Zes lessen die ik leerde door de jonge jaren van Matthijs van Nieuwkerk, Typhoon en andere beroemde makers

Als tijdens een interview een muzikant, kunstenaar, schrijver, politicus of ondernemer een vraag over de jeugd wordt gesteld, heeft hij of zij altijd wel een mooie anekdote paraat:

Presentator Matthijs van Nieuwkerk verloor zijn hart aan de journalistiek toen hij voor zijn eerste stuk twee schaakgrootmeesters mocht interviewen.

Acteur Nasrdin Dchar kreeg een tegenslag te verwerken toen de Toneelschool hem afwees.

Politicus Marjolein Moorman komt uit een sociaal-democratisch nest maar groeide op in het liberale Wassenaar.

Vaak gaat het interview na zo’n prikkelende jeugdanekdote weer door, er moet immers nog veel meer gevraagd worden. Over het heden, bijvoorbeeld.

Ik heb dat altijd jammer gevonden. 

Het interview draait om de jaren vóór hun grote doorbraak.  

Ten eerste omdat die anekdotes altijd vragen bij me oproepen. Wie gaf in hemelsnaam een jong broekie als Van Nieuwkerk als eerste opdracht om twee grootheden te interviewen? Hoe kwam Dchar een afwijzing van zo’n autoriteit te boven? Wat dacht Moorman van al die weelde om haar heen? 

Ten tweede omdat ik denk dat mensen die een soortgelijke carrière ambiëren als de geïnterviewde er veel van kunnen leren wanneer verder op die jonge jaren wordt ingezoomd. 

Daarom heb ik afgelopen zomer samen met redacteur Bianca Schrijver en opnameleider Botte Jellema zeven gearriveerde makers geïnterviewd over hun jonge jaren. Ik wilde hun succes ontleden en erachter komen hoeveel afhing van geluk, welke tegenslagen ze te verwerken kregen en wat jonge makers daarvan kunnen leren. Het interview draait om de jaren vóór hun grote doorbraak.  

Bij Dchar horen we over de jaren voor zijn Gouden Kalf, bij Van Nieuwkerk stoppen we bij DWDD en bij Moorman als ze wethouder Onderwijs in Amsterdam wordt. Verder sprak ik met Glenn de Randamie alias Typhoon, kunstenaar Sarah van Sonsbeeck, mode-ontwerper Claes Iversen en uomo universale Wilfried de Jong. 

Je kunt alle afleveringen beluisteren via Spotify. In dit artikel vat ik de zes belangrijkste lessen samen die ik van hen leerde.

1. Alle zeven hadden een idee hoe ze hun vak inhoudelijk wilden veranderen

Typhoon wilde hiphop met een liveband muzikaler maken, Van Nieuwkerk vond sportjournalistiek te degelijk, Van Sonsbeeck wilde kunst combineren met architectuur en Iversen wilde afscheid nemen van de dwingende modeshows. In elk gesprek kwam duidelijk terug dat de geïnterviewde al in de jonge jaren een inhoudelijk idee had hoe het door hun begeerde vak anders kon. En daar handelden ze vervolgens naar, zodra ze de basis onder de knie hadden. 

2. Zorg voor ruimte

Typhoon is 37 jaar en heeft twee burn-outs gehad. In het gesprek vertelde de artiest hoe hij tegenwoordig zijn energie bewaakt. In principe is hij seizoenswerker – met alle festivals in de zomer – en daarom probeert hij de rest van het jaar vaker ‘nee’ te zeggen. Wilfried de Jong gaat nog verder en heeft nooit ‘ja’ gezegd tegen een dagelijks televisieprogramma, omdat hij de ruimte wil bewaken zijn creativiteit te kunnen volgen. Zijn bioritme aanpassen aan een televisieprogramma past daar niet bij. Probeer ‘nee’ te zeggen tegen uitnodigingen die niet bij je grote plan passen.

3. Laat je niet afleiden door randzaken; besteed zoveel mogelijk tijd aan ‘eindeloos pielen’

In tijden van personal branding, elke dag een nieuw postje plaatsen en continu likes najagen, vond ik het verfrissend om te horen hoe ze alle zeven opgingen in wat Van Nieuwkerk ‘eindeloos pielen’ noemt. Tot diep in de nacht aan een stuk schaven, om zes uur ‘s morgens je wekker zetten en doorbuffelen tot de deadline. Honderden toneelvoorstellingen spelen voor ongeïnteresseerde scholieren terwijl de M&M’s je om de oren vliegen, zoals Dchar deed. Of á la Iversen elke creatieve uiting aangrijpen – van thuis zeventien kerstbomen versieren tot het bijhouden van een heel bonsaibomenbos – om zijn ontwerpen een diepere gelaagdheid te kunnen geven. Het begint allemaal met het verfijnen van je ambacht. Dan volgen de randzaken later. 

