Google geeft factcheck-artikelen een speciaal label

Na de aanslagen in Parijs en de daaropvolgende stroom nepnieuws op sociale media, schreef ik in de medianieuwsbrief al eens over factcheck-initiatieven. Nu is er weer nieuws binnen dit belangrijke journalistieke genre.

Waar Facebook sinds het ontslaan van haar nieuwsteam hopeloos de mist in gaat met het onbedoeld promoten van nepnieuws, lanceert Google News in de VS en Groot-Brittannië een ‘factcheck tag’. Continue reading “Google geeft factcheck-artikelen een speciaal label”

Mediapodcast S01E05 – ‘Okay Google’

Elke maand nemen Alexander Klöpping en ik onder de kundige leiding van Botte Jellema onze kroeggesprekken over media op.

De vijfde aflevering is geen malse aflevering. Halverwege de uitzending worden de emoties ons bijna te veel. Want met luisterende praatpalen, digitale sloten, hypersociale algoritmes en lamlendige boekenuitgeverijen ziet de wereld er niet per sé mooier uit. Gelukkig hebben we Jesse Klaver nog. Continue reading “Mediapodcast S01E05 – ‘Okay Google’”

Een gat in de markt: producten ontdekken

Een belangrijke Silicon Valley-investeerder (Benedict Evans heet ie) ziet een gat in de markt: discovery voor producten.

Alles wat er online met de media is gebeurd, staat retail ook te wachten. We kunnen nu ‘losse media-items’ – zoals artikelen en video’s – volledig buiten hun oorspronkelijke context – de publicatie – ontdekken. Bijvoorbeeld omdat Facebook het ons aanraadt. Continue reading “Een gat in de markt: producten ontdekken”

Designethicus legt uit waarom we zo verslaafd raken aan sociale media

Veel van de software die we gebruiken is er niet op gericht om ons zo effectief mogelijk te helpen, maar om ons zo verslaafd mogelijk te krijgen. Dat legt een oud-designethicus van Google in twaalf minuten kraakhelder uit.

Een absolute must-read!

Met die nieuwe kennis kun je vervolgens twee dingen doen. Toepassen in je eigen product of publicatie. Of bedenken hoe je gebruikers wel écht kunt helpen.

In ieder geval word je er een minder naïeve consument van.

De bedrijfscultuur van een nogal belangrijk mediabedrijf

Een programmeur die vroeger op de advertentie-afdeling van Facebook werkte, doet een heel boek open over hoe Facebook en Google met elkaar concurreren. Op Vanity Fair verscheen hier onlangs een voorpublicatie uit.

En die leest heerlijk weg.

Hij beschrijft hoe in 2011 Facebook op de lancering van Google+ reageerde. Zuckerberg riep een lockdown uit, wat zijn werknemers opvatte als een uitnodiging om ook tijdens de weekenden te komen werken.

“Facebook was not fucking around. This was total war.”

Belangrijkste take-away van dit verhaal: de Facebookers (inclusief ‘Zuck’) zijn er volgens deze oud-collega niet zo geïnteresseerd (meer) in geld (daar heeft vrijwel elke programmeur overigens zat van), het gaat ze er ‘echt, echt’ om dat de héle wereld naar een ‘blauw schermpje met een Facebook-logo’ staart.

Datahonger: Foursquare voorspelde vrije val Amerikaans fastfoodketen

Het Amerikaanse fastfoodketen Chipotle maakte bekend dat de verkopen met dertig procent gedaald waren. Bij de locatie-app Foursquare waren ze niet verbaasd, sterker nog, ze hadden het exacte percentage terugval al voorspeld.

Hoe? Door te kijken naar het teruggelopen aantal checkins van Foursquare-gebruikers, en locatiedata van gebruikers die de app altijd op de achtergrond laten draaien (eng!).

Mensen uit de financiële wereld zijn helemaal blij, want die zien weer een mooi voorbeeld hoe ze kunnen verdienen aan de data van mediabedrijven als Foursquare, Facebook en Twitter.

Hoe zulke datahonger de markt kan ‘verstoren’

Volgens wetenschapper en tech-criticus Evgeny Morozov leidt al die datahonger trouwens tot de ondergang van ons economische systeem. Want in hun streven naar het genereren van data, bieden giganten als Google en Facebook producten onder de marktwaarde aan, om er maar meer data mee te kunnen genereren. Van dat laatste leven ze immers.

Stel Google brengt een auto op de markt. Dan kunnen ze die verkopen voor minder dan de productiekosten. Want, de data die bestuurders genereren, is immers belangrijker voor ze dan de winst uit de verkoop van de auto.

Daardoor raakt de markt verstoord en verdwijnen concurrenten, zij kunnen immers niet zo’n lage prijs bieden als databedrijven.Morozov gaat nog veel verder in zijn analyse. Volgens hem komen Google en Facebook ook steeds meer in het vaarwater van overheden (door bijvoorbeeld wereldwijd gratis internet aan te bieden).

Betaal daarom niet met je data, maar met geld

Collega Rob Wijnberg, hoofdredacteur van De Correspondent, pleit op eigen platform dat we bij de journalistiek niet met data of aandacht moeten betalen, maar met geld. Hij somt onder andere de bizarre native advertising-praktijken van De Persgroep op en zegt dan:

“Dit stuk is [ ] bedoeld als een herinnering aan ons allemaal dat onafhankelijke journalistiek nu eenmaal geld kost. Willen we een informatievoorziening die voor haar voortbestaan niet afhankelijk is van de partijen die ze geacht wordt kritisch te controleren, zoals overheden en bedrijven, dan zullen we bereid moeten zijn daarvoor te betalen. Het alternatief is dat wijzelf – onze aandacht, onze privacygevoelige data – het product worden dat wordt verkocht”

Van elke dollar online advertentiegeld gaat 85 cent naar Google en Facebook

De eerste barstjes in het verdienmodel van het virale web werden begin dit jaar zichtbaar door enkele ontslagen bij kleinere sites. Maar nu Buzzfeed haar omzetprojectie voor 2016 heeft gehalveerd en Mashable massaal mensen ontslaat, luidt mediaverslaggever John Herrman van The New York Times in dit stuk de noodklok.

Het probleem: advertentie-inkomsten kunnen de miljoenenwaarderingen van sites als Buzzfeed niet waarmaken. Want adblockers worden steeds populairder en van elke dollar online advertentiegeld gaat 85 cent naar Google en Facebook, aldus Morgan Stanley in de Times. Hoe verdien je dan – los van branded content – geld?

Met abonnees! Zegt bijvoorbeeld Jeff Bezos van The Washington Post. En volgens deze analyse bij Monday Note is dat het enige model voor kwaliteitsjournalistiek.

Maak kennis met twee media moguls

1. De eigenaar van Amazon en The Washington Post

Juichend stuk uit Fortune over één van de machtigste mensen in de mediawereld: Jeff Bezos. Naast zijn almachtige Amazon, is hij ook eigenaar van The Washington Post en een raketbouwer. Verwacht geen kritische blik in dit stuk, zie het eerder als een kennismaking met zijn nieuwe leiderschapsstijl. Zo moedigt hij The Washington Post bijvoorbeeld aan hun eigen software te ontwikkelen.

2. De CEO van Google

Sundar Pichai kan gewoon nog anoniem over de grootste elektronicabeurs ter wereld lopen – ‘What are you, press?‘. Maar in zijn thuisland India is hij een rockster.

Heel mooi profiel bij Buzzfeed van een beetje ambigue leider die Google een vriendelijker imago moet geven en de volgende 1 miljard mensen online dient te krijgen.

Focus on getting direct traffic (like Netflix does)

On the must-read Monday Note blog, one of its authors describes how Facebook and Google now dominate media distribution and why – as a publisher – you shouldn’t solely rely on them (they’re uncontrollable and the users they’re sending you aren’t loyal). He ends with a good recommendation: improving the recommendations on your own site and thus getting more people to directly access your publication:

Taken to the extreme, some medias are doing quite well by relying solely on direct access. Netflix, for instance, entirely built its audience through its unique recommendation engine. Its size and scope are staggering. No less than 300 people are assigned to analyze, understand, and serve the preferences of the network’s 50 million subscribers.

This is one of the greatest priorities at De Correspondent, where we’re building a new front page, filter methods and collections for stories. We believe we can provide a unique insight in the subjects we cover by connecting our previously published (and quiet timeless) stories.

(with the small difference that our budget isn’t as impressive as Netflix’)

Fantaseren over de dag dat er alleen maar robotauto’s zijn

Robotauto’s kunnen beter rijden dan mensen, zo tonen de eerste experimenten van Google aan. Dat betekent: minder ongelukken, minder files, minder vervuiling. Natuurlijk zijn er enorme hordes te nemen, maar laten we eens fantaseren over de dag dat we van ‘mensenauto’s’ spreken.

Lees mijn fantasiecolumn op De CorrespondentAfscheid nemen van je auto: ben je er klaar voor?