Leuk weetje: zoveel mensen klikken er op Trumps Twitter-links

Click-through-rates op Twitter zijn hopeloos. Wie veel verkeer wilt, heeft op het sociale netwerk weinig te zoeken (en op Facebook des te meer). Hoe indrukwekkend je volgersaantal ook is.

Zelfs bij de machtigste man op aarde klikt slechts 0,27 tot 2,27 procent van zijn publiek op een link, blijkt uit een steekproef van Buzzfeed. Dat betekent dat er soms maar 66.000 mensen doorklikken.

Dat staat in schril contrast met zijn aantal volgers: 24,5 miljoen.

(Trump doet het trouwens nog best aardig. Bij Kim Kardashian klikt slechts 0,06 procent door.)

Ook al is Twitter niet zo indrukwekkend in termen van direct verkeer, als persdienst werkt het voor Trump natuurlijk uitstekend. Want vrijwel elke tweet wordt braaf herhaald door het journalistieke gilde.

De jubelstemming rond aanstaande beursgang van Snapchat verdwijnt

Onterecht, overigens. Ondanks de nog bescheiden cijfers en opkomst Instagram.

Snapchat gaat ondertussen bijna naar de beurs. Uit de ingediende cijfers blijkt dat Snapchat meer gemeen heeft met het Twitter van voor de beursgang dan met het Facebook van voor de beursgang.

Zo maakt Snapchat dik verlies net als Twitter toen (in tegenstelling tot Facebook, dat bij de beursgang al een miljard dollar winst maakte.)

Snapchat heeft 158 miljoen dagelijkse gebruikers, Twitter had er 218 miljoen maandelijks en Facebook 483 miljoen dagelijks.

Dus concluderen de techbloggers: de cijfers van Snapchat zijn niet spectaculair. Bovendien gaat Instagram de laatste tijd heel lekker met gekopieerde Snapchat-functies.

Dag jubelstemming!

Ik vraag me af of dat terecht is. Bij Facebook twijfelde de pers ook. Zo klaagden ze toen dat Facebook nog weinig verdiende aan mobiele advertenties.

Inmiddels maken mobiele ads 84% van Facebooks advertentieomzet uit.

Ik kijk liever naar de productstrategie van een sociaal medium. Die is bij Snapchat – net als bij Facebook toen – ijzersterk (en bij het zwalkende Twitter niet).

Vergeet persberichten, maak een screenshot

Sorry, dit is een beetje nerdy, maar ik houd ervan als mensen nieuwe vertelvormen binnen bestaande media bedenken. Zo zijn bijvoorbeeld ooit de retweet, @Reply en de hashtag ontstaan.

Hier een nieuwe toepassing: een screenshot van je tekst in de Notitie-app om een statement te maken. Continue reading “Vergeet persberichten, maak een screenshot”

Datahonger: Foursquare voorspelde vrije val Amerikaans fastfoodketen

Het Amerikaanse fastfoodketen Chipotle maakte bekend dat de verkopen met dertig procent gedaald waren. Bij de locatie-app Foursquare waren ze niet verbaasd, sterker nog, ze hadden het exacte percentage terugval al voorspeld.

Hoe? Door te kijken naar het teruggelopen aantal checkins van Foursquare-gebruikers, en locatiedata van gebruikers die de app altijd op de achtergrond laten draaien (eng!).

Mensen uit de financiële wereld zijn helemaal blij, want die zien weer een mooi voorbeeld hoe ze kunnen verdienen aan de data van mediabedrijven als Foursquare, Facebook en Twitter.

Hoe zulke datahonger de markt kan ‘verstoren’

Volgens wetenschapper en tech-criticus Evgeny Morozov leidt al die datahonger trouwens tot de ondergang van ons economische systeem. Want in hun streven naar het genereren van data, bieden giganten als Google en Facebook producten onder de marktwaarde aan, om er maar meer data mee te kunnen genereren. Van dat laatste leven ze immers.

Stel Google brengt een auto op de markt. Dan kunnen ze die verkopen voor minder dan de productiekosten. Want, de data die bestuurders genereren, is immers belangrijker voor ze dan de winst uit de verkoop van de auto.

Daardoor raakt de markt verstoord en verdwijnen concurrenten, zij kunnen immers niet zo’n lage prijs bieden als databedrijven.Morozov gaat nog veel verder in zijn analyse. Volgens hem komen Google en Facebook ook steeds meer in het vaarwater van overheden (door bijvoorbeeld wereldwijd gratis internet aan te bieden).

Betaal daarom niet met je data, maar met geld

Collega Rob Wijnberg, hoofdredacteur van De Correspondent, pleit op eigen platform dat we bij de journalistiek niet met data of aandacht moeten betalen, maar met geld. Hij somt onder andere de bizarre native advertising-praktijken van De Persgroep op en zegt dan:

“Dit stuk is [ ] bedoeld als een herinnering aan ons allemaal dat onafhankelijke journalistiek nu eenmaal geld kost. Willen we een informatievoorziening die voor haar voortbestaan niet afhankelijk is van de partijen die ze geacht wordt kritisch te controleren, zoals overheden en bedrijven, dan zullen we bereid moeten zijn daarvoor te betalen. Het alternatief is dat wijzelf – onze aandacht, onze privacygevoelige data – het product worden dat wordt verkocht”

We hebben een interface nodig voor het debunken van valse informatie

Toen ik vrijdag en zaterdag eindeloos Twitter refreshte, merkte ik dat veel mensen in mijn Timeline zich bewust waren van het risico op valse geruchten. Elke paar tweets kwam er iets in de trant van ‘Is dit bevestigd?’ voorbij.

Maar toen ik hoorde dat bijna 30.000 mensen een tweet van het parodie-account @ProfJeffJarvis over de verduisterde Eiffeltoren retweette, realiseerde ik me dat die kritische blik beroepsdeformatie is. Alleen als je in de media werkt, ben je je écht bewust van de mediawetten.

Several actual news organizations retweeted ProfJeffJarvis, even though the item was “prima facie absurd,” and the source’s avatar was an old man wearing a beer-funnel baseball cap, with a bio that labeled him a “hyperglocal thinkfluencer” who had co-founded the “Mogadishu:REinvent unconference.” He hadn’t even tweaked his Halloween Twitter handle, “Scary PJJ 2016.” He was trusted even though he begged people not to trust him.

Daarom is dit artikel van Claire Wardle zo interessant. Zij is lid van First Draft, een collectief dat zich bezighoudt met het verifiëren van nieuws en ooggetuigenverslagen van sociale media. Een filmpje uit Syrië? First Draft is erin gespecialiseerd de echtheid ervan te onderzoeken.

Wardle pleit voor een betere debunk-interface. Simpel gezegd: als valse informatie tijdens grote nieuwsgebeurtenissen als de aanslagen in Parijs viraal gaat, hebben we een zeer duidelijke interface nodig die overbrengt dat de informatie niet klopt. Want, schrijft Wardle, “foutieve informatie beïnvloedt hoe mensen over elkaar denken, over mensen met een ander ras, of andere religie.” Journalisten alleen kunnen dit niet aan, daar is hun bereik te beperkt voor.

Zelfs als een medium zichzelf rectificeert, is het oorspronkelijke (en dus foute) bericht nog steeds populairder:

Kijk maar naar het aantal retweets
Kijk maar naar het aantal retweets

Ook de round-up-artikelen (bijvoorbeeld deze van Buzzfeed) waarin de grootste valse geruchten worden opgesomd vindt ze mosterd na de maaltijd.

Wardle pleit voor een zeer duidelijke visuele taal die ervoor zorgt dat het publiek meteen ziet dat een tweet niet klopt. De verantwoordelijkheid hiervoor zou bij Twitter kunnen liggen. Fair enough, die hebben tegenwoordig toch journalisten in dienst voor de dienst Moments.

De Franse tak van Buzzfeed geeft alvast het goede voorbeeld:

CTyktD2VAAAQC7V

In response to @ev: these are our metrics for success

I want to go as far as saying that this article by Evan Williams alias @ev – who (co-)founded Blogger, Twitter and Medium – is already a classic, even though it appeared online today.

Because I haven’t seen anyone else explaining the difficulty of measuring the success of a new media company in such a clear way as Williams does.

