Verkenning van media en intentioneel leven

Door Ernst-Jan Pfauth, mediacolumnist bij NRC en presentator van POM.

Abonneer je op de nieuwsbrief van Ernst-Jan. Ontvang net als 7.000 anderen nieuwe artikelen over intentioneel leven.

Nieuwste artikelen


  • I’ve just finished reading On Writing: A Memoir of the Craft (2000), a book about writing by Stephen King. Blogs like Brain Pickings often quote from it. 

    I only know Stephen King from the movie adaptations of The Shining, The Green Mile, The Shawshank Redemption. But after reading On Writing, I feel like I’ve known King for ages.

    He writes about his wandering youth, drug addiction and a near-death experience – caused by a guy who had a hard time driving a Dodge van. King does this to show why he writes. ‘For the buzz’ and ‘as a spit in the eye of despair’.

    These are the things I’ll remember after reading On Writing:

    • Shut the door. King stresses that you shouldn’t ask people to read along. It’s about your imagination and you shouldn’t worry about explaining the story at an early stage.
    • Write two drafts. Don’t edit while writing the first one. You’re trying to uncover a fossil; a story of which the first idea has popped up in your mind and that you should now try to grasp in its entirety. Just worry about the story.
    • Keep the first draft in a drawer for six weeks.  
    • In the second draft, look for meaning and ideas. Rewrite the story in such a way that your theme comes out more clearly for the future reader. 
    • Formula: 2nd draft = 1st draft – 10%.
    • Alcohol and drugs won’t stimulate your creativity.
    • ‘Life isn’t a support system for art. It’s the other way around.’

    And:

    • ‘God, if only I were in the right writing environment, with the right understanding people, I just KNOW I could be penning my masterpiece’.

    Without making any false promises – ‘a good writer will never become a great writer’ – King encourages you to start uncovering fossils.

    Of course this is a terrible summary of a wise and warm book. Please just see it as a lengthy recommendation to read On Writing. 

    If I’ll, one day, will want to write a work of fiction, I’ll definitely read this book again. 

    But first, I’ll read at least one of Kings novels. When you’ve come to like a person so much in just a couple of evenings, you want to know what he has created. 

    Stephen King – On Writing: a memoir of the craft (2000)

  • On this blog, I’ve been collecting movies about journalism (part 1, part 2). Those lists consist of powerful and beautiful films, yet none of them show the importance of journalism as the documentary I heard about this week, called Nero’s Guests (2009).

    It depicts the quest of Indian journalist Palagummi Sainath, who writes about the staggering amount of suicides amongst cotton farmers. In a country where most media just report on celebrities, he fights for getting poverty on the agenda. Not just by writing, but also by giving speeches.

    During the documentary, he gives an impressive speech on inequality and it’s this talk that the film owes its title to.

    Please, find an hour to watch this film. Not just for the sake of journalism, but also for the suffering of Indian farmers.

  • Vrijwel geen enkele filmrecensent liet het na La Grande Bellezza (De Grote Schoonheid) vijf sterren te geven. En vrijwel allemaal weiden ze uit over de gelijkenissen tussen het regisseur-acteurduo Paolo Sorrentino en Toni Servillo van La Grande Bellezza en Federico Fellini en Marcello Mastroianni. Hoopgevend dat in de filmwereld grootsheid in nieuwe gedaantes terugkomt, maar interessanter is het om La Grande Bellezza in deze tijd te zien. Nog specifieker: in je eigen leven.

    La Grande Bellezza gaat over een 65-jarige journalist, Jep Gambardella, die teert op oude roem, elke avond feest en pas naar bed gaat als de rest van Rome wakker wordt. 

    De film is alleen al om hoe innemend Servillo acteert je tijd waard. Tel daar het prachtige zwierige camerawerk, de opzwepende mix tussen eurotrash-feestmuziek en opera en de schoonheid van het Romeinse decor bij op en je weet waarom je niet moet wachten tot deze film op Netflix staat. Maar dat is niet waarom ook ik de behoefte voel om er een stukje over te tikken.