4. Laat het werk voor zich spreken, maar zorg wel dat je op elegante wijze opvalt

Dat gezegd hebbende, je werk heeft wel een zetje nodig om door anderen gezien te worden. Typhoon stortte zich als jonge jongen op de Zwolse hiphopscene en liftte zo mee, Van Nieuwkerk ‘flirtte’ met zijn collega’s van het Parool als hij kopij inleverde en Iversen regelde tijdens zijn stage bij Viktor & Rolf door zo lang ‘rond te hangen’ dat hij in het ontwerpatelier mocht werken. Alle geïnterviewden zorgden ervoor dat hun werk goed genoeg was om voor zichzelf te spreken, maar regelden wel dat het onder ogen van de juiste mensen kwam. 

5. Denk niet te veel na over wat je wilt, kom er al doende achter

Sommige van de makers vonden op hun twaalfde al hun roeping. Dchar tijdens de schoolmusical, Iversen toen hij een mode-ontwerper op de Deense televisie zag. Anderen – zoals Van Nieuwkerk en De Jong – waren jarenlang richtingloos of hadden – zoals Moorman in de communicatiewetenschap – een totaal andere carrière. In plaats van eindeloos na te denken over hun volgende stap en een Grote Ingeving af te wachten, probeerden ze van alles uit. Van Nieuwkerk ging voetbalstukjes schrijven voor de regionale krant, De Jong verzorgde het theater op jeugdkampen. Moorman stelde zich vijf voor twaalf kandidaat voor de PvdA Amsterdam. Daardoor vonden ze hun roeping én creeërden ze kansen voor zichzelf.

NB: Hoewel het nooit kwaad kan een carrièretest te doen. Zowel Dchar en Van Sonsbeeck vonden daar bevestiging in toen ze op een belangrijk kruispunt in hun jonge jaren stonden. 

6. Laat weerstand voor je werken: gebruik het als motor

Toen Dchar eindelijk de moed verzameld had zijn acteerdroom na te jagen, werd hij afgewezen door de Toneelschool. Toen Van Sonsbeeck in haar architectjaren haar kunstambitie deelde, werd ze de laan uitgestuurd. Ik kan me voorstellen dat je zo’n dreun niet te boven komt, maar Dchar en Van Sonsbeeck gebruikten die weerstand als een aanmoediging. Dchar klom via de meest miserabele toneelgezelschappen alsnog op. Van Sonsbeeck gebruikte haar architectuurverleden voor haar eerste kunstwerk over de impact van burenherrie. Probeer de afwijzing te pareren door je weer te storten op het ‘eindeloos pielen’ en de liefde voor de inhoud.

Geluk en liefde

Verder kun je in de gesprekken van Jonge Jaren ook voorwaarden onderscheiden waar je als jonge maker weinig invloed op hebt. Zoals geluk. Allemaal hadden ze een beslissende meevaller. Daarnaast hadden veel van hen alle vertrouwen van hun ouders of andere dierbaren. 

Alle Jonge Jaren op een rij

  1. Nasrdin Dchar over moed tonen als het ertoe doet
  2. Marjolein Moorman over waarom betrokkenheid het van cynisme moet winnen
  3. Kunstenaar Sarah van Sonsbeeck gebruikt weerstand als motor
  4. Ontwerper Claes Iversen over opvallen zonder opscheppen
  5. De geheime formule van alleskunner Wilfried de Jong
  6. Typhoon over doelen uitspreken, gretig zijn en onderuit gaan
  7. Matthijs van Nieuwkerk over eindeloos pielen en geluk hebben (en een interview dat ik in 2009 als student met hem had, en me inspireerde tot deze serie)

Alle zeven hadden een idee hoe ze hun vak inhoudelijk wilden veranderen, ze zorgden voor ruimte, lieten zich zo min mogelijk afleiden door randzaken en het werk voor zich spreken – al gaven ze het wel een zetje – en kwamen ze er al doende achter wat ze wilden van het leven. Ervaar je weerstand? Probeer het als een motor te gebruiken.

Ik ben heel benieuwd welke lessen jij uit Jonge Jaren destilleert. Je kunt de afleveringen via Spotify of je favoriete podcast player beluisteren.

Ondertussen beraam ik me op een tweede seizoen van Jonge Jaren. Laat vooral weten wie je daarin zou willen horen door me te mailen op ernst@pfauth.com.

Wil je een seintje ontvangen bij een nieuw seizoen? Geef je hier op: