Gerrit Komrij, de technologiecolumnist

Op de kunstsociëteit op het Rokin ben ik één keer geweest, het was er uitgestorven. Zonder pasje kom je er niet binnen, maar ik was met Gerrit Komrij. En Komrij was lid. 

We hadden een half uurtje eerder in de lobby van zijn schrijvershotel afgesproken en waren toen langzaam naar het Rokin gekuierd. Op de boekenmarkt stopten we even, want Komrij moest nog wat rekeningen vereffenen. Nadat hij een handelaar vier briefjes van twintig had gegeven, zochten we de sociëteit op.

De dichter was boos. Het was het seizoen waarin er geprotesteerd werd tegen de kunstbezuinigingen. Lafjes, vond hij. Eerder die week had het Koninklijk Concertgebouworkest voor de kroonprins gespeeld. ‘Dat was het moment, toen hadden ze wat moeten doen!’, zei Komrij. Het gedoogkabinet schrikt niet van een paar schreeuwende kunstenaars, behalve als je dat doet waar het Koninklijk Huis bij is, wilde hij maar zeggen.

Eigenlijk zaten we in ‘Arti’ om te vergaderen over de column die hij voor nrc.nl verblogde: Komrij 2.0. Chef Achterpagina Paul Steenhuis had gevraagd of Komrij over zijn digitale ontdekkingstochten wilde schrijven en voorgesteld om die stukken ook online te plaatsen omdat ze het daar ook goed zouden doen.. Komrij en ik maakten kennis via de mail, want zijn huis stond in Portugal. ,,Zou je het erg vinden me te tutoyeren?”, schreef hij. Elke twee weken stuurde hij een mailtje, altijd met ‘Komrij 2.0’ als onderwerp, met daarbij een Word-bijlage, waarin hij Wikipedia, bloggende schrijvers en de iPad becommentarieerde:

‘t Is een gewoon manneke, die Steve Jobs,  niet een glimmende filmster of zo. Hij zou zomaar met de daklozenkrant kunnen zwaaien, ons manneke. Maar hij zwaait met een magisch voorwerp en de magie van dat voorwerp gaat onmiddellijk de hele wereld over.

Ik vond het een eer zijn columns door te plaatsen en copy/paste op verzoek de linkjes op de juiste plek – ‘Misschien is het ook wel grappig die link in de krant te laten staan, zodat lezers zonder internet zuchtend naar de eikenhouten kast met de encyclopedie moeten lopen’. 

Als je een oude dichter laat schrijven, bestaat het gevaar dat het een gimmick wordt. Maar Komrij was een verrijking voor de technologieschrijverij. Die wereld kent twee uitersten. Je hebt de evangelisten, die nieuwe apps zonder gene de wereld in hypen. En er zijn de cynici, de schrijvers die stiekem niks van dat web moeten hebben en de grootste veranderingen ten onrechte debunken. Komrij viel in geen van die groepen. Hij liet zich verrassen door spectaculaire uitvinden, maar verloor niet de gave om er kritisch naar te kijken.

We dronken in Arti koffie tot een uur of één en liepen samen terug naar de Herengracht. Het was een zonnige dag in juni. ,,Kom je nog biertjes drinken in de lobby?”, vroeg Gerrit. Hij bestelde witbiertjes. We dronken er een paar, tot zijn redacteuren mij aflosten. Ik beloofde hem te tippen over nieuwe apps en sites.

We mailden later nog. En op het Boekenbal hebben we nog eens gepraat. Als er mensen langsliepen, stelde hij me voor als ‘mijn chef’. Spottend en vleiend tegelijkertijd. Toen stopte ik als chef Internet, om aan Brainsley te werken.,,Had ik je al gemaild dat ik je veel succes toewens met je nieuwe project? Het is een geweldig plan, en spannend”, schreef hij. 

Brainsley is gebouwd in de geest van de mooiste technologiecolumn die hij schreef. Zijn befaamde stukken over de televisie heb ik nooit gekend, maar ik heb genoeg aan deze oproep die hij op 14 juli 2011 schreef aan mensen die ‘een vorm van aanwezigheid op het web’ essentieel achten, maar ook niet meer dan dat:

Hier speelt de gedachte mee dat internet maar een gril is. Dat er nog altijd twee werelden bestaan en dat er maar één kan winnen. Als er in die kringen al serieus naar internet wordt gekeken, dan is het met een blik vol opgeschroefde verwachtingen. Dan schiet men in een kramp.

Misschien bestaan er wel twee werelden en wordt het tijd voor een synthese, samenwerking, finetuning… maar op die manier kom je er nooit. Voorlopig is er nog die bevoogdende toon en dat koesteren van valse tegenstellingen. Voorlopig lijkt de hoop van teveel mensen nog gericht op die ene zonderling die beweert dat de computer, door gebrek aan zeldzame grondstoffen, over twintig jaar niet eens meer zal bestaan.

Voor vele anderen is internet inmiddels, door gebrek aan probleemvormend gelul, onproblematisch. In hun digitale wereld worden revoluties gesmeed, tribunalen opgericht en meesterwerken geschreven, en op een dag zullen de minzame gedogers wakker schrikken.

Gerrit Komrij, 30 maart 1944 – 5 juli 2012

Author: Ernst-Jan Pfauth

Ernst-Jan Pfauth is mede-oprichter en uitgever van De Correspondent. Hij is geobsedeerd door innovatie in media en journalistiek. Daar schrijft hij elke zaterdagmorgen een nieuwsbrief over, waar ruim 2.400 vakgenoten op geabonneerd zijn.

Hoe denk jij hierover?