    Nee, wat La Grande Bellezza wat mij betreft vooral zo bijzonder maakt is dat je de film kunt zien als een pleidooi voor pretentieloos je best doen.

    Dat komt het krachtigst naar voren in de meest geruststellende scène uit de film, waarbij Gambardella een vriendin laat inzien dat haar scherpe oordelen over anderen slechts haar eigen onzekerheden en leugens dienen te verbloemen. In een pijnlijk en precies monoloog van een paar minuten ontmaskert Gambardella die vriendin, om haar daarna te vragen de vriendengroep voortaan met affectie te bezien. We proberen allemaal maar wat in het leven en sta elkaar alsjeblieft bij, wil hij maar zeggen.

    Alle personages met pretenties moeten het ontgelden in La Grande Bellezza. De stripper die ‘geraffineerd’ wil optreden, een waarzegger die zich verschuilt achter loze kreten, een kunstenaar die opzettelijk heel hard tegen een stenen muur aanloopt. Een voor een staan ze voor gek.

    De meest bescheiden kunstenaar – een jong meisje dat weigert op te treden omdat ze liever wil spelen – maakt uiteindelijk, huilend, het mooiste kunstwerk.

    ‘Het is maar een truc,’ zegt een vriendelijke illusionist over een zojuist uitgevoerde en onwaarschijnlijk goede verdwijnact.

    En een toneelschrijver maakt pas indrukwekkend werk als hij op aanraden van Gambardella zijn quasiliteraire probeersels opgeeft. 

    Deze interpretatie van La Grande Bellezza zegt waarschijnlijk meer over mezelf dan over de film. En dat is juist de kracht van Sorrentino’s meesterwerk. Het tweeëneenhalfuur durende spektakel laat zo veel overdonderende indrukken achter dat je door deze te interpreteren jezelf beter leert kennen. Daar kun je tijdens de prachtige aftiteling al mee beginnen.

  • Superman heeft zijn krant verlaten, net als vrijwel alle Nederlanders tussen de 20 en 35 jaar oud. Die lezen gemiddeld nog maar een kwartiertje per week een dagblad en de jongste krant van Nederland bedient een lezer met de gemiddelde leeftijd van 42 jaar. Kranten baden over vijf jaar in een bloedbad, omdat de papieren inkomsten steeds minder worden en er nooit serieus geïnvesteerd is in vernieuwing.

    Jammer voor hen. Nog erger voor ons. Wat komt er voor in de plaats? Wat willen wij van journalisten? Hier een aanzetje. Gebaseerd op tientallen gesprekken met generatiegenoten (in leeftijd of geest). Vul ‘m aan. Doe ermee wat je wilt.

    Minder

    We willen geen papieren schuldgevoel op de deurmat. Geef ons zo min mogelijk. We willen geen krant die elke dag met frisse tegenzin een paar pagina’s bladvulling produceert. We hebben de krant niet meer nodig om verveling te bestrijden. Tijd doden lukt wel met de telefoon, daar hebben we geen dagblad voor nodig. We willen de bare essentials.

    We willen een krant die zo gericht mogelijk haar taak vervult en zo min mogelijk van onze tijd vraagt. De nieuwe krant moet een dagelijkse fix voor ons worden, een medicijn tegen de oppervlakkigheid die ons in een door beeldvorming gedomineerde maatschappij tegemoet komt. We willen een shot dat we tot ons móéten nemen om de wereld te kunnen begrijpen.

    Twijfel

    Een goeie krant zaait twijfel en laat ons zien dat de wereld ongrijpbaar is. Als iets nog bij de redactie onbekend is, of als de redactie er qua analyse of moreel oordeel niet uitkomt, willen we dat weten. Een orakel bestaat niet, niemand weet hoe de wereld precies in elkaar steekt, en een krant die dat elke dag durft toe te geven, is een geloofwaardige en eerlijke gids. Share your learning curve, zoals Joris Luyendijk het in 2011 verwoordde:

    Expliciet

    We willen niet meer zelf uitvinden waarom we iets moet lezen. We moeten hele dag al beslissingen nemen. ‘Moet ik wel of niet op die Facebook-notificatie klikken? Start ik wel of niet Twitter op? Ga ik nu Angrybirds spelen of Dostojevski lezen? Moet ik wel of niet op dit whatsappje reageren? Pak ik nu.nl/achterklap met ontbijt al mee, of wacht ik tot de lunch?’ Subtiliteiten passen niet meer in dit medialandschap. Die verzuipen in de herrie. Van alle informatie moet de noodzaak direct duidelijk zijn. Daarom moeten alle schrijvers van de nieuwe krant de schroom die bij gedegen nieuwsverhalen schrijven hoort van zich afwerpen en ons direct en doelgericht informeren. ‘Dit is de moeite waard, want’, ‘Ik word hier kwaad om, want’, ‘Deze ontwikkelingen mag je niet missen, want’. We willen dat de journalist zijn missie en drijfveren altijd expliciet maakt, zodat we altijd weten waarom het stuk onze tijd, aandacht en geld waard is.

    Open

    De informatie die in de krant verschijnt, is vrij. Abonnees mogen stukken doorsturen. Niet-abonnees kunnen de stukken gratis op de site lezen. Informatie laat zich niet inperken, wil vrij zijn. Je kan niet tegen oerbehoeften vechten. Als wij iets bijzonders zien, willen we het delen. We laten ons niet hinderen door een muur, het ontbreken van een copy/paste-functie. Dan maken we wel een screenshot, of een foto van het scherm zelf, als het nodig is. Als we maar kunnen delen wat ons raakt. Een slimme krant vecht daar niet tegen, een slimme krant probeert het voor zich te laten werken.

    Gemak

    We willen best betalen voor gemak. Voor dagelijkse digitale bezorging in een mooie app. Na acht keer gratis een fantastisch stuk te hebben gelezen, willen we onderdeel uitmaken van de club waar die stukken vandaan komen. Lid worden. Abonnee. We willen verrast worden door onze krant. Door haar ledenvriendelijkheid. Als we een probleem hebben met de krant, wordt dat opgelost op een manier die onze verwachtingen overtreft. De krant geeft om ons. Neemt ons serieus. Ziet ons als haar bestaansrecht. Is nederig.

    Bijdragen

    We stellen allemaal ons leven in dienst van een expertise, een vaardigheid. Daar zijn we goed in, daar werken we elke dag aan om er beter in te worden. Dat kunnen we beter dan de generalistische redacteuren bij onze krant. Die weer verschrikkelijk goed in filteren, selecteren en verhalen vertellen zijn, maar nooit zo diep in de materie zit als wij, specialisten. Maar we willen die kennis best delen. We willen een bijdrage leveren aan het informeren van andere clubleden.

    Dus als de krant een factcheckrubriek heeft, dan willen we uitgenodigd worden om te helpen. Dan verwachten we dat de krant een tool heeft gebouwd waar alle beweringen staan die op dat moment worden gecheckt. Wij kunnen daaronder bronnen aandragen die de journalist kan helpen bij het factchecken. We willen best vragen beantwoorden, onze kennis delen. Als je het ons serieus vraagt. En zolang je maar niet die verdomde rolodex pakt waarin een groepje mensen staat die van mediacommentaartjes leveren hun beroep hebben gemaakt. Neem ons serieus, mik op onze vakkennis, en we maken samen de mooiste krant op aarde.

