Honderdduizenden lezers beginnen voor journalistiek te betalen

Ik ga even door op de lijn van vorige week – over hoe nepnieuws mede de Amerikaanse verkiezingen beïnvloedde. Als zelfs Obama zich er druk om maakt!

Nog even dit: ik wil geenszins beweren dat Trump puur en alleen aan de macht komt door nepnieuws. Daar zijn diepere oorzaken voor. Maar nepnieuws voedt diepgewortelde frustraties wel.

Bovendien zit er (naast belangengroepen) ook een nihilistische industrie achter die miljoenen verdiend aan het saboteren van onze democratieën.

Ik sluit af met enkele hoopgevende conclusies.  Continue reading “Honderdduizenden lezers beginnen voor journalistiek te betalen”

Oprichter Chartbeat komt met abonnee-service voor journalistiek

Best ironisch, de man die journalisten in staat stelde de effecten van hun clickbait live op een groot Chartbeat-scherm op de redactie te volgen, komt nu met een service die kwaliteitsjournalistiek moet bevorderen.

The New York Times, Axel Springer en News Corp investeerden drie miljoen dollar in zijn nieuwe idee Scroll, dat zich nog het beste laat omschrijven als ‘Spotify voor nieuws’.

Apple News zorgt toch voor verkeer

Laatst was er paniek bij De Correspondent. We hadden opeens onwerkelijk veel verkeer, zonder dat er een duidelijke aanleiding voor leek te zijn. Toen we dieper in de statistieken doken bleek Apple News de oorzaak. Die beval een artikel aan, en dat verschijnt dan in het controlescherm van de meeste Nederlandse iPhone-gebruikers.

Het bleek geen unieke ervaring. Media zien steeds meer verkeer komen vanaf Apple News. Dat bleef in eerste instantie uit, maar nu publicaties bijvoorbeeld push-notificaties via de app kunnen versturen gaat het harder. Zo ging CNN van 5 miljoen pageviews in augustus naar 36,5 miljoen in september. De verkiezingen zullen hier overigens ook debet aan zijn.

Wat helaas nog uitblijft: significante advertentie-inkomsten vanuit Apple News (bij De Correspondent uiteraard niet interessant, maar voor veel andere media wel).

Hoe The Information haar abonneevormen aan publiek aanpast

Een van de meest interessante voorbeelden van journalistiek-als-een-service vind ik The Information uit de VS. Ze doen verslag van de technologie-industrie in Silicon Valley en hebben daar nu twaalf reporters rondlopen (slechts twee media hebben er meer). Lezers van The Information werken vaak in de industrie, betalen 400 dollar per jaar en kunnen op Slack en op de site met verslaggevers in gesprek. Een community die zowel qua kennisgaring en financiering op abonnee’s draait.  Continue reading “Hoe The Information haar abonneevormen aan publiek aanpast”

Push-notificaties die via de browser werken

Een van de grote uitdagingen voor publicaties is om in het ritme te komen van haar lezers. Dat kan via nieuwsbrieven of via sociale netwerken. Maar bij beide middelen weet je niet zeker of je lezers het bericht zien.

Bij een push-notificatie kun je daar wel van uitgaan. Daarom maken uitgevers nog steeds graag dure native apps voor telefoons, omdat ze dan notificaties kunnen sturen.

washpost-alerts

Op de desktop nemen de mogelijkheden voor push-notificaties ook toe. Bijvoorbeeld via de Google browser Chrome. In dit gelinkte artikel komen een aantal uitgevers aan het woord die daarmee experimenteren.

Zoals The Washington Post, die nu twee maanden proefdraait. 200.000 lezers maken er gebruik van, dat is 10 procent van het aantal bezoekers dat in totaal langskwam. Tot nu toe verstuurde de krant twintig alerts (van breaking news tot long reads) met een gemiddelde click-through rate van 33 procent.

Dit lijkt me ook een experiment waard in Nederland. Kent iemand goede voorbeelden?

Hoe hoger de journalistieke waarde, hoe duurder een advertentie

Goed punt van de invloedrijke mediawatcher Frederic Filloux, die dit jaar in Stanford onderzoek doet naar online advertentiemodellen.

Hij verbaast zich erover dat een advertentie bij een clickbaitstuk op The New York Times voor even veel geld verkocht wordt als eentje bij een reportage uit Syrië waar maanden aan gewerkt is.

Zo’n reportage is waarschijnlijk interessanter om te lezen, en houdt de lezer daarom langer vast. Waardoor een hoger advertentietarief gerechtvaardigd is, want je banner is langer in beeld.

Filloux wil daarom een systeem bedenken om ‘journalistieke waarde’ te bepalen. Hij doet verslag van die zoektocht op zijn blog Monday Note.

Abonnee’s werven met een duidelijk narratief

Even iets positiefs over Amerikaanse kranten (na al die negativiteit).

