Hoeveel abonnementen kan een consument aan?

Eerst even deze grafiek, waaruit blijkt dat adblockers wereldwijd 30 procent populairder zijn geworden:

 

Aldus anti-adblockerbureau PageFair (klik op afbeelding voor details)

Neem daar de dominantie op de advertentiemarkt van Facebook en Google bij, en je begrijpt: vrijwel elk mediabedrijf wil dat consumenten hen direct gaan betalen voor content. Continue reading “Hoeveel abonnementen kan een consument aan?”

The New York Times start dagelijkse podcast

Groot op de voorpagina van The Grey Old Lady afgelopen woensdag: we starten met een podcast. Elke dag praat verslaggever Michael Barbaro luisteraars bij over de achtergronden van het nieuws. Zo gaat het in de eerste aflevering over Trumps keuze voor de hoogste rechter en wat we van hem kunnen verwachten.

The Daily is heel goed gemaakt, en een heel slim idee:

  • het maakt het grote instituut persoonlijker: verslaggevers stellen elkaar voor, delen twijfels en analyses die ze minder snel op zouden schrijven. Dat zorgt voor meer vertrouwen vanuit het publiek.
  • De podcast is een toegankelijke gateway tot de analyses van The New York Times: ‘Wil je als luisteraar meer weten? Lees onze stukken.’
  • Ze betrekken luisteraars – die kunnen bijvoorbeeld inbellen op een voicemail. Dat zorgt voor een meer persoonlijke band, en dat leidt ook weer tot meer vertrouwen.

The New York Times blijft inzetten op servicejournalistiek

Dat staat in het nieuwe innovatierapport van de krant

The New York Times heeft deze week een intern innovatierapport gepubliceerd. Enkele interessante cijfers:

  • half miljard dollar aan digitale omzet
  • 200, t-w-e-e-h-o-n-d-e-r-d, verhalen per dag
  • 6 jaar geleden introduceerde NYT een digitaal abonnement, inmiddels zijn er 1,5 miljoen digitale abonnees
  • 1 miljoen papieren abonnees.

Het is een beetje vrijblijvend document, omdat de NYT van alles wil – betere papieren uiting, meer lezerscomments, zelfs meer bezuinigingen, maar nergens schrijft waar ze mee wil stoppen.

Toch wil ik er één voornemen even uitlichten: meer servicejournalistiek. Continue reading “The New York Times blijft inzetten op servicejournalistiek”

De filter bubble gevat in televisieshows

The New York Times analyseerde aan de hand van Facebook-likes en postcodes wat voor mensen naar welke televisiehows kijken. Wat blijkt: Trump-stemmers kijken graag naar The Voice, Clinton-stemmers zweren bij Family Guy. Heel vermakelijke en inzichtelijke vorm van journalistiek dit!

De creatie van John de Mol doet het goed in de Midwest. Klik voor meer details

Drie goede voornemens voor de media in 2017

Oudjaarsdag! Dus ik dacht: ik schrijf drie goede voornemens voor de media op.

1. We maken dingen waar het publiek graag voor betaalt

The New York Times en The Washington Post hebben twee dingen gemeen: ze zien hun advertentie-inkomsten dalen en hun abonnementen-omzet stijgen. Of die stijgende lezersomzet de dalende advertentieomzet kan compenseren? Vast nog niet, maar het is wel een groeimarkt. The way to go.

Kijk maar naar de muziek- en filmwereld, waar ze er allang achter zijn.  Continue reading “Drie goede voornemens voor de media in 2017”

The New York Times werkt met lezers samen

Een van de suggesties die ik voor Nieman Lab deed, is het samenwerken met lezers. Zodat ze meer betrokken raken en hun kennis kunnen delen.

Op The New York Times zag ik een mooi voorbeeld daarvan.

Onlangs kwamen er 36 feestgangers om bij een brand in Oakland. De krant wil de onduidelijke oorzaak van de brand achterhalen. Continue reading “The New York Times werkt met lezers samen”

Is de persvrijheid in Amerika in gevaar?

Maken Amerikaanse journalisten zich zorgen om de persvrijheid nu Trump met lasterwetten dreigt? Nee en ja.