    Klassiek

    Tegelijkertijd willen we ouderwetse ronkende journalistiek verhalen lezen. Hunter S Thompson-style. De eenzame woeste verslaggever tussen de rebellen in de Libische woestijn. De gewiekste journalist die in nachtclubs lobbyisten ondervraagt en zo aan haar achtergrondinformatie werkt. De dossiervreters. Die klassieke journalistieke verhalen zijn nog steeds nodig. Het ouderwetse vakwerk, gegoten in een bikkelhard stuk van 1.500 woorden. Dat is een vorm van verhalen vertellen die nog niet failliet is.

    Context

    Maar we vertrouwen er wel op dat de krant nu eindelijk eens het eeuwenoude model van standaard-nieuwsverhaaltjes-produceren weggooit en de grote uitdagingen die deze chaotische tijd oproept, aangaat. We verwachten dat de krant papier vergeet en het als een heilige missie ziet de digitale mogelijkheden ten volle te benutten. We weten dat de krant programmeurs en interactie-ontwerpers net zo belangrijk vindt als journalisten, omdat zij net zo hard nodig zijn om een verhaal te vertellen. We vertrouwen erop dat de krant haar uiterste best doet om het nieuws in een context te plaatsen. Dat ze niet elke keer voorkauwt wie Assad ook al weer was, en wie zijn grootste tegenstanders zijn, maar dat ze een nieuwe vertelvorm uitvindt waarin updates en nieuwe analyses in een groter verhaal smelten. Kijk eens naar de app Circa, die de eerste stappen in die richting neemt.

    Vermaak

    Er moet natuurlijk ook wat te lachen vallen. Geef ons The Daily Show. Fokke en Sukke. Gekke columnisten die met een paar hilarische observaties de pijnpunten van onze samenlevingen bloot leggen (zoals Marcel van Roosmalen over Facebook-marketeers). Geef ons intelligent vermaak. Absurdisme. Als antidote tegen de springende sterren. Toon zelfspot. Laat een zucht van relativeringsvermogen door de krant gaan.

    Hoop

    Maar we willen vooral een oplossingsgerichte krant. De wereld gaat naar de klote. Financiële idioten drukken waarde alleen in geld uit en vreten de aardbol kaal. Gigantische naties maken een welvaartssprong en doen ook opeens een beroep op brandstoffen en luxe. Er sterven verdomme nog steeds mensen van de honger terwijl aan de andere kant van de wereld verwende consumenten tassenvol sweatshopshit bij de Primark kopen. Wat kunnen we er aan doen? Hoe kunnen we het verschil maken, desnoods alleen in onze kleine sociale omgeving? We willen een krant waar de grootste denkers, wetenschappers en doeners van onze tijd oplossingen aanreiken. Ons een schop onder de kont geven en vertellen wat we anders moeten doen. Hoe we voor zwakkeren moeten opkomen. Die ons niet vertellen hoe we moeten stemmen als we een paar treurige euro’s hypotheekrente-aftrek willen behouden, maar de politici aanwijzen die over een wereld nadenken waar over dertig jaar nog steeds mensen rondlopen. We willen een politieke krant. Een krant die ons gidst. Die durft te zeggen waar het opstaat. We willen een krant die ons wakker schudt zoals Jonathan Safran Foer dat deed met Eating Animals, Stéphane Hessel met Indignez vous! en Tony Judt met Ill Fares The Land. We willen geen struisvogelkrant die een beetje miept over partijgeneuzel in Den Haag.

    Durf

    We willen een krant die dit allemaal negeert. Die denkt: flikker op, wij bedenken zelf wel wat we je voorschotelen. Die zich net als Henry Ford, Igor Stravinsky en Steve Jobs realiseren dat wij als publiek helemaal niet weten wat we willen. Dat we vragen om een sneller paard. Maar toon in ieder geval durf. Ga aan de slag. Stop met het slappe gelul over overheidssteun, oneerlijke concurrentie, vervlakking, of papier wel of niet doodgaat, wie de advertentiemarkt domineert – het zal ons allemaal een zorg zijn. BOUW. Doe. Schijt hebben acties maken*. Hoe lang wil je verdomme nog klagend toekijken hoe zich een revolutie voltrekt? Sluit je aan. Red de kwaliteitsjournalistiek. Verras ons.