He shares a great example from his own experience:

Medium had its biggest week ever last week — or so we might claim. By number of unique visitors to medium.com, we blew it out of the park. The main driver was a highly viral post that blew up (mostly on Facebook). However, the vast majority of those visitors stayed a fraction of what our average visitor stays, and they read hardly anything.

That’s why, internally, our top-line metric is “TTR,” which stands for total time reading. It’s an imperfect measure of time people spend on story pages. We think this is a better estimate of whether people are actually getting value out of Medium. By TTR, last week was still big, but we had 50% more TTR during a week in early October when we had 60% as many unique visitors (i.e., there was way more actual reading per visit).

TTR is essentially the least worst metric for Medium, Williams writes. And he concludes to say how hard it is to find the right metrics for your new media company.

De Correspondent’s metrics for success

At De Correspondent, we focus on three metrics. We trusted, like Williams says, ‘our gut’ by determining them. Because we’re a subscription-based outlet, this is probably a lot easier for us than for a service like Medium.

  1. How much people sign up for a membership every month (which costs 60 euros a year).
  2. How many members read at least one article per month.
  3. How many members stay with us after year one.

The last couple of months, the average of new members is around a 1,000 per month. And 60 percent of our members read at least one article per month (when logged in). 80 percent of the members don’t cancel their subscription.

Our goal for 2015 is to double the growth of new members per month and to improve the user experience of our platform. We need better navigation, dossiers and, yes, a search feature other than Google. These improvements will hopefully lead to even more active members and a lower cancel rate.

Medium Raises $25 Million Round

Evan Williams – who founded Blogger and Twitter – tries to build a platform for self-expression with Medium. $25M funding probably helps.

I’ve used Medium for telling the story of De Correspondent to an international audience. It’s a delight to work with the editor and from what I heard, readers liked that I’ve published it on Medium, as it’s associated with insightful articles.

Medium Raises $25 Million Round

Laten we elkaar dienen op Twitter

Vrienden opzoeken!‘, en even later, ‘Interview met Hans Nijenhuis van nrc.next uitwerken‘. Op 16 oktober 2007 verstuurde ik mijn eerste tweets. Dat wist ik niet meer. Dat het ongeveer in die periode geweest moet zijn, oké, maar wat ik als eerste de wereld had ingestuurd; geen idee. Maar sindskort maakt Twitter het mogelijk om je archief te downloaden, en nu ben ik er dus achter.

Het zijn verschrikkelijk nutteloze tweets. Wat hadden mijn volgers er destijds aan? Tweet gewoon pas als dat interview met Nijenhuis live staat. Of deel op z’n minst een fragmentje. Wist ik veel. Toen vond ik Twitter nog een belachelijke service. Voor ijdele mensen die over koffie tweeten, je kent het riedeltje vast nog wel. ‘Vanaf de wc’, hoort ook ergens in die klaagzang. Maar omdat ik mijn vooroordelen wilde testen, ging ik toch met de service aan de slag. Ondertussen maakte ik dus wel dezelfde fout als de koffie-tweeters.

Inmiddels ben ik 10.477 tweets verder en weet ik precies waar ik de Twitter voor wil gebruiken: goede linkjes delen en terugpraten. Alles in dienst van het vermaak van mijn volgers. Geen mededelingen waar niemand iets aan heeft. Ik dien de volger.

Dat heb ik dus allemaal zelf moeten achterhalen, maar als je als beroemdheid Twitter besluit te gebruiken, krijg je meteen een cursus aangeboden van Twitter HQ. Superblogger Anil Dash beschreef het proces afgelopen week minitieus. Hij kreeg een ‘verified’-badge aangeboden – het ultieme twitter-statussymbool – maar moest daarvoor wel een quizje volgen. Met vragen als deze:

Beeld: Anil Dash
Beeld: Anil Dash

Antwoord 1 is goed natuurlijk. De tweede tweet is zo nutteloos als mijn eerste tweets. Bij de mededeling van ‘Melisa’ kan je tenminste nog zelf de tv inschakelen. Dus geheel in de geest van de beroemdhedenquiz, besluit ik: laten we elkaar dienen op Twitter, daar wordt het een fijnere plek van.

Laat je niet afleiden door directe erkenning

Soms word ik overvallen door de angst dat ik bij een verloren generatie hoor. Een club die nooit tot grootse daden in staat zal zijn, omdat we ons alleen maar laten leiden door directe erkenning.

