medelijden. Doet ie dat nou uit onzekerheid? Zonder ironie jezelf vastleggen is niet meer cool, maar narcistisch. ‘Het tijdperk van opscheppen is over‘, kopte The Verge. Niet al mijn generatiegenoten zijn het daar mee eens, maar volgens Amerikaanse technologiebloggers leven vrijwel alle tieners bij dat adagium. Jongeren construeren een imago door te tonen wat ze mooi vinden, in plaats van zichzelf zo mooi mogelijk vast te leggen. Dus verruilen die pubers netwerken waar het om jezelf draait – Facebook – voor netwerken waar het om je smaak en selectie gaat. Zoals Instagram. Terwijl iedereen boven de achttien jaar dacht dat Instagram een app was waar je de amateurfotograaf moest uithangen, gebruiken tieners het als een sociaal netwerk. Ze maken screenshots van briefjes die ze in de Notitie-app tikten, kopiëren opvallende foto’s van nieuwssites en houden elkaar zo op de hoogte.

Of neem Tumblr, in Amerika is dat volgens sommige onderzoeken al bijna populairder onder jongeren dan Facebook. Voor volwassenen is het een blogservice, voor tieners een reblogservice. Ze schrijven zelf niks, ze rebloggen alleen maar foto’s, video’s en Animated GIFjes van hun favoriete bands en beroemdheden. Net zoals je vroeger stickers op je schoolagenda plakte, gebruik je nu Tumblr voor zelfexpressie. En zoals je ouders vroeger niet je schoolagenda mochten inkijken, begeven tieners zich op netwerken waar volwassenen hen niet weten te vinden.

In hun zoektocht naar privacy stuiten jongeren op apps als Snapchat, waarbij je elkaar foto’s kan sturen die zichzelf na tien seconden vernietigen. Wat een contrast met Facebook, waar moeders meekijkt (en ideaal voor naaktfoto’s, lijkt het).

Technologiejournalisten interviewen nu uit pure paniek hun neefjes en nichtjes, om ‘the next big thing’ maar niet te missen – ‘OMG, mijn zusje leest helemaal geen tekstblogs!‘. Maar de keiharde zakenlui achter Facebook hadden het probleem allang gesignaleerd. In hun jaarverslag schreven de Facebook’ers dat tieners steeds minder tijd bij hen doorbrengen en steeds meer op ‘services als Instagram’. Gelukkig lijfde Facebook voor haar beursgang nog snel even Instagram voor een miljard dollar in. En dat Snapchat? Facebook lanceerde een exacte kopie, genaamd Poke. Een flop, maar de app laat wel zien dat Facebook relevant probeert te blijven voor een generatie die hele andere ideeën van sociale media heeft, dan de generatie die ze ooit heeft bedacht.

absinthe

Laat je niet afleiden door directe erkenning

Soms word ik overvallen door de angst dat ik bij een verloren generatie hoor. Een club die nooit tot grootse daden in staat zal zijn, omdat we ons alleen maar laten leiden door directe erkenning.

Wij mensen hebben succes altijd al gemeten aan de hand van andermans waardering, dat is niet veranderd. Het grote verschil is dat we onszelf dwingen continue te publiceren over ons leven. Dat elke stap die we zetten, eigenlijk op onze Wall of Timeline thuishoort. Je ziet de successen dagelijks voorbijvliegen. De wereldreizen, de promoties, de vernissages. Daar hoor je dan iets tegenover zetten. Hoeveel likes leveren jouw acties op?

Denk niet dat alleen extreem onzekere types angstvallig de online reacties op hun leven in de gaten houden, ook ‘s lands denkers laten zich daardoor beïnvloeden. Ik ken geen enkele columnist die niet precies weet hoe vaak zijn column geretweet is. Ik hoor ze weleens zeggen dat het ene stukje wat ze zelf een beetje makkelijk vonden, ongelooflijk goed scoort op Twitter. Maar die column waar uren denkwerk in zat, deed helemaal niks. Zou het dan niet, heel misschien, dat ze steeds vaker zo’n makkelijk stukje tikken? Dat is immers wat de lezers willen. Dat is wat verkoopt. Dat is wat ze direct terugzien op hun bankrekening, en aan de goedkeurende blikken op straat.

Meesterwerken leveren vaak eerst weerstand op, voordat ze jaren later de hemel in worden geprezen. In een tijd waar likes en retweets de norm zijn, is het lastiger om zonder erkenning aan een groot project te zwoegen.