    NU.

    Naschrift (mei 2014): Wat mijn aandeel in deze strijd is? Ik probeer als uitgever van De Correspondent veel van bovenstaande ideeën werkelijkheid te maken. Misschien dat jij ook al vecht voor de toekomst van kwaliteitsjournalistiek. Laat het vooral weten in de reacties en wat je nodig hebt.

  • Je zou door de actualiteiten wellicht anders vermoeden, maar het gaat best aardig met de Nederlandse kranten. Neem al dat NRC-papier: in 2011 goed voor 4,7 miljoen euro winst. Ja, een miljoenenwinst. Voorlopig maken kranten hun aandeelhouders heel gelukkig.

    Maar in ons voorland vallen kranten wel bij bosjes om. Afgelopen vrijdag was ik op bezoek bij de beroemdste van allemaal: The New York Times. Op de redactievloer zag ik de cubicles die zo mooi waren vastgelegd in Page One (2011). Om de paar meter zat een beroemdheid driftig te tikken. Op de ‘executive floor’, tien verdiepingen hoger, een panoramisch uitzicht op de westzijde van Manhattan. Bij de linkerwand verzoop een houten bureautje in de enorme weelde van de directeurenreceptie. ‘Uit 1839’, stond erop. De allereerste hoofdredacteur had aan dat bureau de allereerste Times gemaakt. Prachtige geschiedenis, die binnenkort misschien definitief is. Want de meest prestigieuze krant ter wereld draaide in 2011 39,7 miljoen dollar verlies. Auw. Paniek!

    (meer…)
  • Als ik vertel dat de uitvinders van Blogger.com en Twitter een nieuw plan hebben, let je wel extra op toch?

    (meer…)
  • Choire Sicha (40) shows the opening line of The Journalist and the Murderer (1990) on his iPhone:

    „Every journalist who is not too stupid or too full of himself to notice what is going on knows that what he does is morally indefensible.”

    The co-founder of The Awl and former editor of Gawker warns the non-fiction work by Janet Malcolm ‘gets darker from there.’

    „The Journalist and the Murderer is the most influential book for people who do what I do”, says Sicha, „I have a bunch of friends who read it every year.”

    It’s Janet Malcolm’s take on the relationship between an army officer who is thought to be guilty of killing his family and the journalist he hires to guarantee his innocence. The men live together and eventually become friends during the court case in 1979.

    Sicha: „But then, the book comes out and it’s this shocking indictment of how the army officer did kill his family. He was completely betrayed by the journalist and the book cements his reputation as a murderer.”

    Eleven years after the case, Malcolm argued that the journalist hoped to have found his Perry Smith – the murderer in Truman Capote’s notorious novel In Cold Blood (1966) – but soon discovered his subject was actually a very dull man. To save his book, the journalist allegedly decided to accuse the army officer of being a ‘pathological narcissist’ and a murderer.

    „I often profile people for magazines and one of the things I take from Malcolm’s book is being superconscious about what you know and what you assume about your subject. So, if I were to interview you, we would have an engagement, a personal involvement. I’d ask you all these personal questions and then, I could basically betray you and write down my coloured version of everything I thought about you. The book is a reminder about the fact I’m continuously selling people out.”

    Choire Sicha about ’the old puppy dog’ called Gay Talese

    When Sicha first read The Journalist and the Murderer, he wasn’t a journalist yet. „I guess I always wanted to be a writer, but in the US journalism is very much a middle and upper class profession. I didn’t go to college, so I had no way in.”