Wij mensen hebben succes altijd al gemeten aan de hand van andermans waardering, dat is niet veranderd. Het grote verschil is dat we onszelf dwingen continue te publiceren over ons leven. Dat elke stap die we zetten, eigenlijk op onze Wall of Timeline thuishoort. Je ziet de successen dagelijks voorbijvliegen. De wereldreizen, de promoties, de vernissages. Daar hoor je dan iets tegenover zetten. Hoeveel likes leveren jouw acties op?

Denk niet dat alleen extreem onzekere types angstvallig de online reacties op hun leven in de gaten houden, ook ’s lands denkers laten zich daardoor beïnvloeden. Ik ken geen enkele columnist die niet precies weet hoe vaak zijn column geretweet is. Ik hoor ze weleens zeggen dat het ene stukje wat ze zelf een beetje makkelijk vonden, ongelooflijk goed scoort op Twitter. Maar die column waar uren denkwerk in zat, deed helemaal niks. Zou het dan niet, heel misschien, dat ze steeds vaker zo’n makkelijk stukje tikken? Dat is immers wat de lezers willen. Dat is wat verkoopt. Dat is wat ze direct terugzien op hun bankrekening, en aan de goedkeurende blikken op straat.

Meesterwerken leveren vaak eerst weerstand op, voordat ze jaren later de hemel in worden geprezen. In een tijd waar likes en retweets de norm zijn, is het lastiger om zonder erkenning aan een groot project te zwoegen.

Als we überhaupt aan een avontuur durven te beginnen. Want we weten: als we falen, kan iedereen daarvan meegenieten. Stel dat je een eigen bedrijf begint. Vroeger hadden kennissen daar pas van gehoord als het daadwerkelijk van de grond was gekomen, maar omdat je volgens de mores van sociale marketing vanaf dag één over het idee facebookt, weet iedereen wanneer het mislukt. Sta je voor lul. Niet zo handig, voor de van nature risicomijdende mens. Je past wel op, met het opzeggen van die saaie baan. Iedereen kan elk moment het gat op je LinkedIn-cv zien.

Misschien is mijn angst irrationeel. Misschien moeten we gewoon even wennen aan de continue feedback op ons leven. Als het voor mijn generatie maar niet te laat is.

Met Reader neemt NRC afscheid van eeuwenoude krantenmal

Het lijkt alsof journalisten steeds meer naar wensen van lezers luisteren, dat ze zien dat een pakketje nieuws uitbrengen niet meer genoeg is. Natuurlijk, er zijn nog duizenden mensen die een flink bedrag overmaken om dagelijks verrast te worden door de brede selectie van een redactie, maar tegelijkertijd kijken jongeren gemiddeld slechts een kwartiertje per week naar een dagblad om. Zij maken hun selectie met facebook- en twittervrienden en kranten moeten hun verschijningsvorm daar op aanpassen. Het lef hebben om artikelen uit hun stokoude context te halen. Eeuwenlang maakten ze bladvulling om de belangrijkste verhalen heen, nu hebben jongeren daar opeens geen tijd meer voor.

Met een nieuwe app – NRC Reader – doet NRC nog een moedige stap in die nieuwe richting. Zeven dagen per week kiest de hoofdredactie acht NRC-artikelen die je gelezen móét hebben. In een kwartiertje kan je ‘m uit hebben. Ik hoorde de hoofdredacteur tijdens een spreekbeurt eens zeggen dat 60 procent van de opzeggers uit tijdgebrek afscheid neemt van de krant, dus in dat opzicht is NRC Reader een logische stap. Nee, je hebt geen tijd voor teksten die je misschien interesseren, je wil doelgericht en efficiënt geïnformeerd worden. Je laten verrassen doe je wel op Facebook.

Schitterend van werk van Ward Wijndelts, Thijs Niks en Jelle PrinsMoop.Me. Maar kannibaliseert NRC niet zo haar krantenabonneebestand? Zoals een vriend van me altijd zegt: ,,Als mensen bananen willen, geef je ze bananen. En anders doet de concurrent dat wel.” Apple, dat bedrijf dat we allemaal zo graag als voorbeeld aanhalen, concurreerde haar eigen iPod ook kapot met de iPhone en iPad.