Als we überhaupt aan een avontuur durven te beginnen. Want we weten: als we falen, kan iedereen daarvan meegenieten. Stel dat je een eigen bedrijf begint. Vroeger hadden kennissen daar pas van gehoord als het daadwerkelijk van de grond was gekomen, maar omdat je volgens de mores van sociale marketing vanaf dag één over het idee facebookt, weet iedereen wanneer het mislukt. Sta je voor lul. Niet zo handig, voor de van nature risicomijdende mens. Je past wel op, met het opzeggen van die saaie baan. Iedereen kan elk moment het gat op je LinkedIn-cv zien.

Misschien is mijn angst irrationeel. Misschien moeten we gewoon even wennen aan de continue feedback op ons leven. Als het voor mijn generatie maar niet te laat is.

blogdiscussie als in het lagerhuis

Deze Fransman toont hoe je met één tweet de reacties op je blog overbodig maakt

Lieve lezers, ik worstel een beetje met blogreacties. Volgens klassiek onderzoek van Jakob Nielsen uit 2006 reageren 1 op de 100 lezers op een blogpost. Als ik naar mijn statistieken kijk, lijkt dat te kloppen. Maar door de opkomst van Twitter en Facebook krijg ik op andere plekken tientallen reacties. Neem bijvoorbeeld mijn stuk over taxiservice Uber: 1 reactie op Pfauth.com tegenover 31 reacties, 265 likes en 44 re-shares op Facebook.com:

Screenshot Facebook
Screenshot Facebook

Als je die cijfers ziet, zou een linkje naar de Facebook-discussie moeten volstaan. Praat daar lekker mee, dat scheelt ook weer ruimte op deze blog (ik vind die Disqus.com-layout verschrikkelijk lelijk). Op Pfauth.com lees je, op je netwerken reageer je.

Af en toe zie ik bijzondere voorbeelden van bloggers die zulke drastische maatregelen durven te nemen. Zo stuitte ik vandaag op de blog van designer Sacha Greif. Hij heeft geen reacties op zijn blog, maar sluit de bijbehorende tweet in om discussie te stimuleren:

Screenshot Sacha Greif

Bezoekers hebben zo een centraal punt waar ze vanuit hun eigen naam kunnen reageren, want alle reacties worden onder de tweet verzameld. Nadelen zijn dat je slechts 140 tekens hebt om te reageren (ik haat twitterdiscussies) en dat alleen twitteraars mogen meedoen met de discussies. In zijn doelgroep geen probleem, maar op deze blog komen meer Facebook-gebruikers heb ik het idee. Maar voor techblogs is Greifs oplossing volgens mij perfect.

Ik blijf zulke oplossingen documenteren, tot je op een dag mijn drastische maatregel ziet.

(Deze Fransman is trouwens ook verantwoordelijk voor een interessant curatie initiatief: hij verzamelt elke dag de vijf beste links naar stukken over webdesign. Overzichtelijk, en een goed ritme. Elke morgen om negen uur krijg je ze via de mail bezorgd. Zie Sidebar.io.)

nrcnreader

Met Reader neemt NRC afscheid van eeuwenoude krantenmal

Het lijkt alsof journalisten steeds meer naar wensen van lezers luisteren, dat ze zien dat een pakketje nieuws uitbrengen niet meer genoeg is. Natuurlijk, er zijn nog duizenden mensen die een flink bedrag overmaken om dagelijks verrast te worden door de brede selectie van een redactie, maar tegelijkertijd kijken jongeren gemiddeld slechts een kwartiertje per week naar een dagblad om. Zij maken hun selectie met facebook- en twittervrienden en kranten moeten hun verschijningsvorm daar op aanpassen. Het lef hebben om artikelen uit hun stokoude context te halen. Eeuwenlang maakten ze bladvulling om de belangrijkste verhalen heen, nu hebben jongeren daar opeens geen tijd meer voor.

Met een nieuwe app – NRC Reader – doet NRC nog een moedige stap in die nieuwe richting. Zeven dagen per week kiest de hoofdredactie acht NRC-artikelen die je gelezen móét hebben. In een kwartiertje kan je ‘m uit hebben. Ik hoorde de hoofdredacteur tijdens een spreekbeurt eens zeggen dat 60 procent van de opzeggers uit tijdgebrek afscheid neemt van de krant, dus in dat opzicht is NRC Reader een logische stap. Nee, je hebt geen tijd voor teksten die je misschien interesseren, je wil doelgericht en efficiënt geïnformeerd worden. Je laten verrassen doe je wel op Facebook.