    But when blogging gained popularity, Sicha zealously adopted the novel medium and soon edited New York’s most popular blog, Gawker. He quit in 2008 to start his own publication, The Awl, where high and low culture are ingeniously combined. Sicha tore down the walls of the journalism establishment and was soon a household name in New York’s media industry. He has never met Malcolm though. „I’ve always wanted to.” But Sicha, who isn’t typically afraid of literary giants – he calls Gay Talese ‘such an old puppy dog’ – admits he’s frightened of Malcolm’s reputation.

    „I’m a huge fan of her writing and read everything by her. She’s interested in psychotherapy and isn’t afraid to talk in a very funny way about her own assumptions, misguidances and blind spots. She values logic highly. In her latest book Iphigenia in Forest Hills (2011), she relentlessly looks at the logic of both parties in a Queens murder case. Together with Joan Didion and Renata Adler, Malcolm forms the pillar of non-fiction.”

    These days, Sicha doesn’t have much time to read books anymore. But when he does, he’s into science fiction. „Even Jennifer Egan plays with science fiction now. It’s not just the losers anymore.” He recommends Ursula Le Guin. Sicha reads from his iPhone. “I’ve always got my library with me, plus, it’s more convenient in bed. At some point I fall asleep and my phone automatically puts itself to sleep as well. No book hits my face.”

    It’s a dude’s world, says Choire Sicha

    So far, Sicha hasn’t recommended any male writers. „I actually almost never read men.” He argues that the women of Malcolm’s generation all had to work three times as hard to get their slots at the magazines and newspapers. „They were actually fundamentally better because they had to work a lot harder ”

    New York still is a place for ‘dudes’, says Sicha. „Most men only read men. If you look at the founders of [New York literary magazine] N+1, they all live in a boy’s society. Chad Harbach, Marco Roth, Keith Gessen and Benjamin Kunkel; all these dudes hang with dudes, publish with dudes and don’t seem comfortable with working with women. It’s becoming less of a guy’s gang, since I think they’re actively trying to break themselves from that habit. But overall it seems hard for straight people to get along in America. There aren’t many places where they’ve learned to talk and hang out as equals. So the guys get all nervous and sweaty, and the women get annoyed. It’s a mess. It’s funny. At The Awl, women write half of the pieces. We’re pretty careful.”

    For all the female writers Choire Sicha mentions, there’s none who is not in her seventies. „There’s a mid-career problem which happens a lot”, says Sicha, „So you’re hot and famous in your twenties and thirties. But when you’re forty through sixty, that’s it for you. Then suddenly in your seventies you’re revered. You have this body of work behind you everyone loves, but in between it’s just toil.”


    Choire Sicha

    ‘Thirty-year’ old blogger working on a book

    Choire Sicha is forty years old, so is he heading towards temporarily obscurity as well? „People think I’m younger. Why would someone who is forty have a job blogging? I just pretend I’m thirty.” It helps Sicha looks merely thirty and his now three-year old blog The Awl gains popularity. Together with co-founder Alex Balk he’s fighting the dumbness of the blogosphere. Hence the ‘be less stupid’ tagline, Spartan layout, small headlines and the odd mixture between 2000-word essays and one sentence posts. „We’ve turned into a business lately”. Their two-room office houses several employees. Sicha, being modest about his success, considers it ‘boring’ and ‘sad’ they’re ‘not just a blog anymore’. He still hacks his own WordPress themes though.

    When Choire Sicha is not blogging, he’s writing a piece of text that will not instantaneously hit the web: a book. „In 2009, I followed a group of four friends around in New York City, to see how they were coping with the crisis.” Reporting, writing and editing cost him a year each. You’ll be able to read it in 2013.

    Sicha remembers his own younger years in New York as ‘amazing and terrible at the same time’. „You have to live off four dollars a day and you’re continuously confronted with how much money everybody else has. Somehow it always seems other people have more opportunities. Then again, New York also gives you things. You’ll be invited to someone’s amazing party and meet the most bizarre people. Then the dark times will subside and you’ll tell everyone the old days in New York were better. Your amazing time will be behind you. 2012 is someone’s amazing time right now. It’s just not mine.”

