Categorie: Intentioneel leven

Als je even niet oplet, leef je precies zoals anderen dat van je verwachten. Gewoon, omdat het hoort. Omdat je zo opgevoed bent. Of omdat het je zo verteld wordt in reclames en tijdschriften.

Je rijdt een zo duur mogelijke auto, want zo hoort het. Je probeert eindeloos af te vallen, want zo hoort het. Je zit eindeloos in vergaderingen, want zo hoort het. Als je een gezin krijgt, verlaat je de binnenstad, want zo hoort het.

We kunnen die maatschappelijke reflexen best kritisch bevragen en een ander pad kiezen. Intentioneel leven, noem ik dat. Ja, beetje een anglicisme, maar het beschrijft wel precies wat ik bedoel. Je kijkt naar de belangrijkste dingen in je leven, bevraagt de conventies en kiest een weg die goed bij je past.

Onderstaande artikelen helpen je met intentioneel leven. Lees bijvoorbeeld hoe het streven naar financiële onafhankelijkheid mij helpt met intentioneel leven.

  • Zo maak je van boeken lezen een gewoonte

    “Hoe krijg je het voor elkaar zoveel te lezen?” Dat vroeg een luisteraar van POM me tijdens ons Zoom-evenement, omdat ik  in de podcast vaak refereer aan gelezen boeken.

    Het korte antwoord is: door het gewoon te doen.

    Flauw natuurlijk, maar wat ik ermee bedoel: lezen is een activiteit die ik niet hoef te plannen. Het gebeurt gewoon. Ik had vorig kwartaal een paar van de meest drukke maanden uit m’n leven, maar ik las volgens mijn Readwise toch 19 boeken.

    De achtergrond van de vraag is denk ik hoe je ook op dat punt komt. Dat lezen gewoon onderdeel van je leven is.  

    “Ik kom op je vraag terug”, zei ik tegen de luisteraar. Bij dezen. Na wat zelfonderzoek heb ik acht gewoontes en methodes onderscheiden die me helpen bij het lezen.

    Ik deel ze in de laatste aflevering van POM, en heb ze hier ook uitgeschreven. 

    POM-aflevering over meer lezen

    Wat nog wel belangrijk is om te benoemen, is dat het natuurlijk met motivatie begint. Wáárom zou je meer willen lezen? 

    Ik lees graag omdat…

    1. boeken vaak een afronding zijn van een langdurig denkproces of onderzoek. Door het redactieproces en het karakter van het medium is een boek vaak een gecomprimeerde en vrij tijdloze versie van heel veel denkwerk. Daar laaf ik me graag aan!
    2. boeken mijn wereld vergroten. Ik vind het een luxe om een andere wereld in te kunnen duiken. Zoals onlangs die van de robber barons eind negentiende eeuw (later meer daarover). Door achter elkaar biografieën van mensen uit die tijd te lezen, ga ik lijntjes leggen en referenties begrijpen.
    3. het helpt lijnen in de geschiedenis te ontwaren. Zoals met die robber barons. Het is interessant om in de biografie van Andrew Carnegie te lezen hoe het huidige debat over filantropie zich verhoudt tot de kritiek die de staalmagnaat destijds kreeg. Of hoe de roep om regulering voor de techgiganten overeen komt met de strijd in Titan rond de marktmacht van olietycoon John D. Rockefeller. Alles herhaalt zich. 
    4. het relativerend werkt. Als ik denk dat ik een zware baan heb, lees ik in Team of Rivals over Abraham Lincoln en bedenk ik me dat ik in ieder geval geen burgeroorlog hoef te bedwingen met een ziek kind thuis. Schouders eronder en weer door. 
    5. het een vorm van escapisme is. Ik kan er echt naar uitkijken om na een pittige dag in een roman te verdwijnen en in de wereld van de auteur rond te lopen.
    6. het mijn gevoelens kan verdiepen. Wat een auteur als Karl Ove Knausgård over vaderschap schrijft, heeft me zoveel meer inzicht gegeven in mijn eigen gevoelens over mijn gezin. 
    7. ik bepaalde vaardigheden wil opdoen. Onderhandelen leerde ik uit Everything is Negotiable, openbaar spreken van Dale Carnegie en feedback geven van Kim Scott.

    Als je meer wilt lezen, loont het denk ik om je eigen motivaties op te schrijven. Dan weet je waar je het voor doet.

    Oké, dan kunnen we nu naar de praktische tips.