Schitterend van werk van Ward Wijndelts, Thijs Niks en Jelle PrinsMoop.Me. Maar kannibaliseert NRC niet zo haar krantenabonneebestand? Zoals een vriend van me altijd zegt: ,,Als mensen bananen willen, geef je ze bananen. En anders doet de concurrent dat wel.” Apple, dat bedrijf dat we allemaal zo graag als voorbeeld aanhalen, concurreerde haar eigen iPod ook kapot met de iPhone en iPad.

Gisteren werd elders nog een lezerswens ingelost. De diehards van De Nieuwe Pers (DNP) brachten krap een jaar na het omvallen van hun gratis papieren krant een nieuwsapp uit waarmee lezers abonnementen kunnen nemen op specifieke journalisten. Eindelijk. Wanneer kopiëren andere kranten die abonnementsvorm? Ik hoef niet de hele Volkskrant te lezen – geen tijd voor -, maar ik wil wel graag een abonnement op de voorpaginacolumn van Grunberg. Nu verdient de Volkskrant geen cent aan me, dan opeens wel. Zo verdwijnt langzaam de mal van de klassieke krant. Simpelweg omdat de lezer dat eist.

rouwadvertenties

Feliciteer geen overledene

Twee weken geleden overleed een 26-jarige jongen uit Amersfoort aan de gevolgen van een ziekte. Afgelopen woensdag zou hij 27 jaar oud zijn geworden. ‘Happy birthday’ en ‘gefeliciteerd’ schreven facebook-vrienden op zijn profiel. Een vrouw reageerde op een van de berichtjes. ‘Dit vind ik eerlijk gezegd heel ongepast’, tikte ze, met als ondertekening ‘zijn moeder’.

Ze weet waarschijnlijk niet hoe Facebook werkt. Dat die vage kennissen die verjaardagswensen plaatsen, weinig te verwijten valt. Ze hadden het verschrikkelijke nieuws gemist, maar werden die morgen wel door Facebook op de verjaardag van de jongen geattendeerd. Om hem te feliciteren hoefden ze niet naar zijn profiel, want Facebook maakt het ze lekker makkelijk. Gewoon naast de verjaardagsmelding een felicitatie tikken en op ‘enter’ drukken. Weten zij veel dat de jongen niet meer leeft.

Routinefeliciteren gaat negen van de tien keer goed. Dan voelt Facebook een dag lang als een warm bad voor de jarige. Maar nu zit een kring van intimi ontzet achter de computer. Ook als je Facebook wél begrijpt, komen die felicitaties waarschijnlijk als mokerslagen aan.

Als nabestaande kan je op Facebook het ‘Memorialization Request‘ invullen, dan verandert het profiel van de overledene in een condoleanceregister, of wordt het verwijderd. Nabestaanden van jonge overledenen hebben hier waarschijnlijk meer baat bij dan bij het versturen van rouwkaarten, dus waarom behoort het invullen van zo’n formulier dan niet tot de standaardprocedure van alle uitvaartondernemers?

Ik denk omdat we in een rare tussenfase zitten. Aan de ene kant kijken we nog een beetje schamper naar die sociale netwerken. Kwalificeren we ze soms als ‘niet echt’, en zetten we ze nadelig af tegen ‘echt contact’. ‘Ik zie me vrienden liever in de kroeg, in plaats van achter een beeldscherm’, je kent de clichéretoriek wel.

Aan de andere kant spenderen we met z’n allen miljoenen uren per dag op Facebook. We ontmoeten er de liefde van ons leven. Verpesten er vriendschappen. Houden de hele dag honderden kennissen op de hoogte van ons wel en wee. Snakken naar likes. Dat maakt een sociaal netwerk – ondanks al haar zwakheden – de aorta van ons sociale zijn.

Die tegenstelling komt op het profiel van de overleden jongen uit Amersfoort verschrikkelijk pijnlijk tot uiting. Niemand herinnerde de nabestaanden er dringend genoeg aan dat hij op Facebook doorleefde. Zijn account is nog steeds actief. Valt Facebook misschien ook iets te verwijten? Zouden zij niet meer mensen moeten zetten op het nalopen van overledenen? Of de overlijdensprocedure meer onder de aandacht moeten brengen? Een ding weet ik zeker: later kijken we beschaamd terug op hoe we in de jaren tien hortend en stotend leerden hoe die nieuwe media in ons dagelijks leven pasten.

20130116-175755.jpg

Verslaafd aan likes

Een like-verslaving, misschien moet ik het zo noemen. Gisteren blikte ik al terug op de gevolgen van twee weken dagelijks bloggen, vandaag weer. Ik heb in 2013 vermoedelijk zo’n 8000 woorden bij elkaar getikt, bijna een kwart van m’n eerste boek. Toch zit in het schrijven van dit blog niet het meeste werk. Een uurtje per dag, niet meer. Nee, de meeste tijd gaat op aan mijn like-verslaving.