    📖 Check out The Journalist and the Murderer on Amazon.

    🍿 Finished reading this interview with Choire Sicha? Check out my list of 61 great journalism movies (and 5 series).

  • Het is vijf voor elf, tot de barman de grote wijzer een duwtje geeft. Een knipoog, het is opeens tien minuten na sluitingstijd. Onze bellinis zijn nog half vol, wat neerkomt op 7,5 euro aan drank per glas. Om ons heen druipen de vaste gasten af. De mannen zoenen de barman. Als wij even later ook de Calle Vallaresso inlopen, houdt hij – in wit pak, met zwarte strik – de deur open. We zijn in de voetsporen van Ernest Hemingway, Charlie Chaplin, Truman Capote en Peggy Guggenheim getreden. Dat was Harry’s Bar.

    (meer…)
  • In de eerste paar jaar dat ik blogde, gebruikte ik m’n eigen publicatie om in contact te komen met journalistieke helden. In televisiestudio’s maakte ik me los van het klapvee voor een interview met bijvoorbeeld Matthijs van Nieuwkerk. In New York interviewde ik vrijwel alle Nederlandse correspondenten. Na een debat sprak ik de toenmalige chef van nrc.next aan, Hans Nijenhuis, en mocht ik na het interview bij die krant komen werken. Afgezien van Jort Kelder heeft niemand ooit zo’n interview geweigerd. Daar leid ik maar uit af dat 1) weinig jonge journalisten om interviews vragen, Van Nieuwkerk zou bij de driehonderdste keer wel nee hebben gezegd, vermoed ik, en 2) dat ze met plezier over hun werk praten. Ik adviseer u dan ook van harte hetzelfde te doen. Ter inspiratie het verhaal een middelbare scholier die 1963 honderdvijftig schrijvers aanschreef, waaronder de Grote der Aarden.

    (meer…)
  • Met ballet heb ik weinig. Toch heb ik met veel plezier en ontzag de biografie  van Sergej Diaghilev (1872-1929) gelezen, de man die met Les Ballet Russes de balletwereld – en eigenlijk de gehele Europese kunstwereld – van begin vorige eeuw ingrijpend veranderde. De Nederlander Sjeng Scheijen beschrijft op grootse wijze op hoe de Russische aristocraat uitgroeide tot een grootheid door wie mensen als Pablo Picasso, Igor Stravinksy, Coco Chanel en Jean Cocteau zich lieten inspireren.

    (meer…)
  • In 2008 ontmoette ik op de enige bowlingbaan van Amsterdam de baas van Hyves. Een keer per jaar komt de internetscene daar samen om een balletje te werpen. We maakten een gemoedelijk praatje, en ik merkte niks bijzonders aan hem. Onlangs las ik zijn boek Van 3 naar 10.000.000 vrienden. Die bewuste avond, toen hij volkomen ontspannen aan zijn glas nipte, was Raymond Spanjar verwikkeld in keiharde onderhandelingen met MTV over een mogelijke overname. Hij kwam net uit de onderhandelkamer, en zou later die nacht weer doorwerken. What a guy.

    (meer…)
  • Vorige week hingen Ward Wijndelts en ik in een New Yorks café genaamd Amsterdam. Een man die door zijn succes in de reclamewereld verveeld was geraakt en het pad van de kunst had gekozen, gaf ons over Duits witbier advies: ‘Maak van het nieuws één groot spelletje’. “Als er verkiezingen in Turkije zijn, wil ik daar door de steden kunnen rondlopen en mensen uit verschillende lagen van de maatschappij vragen kunnen stellen”, of: “Ik wil een paar vrienden uitnodigen en dan samen een role-playing-game over Turkije spelen”.

    Vanmorgen was ik gewoon op de redactie van NRC, maar kreeg ik wéér advies van een New Yorker. Dit keer was het Jay Rosen, professor journalistiek aan New York University. En ook hij begon over games.

    (meer…)