The Los Angeles Times heeft goed gekeken naar het verslavende karakter van podcasts als Serial en series als Making a Murderer en probeert dat na te doen op hun site.

Ze publiceerden eenzelfde type journalistiek crime-verhaal in zes delen en koppelden daar een slimme nieuwsbrief- en abonneestructuur aan.

Drie miljoen pageviews waren goed voor 50.000 nieuwe nieuwsbriefabonnee’s (1,6% conversie) en ‘honderden’ betalende abonnee’s.

Een goed voorbeeld van: hoe kunnen we de voordelen van het web benutten? In dit geval de verslavende nieuwsbrief.

(Hier meer over de kracht van nieuwsbrieven)

De nieuwsbrief als ideaal vehikel voor de journalistiek

Dit is een interessante observatie: wie nu zijn journalistiek aan de man wil krijgen kan het beste een nieuwsbrief beginnen. Want:

  • de investeringen zijn – in tegenstelling tot bijvoorbeeld het bouwen van een site  –  minimaal;
  • je hebt volledige controle over hoe je verhalen bij de lezers terechtkomen, in plaats van dat je afhankelijk bent van de grillen van bijvoorbeeld Facebook.

Die observatie komt trouwens van een van ’s werelds eerste blogmiljonairs: Jason Calacanis.

Maakten 51 Amerikaanse kranten een enorme fout?

Op Politico verscheen een studie naar de 51 grootste lokale kranten in de VS. Vrijwel geen van deze kranten groeide sinds 2007, omdat ze hun papieren product verwaarloosden ten faveure van slechte sites.

De onderzoekers zien de krant als een goed restaurant dat opeens wil concurreren met McDonalds: de nieuwssites.

  • Daardoor hebben krantensites een lagere kwaliteit dan dat lezers van het papieren product gewend zijn. Met oppervlakkige stukken, irritante advertenties en inferieur design.
  • Ondertussen wordt het papieren product verwaarloosd, omdat er miljoenen aan investeringen naar de site gaan.
  • Daardoor verlaten lezers de papieren krant, en schaffen vervolgens geen digitale versie aan. Waardoor de sites ook nog eens verlies lijden.

Kern van het gesignaleerde probleem is denk ik dat kranten op het internet ‘krantje’ gingen spelen. Ze hadden beter kunnen kijken wat hun missie is  – waarschijnlijk de lokale macht controleren – en hoe het web daarbij kon helpen. Bijvoorbeeld met een goede tiplijn, inzicht bieden in hoe de journalistiek werkt en liveverslagen van urgente evenementen.

Waarom The New York Times voor $30 miljoen een gadgetsite koopt

“I wanted to write evergreen content that didn’t have to be updated constantly in order to hunt traffic. I wanted to publish things that were useful.”

Zei de beroemde gadgetblogger Brian Lam in 2012. Hij was het zat om blogposts te schrijven die na drie uur achterhaald waren en richtte zich met zijn nieuwe site The Wirecutter op gadgetrecensies. Aan elke bespreking besteedde hij met zijn team zo’n 20 tot 200 uur.

Als een lezer via The Wirecutter een product koopt, ontvangt de site een commissie. In 2015 was de site goed voor 150 miljoen dollar omzet bij externe webshops. Stel dat de commissie 7,5 procent is, dan zou de site 11 miljoen omgezet hebben.

In ieder geval was het genoeg voor The New York Times om The Wirecutter deze week voor 30 miljoen dollar over te nemen.

De site past goed bij de nieuwe missie van de krant: servicegerichte journalistiek.

Waarom hebben niet meer kranten een sprekersbureau?

Toen ik bij NRC werkte, begreep ik nooit waarom ik een aparte agent nodig had voor het bemiddelen van spreekopdrachten op conferenties e.d. Ten eerste sprak ik daar over NRC, ten tweede had het me vanuit de hoofdredactie prettig geleken om te zien of mijn onafhankelijkheid niet in gevaar kwam en ten derde is het een interessant verdienmodel.

Nieman Lab schrijft over een nieuwsmedium uit New Orleans dat geld verdient aan een sprekersbureau. Continue reading “Waarom hebben niet meer kranten een sprekersbureau?”

Google geeft factcheck-artikelen een speciaal label

Na de aanslagen in Parijs en de daaropvolgende stroom nepnieuws op sociale media, schreef ik in de medianieuwsbrief al eens over factcheck-initiatieven. Nu is er weer nieuws binnen dit belangrijke journalistieke genre.

Waar Facebook sinds het ontslaan van haar nieuwsteam hopeloos de mist in gaat met het onbedoeld promoten van nepnieuws, lanceert Google News in de VS en Groot-Brittannië een ‘factcheck tag’. Continue reading “Google geeft factcheck-artikelen een speciaal label”