Gisteren werd elders nog een lezerswens ingelost. De diehards van De Nieuwe Pers (DNP) brachten krap een jaar na het omvallen van hun gratis papieren krant een nieuwsapp uit waarmee lezers abonnementen kunnen nemen op specifieke journalisten. Eindelijk. Wanneer kopiëren andere kranten die abonnementsvorm? Ik hoef niet de hele Volkskrant te lezen – geen tijd voor -, maar ik wil wel graag een abonnement op de voorpaginacolumn van Grunberg. Nu verdient de Volkskrant geen cent aan me, dan opeens wel. Zo verdwijnt langzaam de mal van de klassieke krant. Simpelweg omdat de lezer dat eist.

Silicon Valley wil experts aan het bloggen krijgen

Experts zijn HEET. Silicon Valley stopt miljoenen in ze. Doet alles voor ze, als ze zich maar laten horen! ‘Schrijf asjeblieft’, smeken de technologie-investeerders, ‘zeg iets intelligents!’ Red ons van het twitterende, facebookende en instagrammende gepeupel. Met hun virtuele lynchpartijen, scheldkannonades op krantensites en blogs. Met dat hersenloze geretweet, dat naschreeuwen van de populairste volksmenners. Het was charmant hoor, die digitale revolutie. Wat genoten we ervan, toen ondernemer Evan Williams in 1999 met Blogger.com begon, waardoor iedereen zonder kennis van HTML opeens met twee muisklikken kon publiceren. En masse maakten we blogs aan.

Foto: Scott Beale / Laughing Squid
Evan Williams Foto: Scott Beale / Laughing Squid

Zeven jaar later werd het nog gekker. Williams bracht Twitter op de markt. Nu hoefde je niet eens meer in staat te zijn een artikel te schrijven. Met 140 karakters had je al een virtuele stem. Lekker op de bank mensen op de televisie afzeiken.., schrijven dat het sneeuwt.., wedstrijdje doen wie het snedigst over treinvertragingen kan klagen. Het leverde Silicon Valley ‘content’ op en dus miljoenen aan advertentiegeld. Maar nu iedereen publiceert, zijn we allemaal slaaf van de online hype geworden. We tumbleren in de rondte, starten de ene na de andere ‘meme’ en verzuipen langzaam in de overvloed van ‘user generated content’. Geschreven tekst is waardeloos geworden, een commodity. Niets meer dan een middel om je publiek te kunnen ‘targeten’. Kranten sterven, want nieuws is gratis.

Silicon Valley heeft een kater. In hun luxe condos verbijten de pioniers van de digitale revolutie zich. Ze willen hun fouten goedmaken. Willen de kwaliteit naar boven brengen. Dus hijsen ze ‘de expert’ weer op het schild. Williams lanceerde vorig jaar Medium.com, een besloten blogsysteem waar ‘de nadruk op de inhoud ligt‘. Als je niet grappig bent en dus geen tienduizend twittervolgers hebt, mag je nog steeds langskomen van Williams. Zolang je maar slimme dingen schrijft.

Williams heeft meer strijdmaatjes. Op Svbtle.com komen het plebs er ook niet in. ‘Perfectionisme, minimalisme and intellectuele superioriteit‘, daar draait het bij Svbtle om. Als je eenmaal langs de ballotage bent, krijg je gratis factcheckers en eindredacteuren tot je beschikking. Drie van de meest prestigieuze investeerdersfondsen staken begin dit jaar hun geld in Svbtle. Lang leve de experts!

Dat roepen ze ook bij Quora. Ooit was Adam D’Angelo CTO bij middelmatigheidsbastion Facebook, nu richt hij zich alleen nog maar op experts. ‘Meer dan een miljard mensen gebruiken het internet, maar slechts weinigen delen hun kennis’, aldus D’Angelo. Daarom kan het volk sinds 2009 op Quora vragen stellen aan experts. Gisteren lanceerde D’Angelo óók een blogplatform waarbij slimme blogposts hevig gepromoot worden, want ‘het internet barst van experts zonder publiek’. Silicon Valley zal dat wel eens eventjes oplossen.