Vier blokken rond de Trump Tower op Fifth Avenue zijn afgesloten en staan vol met beveiliging- en sattellietwagens. Tegenover de ingang is een persvak ingericht.

Continue reading “Is de persvrijheid in Amerika in gevaar?”

Honderdduizenden lezers beginnen voor journalistiek te betalen

Ik ga even door op de lijn van vorige week – over hoe nepnieuws mede de Amerikaanse verkiezingen beïnvloedde. Als zelfs Obama zich er druk om maakt!

Nog even dit: ik wil geenszins beweren dat Trump puur en alleen aan de macht komt door nepnieuws. Daar zijn diepere oorzaken voor. Maar nepnieuws voedt diepgewortelde frustraties wel.

Bovendien zit er (naast belangengroepen) ook een nihilistische industrie achter die miljoenen verdiend aan het saboteren van onze democratieën.

Ik sluit af met enkele hoopgevende conclusies.  Continue reading “Honderdduizenden lezers beginnen voor journalistiek te betalen”

Oprichter Chartbeat komt met abonnee-service voor journalistiek

Best ironisch, de man die journalisten in staat stelde de effecten van hun clickbait live op een groot Chartbeat-scherm op de redactie te volgen, komt nu met een service die kwaliteitsjournalistiek moet bevorderen.

The New York Times, Axel Springer en News Corp investeerden drie miljoen dollar in zijn nieuwe idee Scroll, dat zich nog het beste laat omschrijven als ‘Spotify voor nieuws’.

‘Journalisten hadden Trump niet letterlijk moeten nemen’

Vox schreef voor de verkiezingen nog maar eens op hoeveel nepinformatie succesvol via Facebook verspreid werd.

Zo ging afgelopen weekend een nep verhaal over hoe Clinton fraudeert tijdens de verkiezingen gigantisch de ronde.

Vox haalt ook een onderzoek van Buzzfeed aan, waaruit blijkt dat Macedonische oplichters geld verdienen aan het verspreiden van duizenden nepberichten die het goed doen onder Trump-supporters (aan Clinton-aanhangers bleek minder geld te verdienen).

Facebook is hier deels verantwoordelijk voor, omdat haar algoritme stukken onder de aandacht brengt die haar gebruikers graag delen.

Allemaal waar natuurlijk.

Maar wat me wel tegenstaat in dit soort artikelen is het slachtoffertje spelen van journalisten. ‘Facebook zorgt voor perverse prikkels’, schrijven ze bij Vox. Continue reading “‘Journalisten hadden Trump niet letterlijk moeten nemen’”

Waarom The New York Times voor $30 miljoen een gadgetsite koopt

“I wanted to write evergreen content that didn’t have to be updated constantly in order to hunt traffic. I wanted to publish things that were useful.”

Zei de beroemde gadgetblogger Brian Lam in 2012. Hij was het zat om blogposts te schrijven die na drie uur achterhaald waren en richtte zich met zijn nieuwe site The Wirecutter op gadgetrecensies. Aan elke bespreking besteedde hij met zijn team zo’n 20 tot 200 uur.

Als een lezer via The Wirecutter een product koopt, ontvangt de site een commissie. In 2015 was de site goed voor 150 miljoen dollar omzet bij externe webshops. Stel dat de commissie 7,5 procent is, dan zou de site 11 miljoen omgezet hebben.

In ieder geval was het genoeg voor The New York Times om The Wirecutter deze week voor 30 miljoen dollar over te nemen.

De site past goed bij de nieuwe missie van de krant: servicegerichte journalistiek.

Journalistiek als een service: mediteren met The New York Times

Ik schreef al eens eerder over het The New York Times Beta-team. Deze club – van onder andere journalisten, developers en vormgevers – heeft een duidelijk doel: de schat aan informatie uit het archief van de krant op een servicegerichte manier aan lezers presenteren, om zo een grotere rol in hun levens te spelen.

Dus zette ze eerst duizenden recepten uit het krantenarchief in een makkelijke doorzoekbare tool. En maakten ze televisiegidsen op basis van de vele recensies die de krant ooit heeft gepubliceerd.

Nu is daar een volgende stap in de ‘journalistiek als een service’: mediterenContinue reading “Journalistiek als een service: mediteren met The New York Times”