Omdat ik dagelijks een stukje schrijf, krijg ik elke dag weer reacties. Via Twitter-mentions, in Facebook-comments en onderaan elke blogpost. Dan zijn er de retweets en de likes. Die houd ik in de gaten en ja, die voelen lekker. Dat iemand het de moeite waard vindt om jouw werk aan zijn of haar volgers te tonen, blijft bijzonder. Dan is er nog het aantal nieuwsbriefabonnees wat ik kan bekijken, de nieuwe volgers op mijn Foursquare-lijsten, om over Google Analytics nog maar te zwijgen.

Allemaal impulsen. Allemaal kleine gebeurtenissen die me even een lekker gevoel geven. Instant behoeftebevrediging. Je moet wel heel sterk in je schoenen staan om tijdens een verloren moment niet even te ’scoren’.

Waarschijnlijk zijn we allemaal like-verslaafd. Iedereen die wel eens een status update plaatst, wil weten of ie lekker loopt. Daar doe je het toch voor? En op zich is er niets mis mee. Er vallen geen slachtoffers. Je voelt je er beter door. Beter verslaafd aan likes, dan aan porno.

Toch wil er vanaf. Want: elke minuut die ik aan het naar beneden trekken van mijn Twitter-app-schermpje besteed, kan ik niet in werk steken dat me verder brengt. Zoals het design van Brainsley, of het lezen van een boek voor Literaturfest.

De ideale blogger zet zijn stuk online, reageert dan nog op slimme reacties, maar werkt verder geconcentreerd door. Al zijn tijd besteedt hij aan creatie, en niet aan het zoeken naar erkenning.

Dus daarom gooit deze blogger de sociale apps (weer) van zijn telefoon. Klaagt hij even bij zijn lezers. Om vervolgens weer stug door te tikken.

– geschreven op mijn telefoon. Eventuele spelfouten haal ik er nog uit.

superbowl

Facebook heeft niks meer met vriendschap te maken

Ik durf te wedden dat ik de eerste ‘Ernst-Jan’ op Facebook was. De dag na de Superbowl van 2007 werd ik lid. Ik liep stage in New York en had de groep Amerikanen met wie ik de wedstrijd keek ernstig in verlegenheid gebracht toen ik toegaf nog geen lid te zijn van het universiteitennetwerk. Dat ze zo’n jongen in huis hadden gehaald…! Een outcast! Dus opende ik de dag erna braaf een account en vocht me zo weer een weg terug in de groep.

Voor de foreign charm maakte ik een album ‘Amsterdam’ aan, waar ik foto’s inzette van vrienden uit Nederland. Het was zo persoonlijk als een papieren fotoalbum. Nu, zes jaar later, kan ik me niet voorstellen zulke privéfoto’s online te zetten. Een familielid tagde me laatst in een ‘we poseren gezellig rond de kerstboom’-foto. In 2007 was dat doodnormaal geweest, nu reageerden al mijn vrienden alsof ik er naakt op stond. Ik kreeg waarschuwings-smsjes; ‘weet je wel wat er op je profiel staat?’.

Facebook heeft niks meer met vriendschap te maken. Ik kan me nog het euforische gevoel herinneren van mijn eerste verjaardag op Facebook. Al die felicitaties! Inmiddels is feliciteren een routineklusje geworden. Even de jarigen van de dag afwerken, die je felicitatie vervolgens liken. Zielloze bende.

Voor de uitnodigingen van feestjes hoef je ook niet meer op Facebook te zitten. Omdat alle partypromotors de events-functie nu definitief ontdekt hebben, wordt elke Facebook-gebruiker kapot gespammed met uitnodigingen en updates, binnen diezelfde uitnodigingen. Toen vriend Tjeerd laatst via Facebook een gezellig avondje wilde organiseren, reageerde er vrijwel niemand. ‘Strak plan Tjeerd’, schreef een andere vriend, ‘maar het is niet alsof mensen nog doorhebben dat ze ergens invites voor krijgen’.

photo

Het enige Facebook-pleziertje wat ik nog kan bedenken is het dwangmatig checken of die nieuwe Facebook-vriendin misschien bikinifoto’s in haar fotoalbum heeft staan. Verder zie ik alleen nog lelijke reclames die rechtstreeks uit de jaren negentig lijken te komen, voor foute spelletjes, of schimmige financiële programma’s. Ik zie vrienden de fucking ING-bank liken, zonder dat ze het zelf door lijken te hebben. En toch, toch ga ik Facebook niet verlaten. Met vriendschap mag het sociale netwerk dan wel niks meer te maken hebben, professioneel gezien is het nog wel hartstikke interessant. Want bij gebrek aan beter online tijdverdrijf, zwerven er nog steeds honderden kennissen rond, die bijvoorbeeld deze column wel willen lezen. Of willen doorklikken naar mijn blog. Facebook is voor mij een plek waar ik m’n schrijfsels onder de aandacht breng. Niets meer, niets minder.

En m’n vrienden? Die spreek ik, net als half Nederland, gewoon lekker in een afgesloten Whatsapp-groep.

chris hughes

Waarom Chris Hughes een moderne held is

Chris Hughes. Foto: Flickr / Union Square Ventures
Chris Hughes. Foto: Flickr / Union Square Ventures

Chris Hughes (1983) heeft een babyface, een nette scheiding in zijn blonde coupe, is goed voor minstens 600 miljoen dollar en is eigenaar en hoofdredacteur van The New Republic, een soort Amerikaanse Groene Amsterdammer. Zijn fanblog heet dan ook ‘Chris Hughes is Better Than You’. Hughes, kind van een krantenverkoper en middelbareschoollerares, groeide op in een conservatief gat en zocht een way out. Hij tikte op Yahoo ‘Best High Schools in America’ in, werd aangenomen op de oude school van de Bush-presidenten, kwam daar uit de kast en vervolgde zijn studie op Harvard. Zijn roommate Mark was daar met een grappig project bezig: ‘The Facebook’. Hughes bedacht het legendarische uitrolsysteem, waarbij Facebook nieuwe universiteiten één voor één aansloot.

Tijdens deze zegetocht kreeg Hughes een mailtje van de assistent van een onbekende senator „die dat Facebook weleens uit wilde proberen”. Obama, was zijn naam, Barack Obama. Hughes verliet Facebook om de online presidentscampagne te leiden van een kandidaat die vrijwel zeker van Hillary Clinton zou verliezen. Via het door hem bedachte MyBarackObama.com stuurde Hughes tienduizenden vrijwilligers aan en schreef voor de tweede keer mee aan een hoofdstuk in de wereldgeschiedenis.

Daarna ging hij op z’n bek.

Continue reading

Een anonieme pornocarrière kan je wel vergeten

Wie een anonieme carrière in de porno-industrie ambieert, kan dat beter vergeten. Sterker nog, wie denkt dat hij al een anonieme seksfilmcarrière achter zich heeft liggen, zit er ook naast.

De pornoboeren hebben een nieuwe techniek ontdekt: gezichtsherkenning. Op sites als sexfacefinder.com kun je een foto uploaden van iemand die je het liefst in een seksfilm ziet spelen. De buurman bijvoorbeeld. Sexfacefinder.com doorzoekt de database of de buurman ooit voor een camera heeft gecopuleerd. Als dat niet zo is, zoekt sexfacefinder.com een paar look-a-likes voor je op.

Natuurlijk wisten we al dat Facebook en Google zich gezichtsherkenningstechnieken eigen hebben gemaakt. Maar om hun gebruikers niet boos te maken, zijn ze terughoudend met gedurfde toepassingen. De porno-industrie laat nu zien dat het gevaar van gezichtsherkenning afhangt van de database die je erachter hangt. Wat als amateurpornoservice YouPorn gezichtsherkenning introduceert? Al die arme jongens en meisjes die door een rancuneuze ex op het web zijn gezet, heb je zo opgespeurd. Continue reading

MSN (1999-2012)

Ze hebben MSN vermoord. Als een vod ingeruild voor Skype, omdat dat overzichtelijker is voor moederbedrijf Microsoft. Hoewel ik al jaren niet meer chat, doet het nieuws toch pijn. Het was dé service die samenviel met de opkomst van ADSL. Zat je daar als puber: eerst nog met een trauma door al die ruzies met ouders over te hoge telefoonrekeningen, gekloot met lange telefoonkabels en telefonische onbereikbaarheid, omdat je online was. En opeens was daar ADSL. Supersnel, en ALTIJD online. Je hoefde ook geen nare chatrooms meer op te zoeken, want al je vrienden stonden overzichtelijk in een lijstje op MSN Messenger. Als ik nu die oude MSN-geluidjes hoor, word ik overspoeld door nostalgiegevoelens – ‘pa-de-pom’.

Maar het belang van Messenger gaat verder dan dit kleffe geneuzel. Continue reading