    8 tips om meer boeken te lezen

    1. Block geen tijd voor lezen, lees één minuut. Ik merk in mijn omgeving dat lezen gezien wordt als een activiteit waar je uren achter elkaar vrij voor moet maken. Maar een minuut lezen kan ook al waardevol zijn. Als je je maar over die eerste drempel heen zet. Vaak lees je dan toch langer door.
    2. Zorg dat er overal boeken beschikbaar zijn. Ik heb een Kindle op m’n nachtkastje, het homescreen van mijn telefoon bevat alleen maar lees-apps en in mijn woonkamer en kantoor slingeren overal papieren exemplaren. Daardoor is de drempel om te beginnen met lezen altijd laag.
    3. Bedenk hoe je je leesgedrag kunt afstemmen op je wensen. Waarschijnlijk heb je net als ik sterk uiteenlopende motivaties om te lezen. Ik koppel die motivaties aan rituelen. Zo lees ik fictie voor het slapengaan, lees ik non-fictie thuis overdag en lees ik de praktische leerboeken op kantoor. Door die duidelijke koppeling ontstaan sneller vaste gewoontes.
    4. Bedenk welke activiteit je voor lezen wilt inruilen. Een half uurtje minder Twitter per dag? Niet meer de ene talkshow kijken maar een boek erbij pakken? 
    5. Bedenk een thema waar je jezelf in wilt onderdompelen. Ik houd ervan om achter elkaar boeken te lezen over één bepaalde periode of alle boeken van één auteur. Dan ga ik verbanden zien en dat maakt lezen een meer verdiepende ervaring. 
    6. Houd een lijstje bij met boeken die je getipt worden of die je elders tegenkomt. Ik heb in mijn todoprogramma een lijstje genaamd ‘Om te lezen’ waar ik tips van vrienden of uit media meteen noteer. Zo zit ik nooit verlegen om een volgend boek om te lezen. 
    7. Onderstreep passages die je mooi of leerzaam vindt en neem ze over in een programma als Readwise*. Zo bouw je een mooi archief op en krijg je inzicht in wat lezen voor je betekent. Ik zet bij mijn highlights altijd een korte notitie, zodat ik over vijf jaar kan teruglezen waarom een passage me destijds raakte.
    8. Lees je op een ereader? Download dan voorbeeldhoofdstukken. Het is een gratis en toegankelijke manier om nieuwe auteurs te ontdekken. Als het bevalt, kun je het boek kopen.

    Ik hoop dat je iets aan deze leestips hebt!

    * Ontvang één maand gratis Readwise via deze link

  • Dit ochtendritueel geeft me houvast in deze onregelmatige tijd

    Ik hoop dat het goed met je gaat en dat je een weg hebt kunnen vinden in deze pandemie. Ik moest er zo aan wennen dat mijn dagelijkse ritme wegviel, herken je dat? 

    Gelukkig heb ik nu een ochtendritueel ontdekt dat me houvast geeft aan het begin van de dag: ‘morning pages‘. In dit artikel vertel ik er meer over en waarom het zo waardevol ritueel voor me is geworden.

    Van een gestructureerde werkweek naar heel veel afwisseling

    Ik kan me het nu niet meer voorstellen, maar pre-pandemie ging ik vijf dagen per week, acht uur per dag naar de redactie van De Correspondent.

    Nu ziet elke werkdag er anders uit. Soms werk ik thuis, dan weer in een café. Ik maak wandelingen met collega’s en waai soms aan op de redactie, waar een kleine groep collega’s werkt. 

    Ik geniet van de afwisseling, maar merk ook dat ik meer ritme nodig heb. Soms kom ik dagen niet echt lekker op gang, of maak ik eindeloos rondjes in de draaikolk van mijn e-mailinbox. 

    Rituelen helpen me in de stemming te komen voor waardevol werk, ze zorgen ervoor dat mijn goede voornemens daadwerkelijk gewoontes worden en ze geven een gevoel van controle.

    Daarom zocht ik zo’n ankerpunt voor mijn ochtenden

    Morning pages van Julia Cameron
    Ik schrijf in dit morning pages-boek

    Toen stuitte ik op ‘morning pages’. Het concept: je noteert je gedachten in een notitieboek, net zolang tot je drie bladzijden vol hebt.

    De Amerikaanse schrijver en bedenker Julia Cameron benadrukt dat het geen goedlopende tekst hoeft te zijn. Niemand anders hoeft het te lezen. Noteer gewoon de gedachten die in je opkomen. Cameron noemt het ‘ruitenwissers voor de ziel’. Je schrijft al je gepieker van je af.

    Elke morgen tussen half negen en negen uur – nadat ik de kinderen heb weggebracht en voor mijn eerste werkafspraak begint – pak ik mijn notitieblok erbij.

    Ik ben er om de volgende redenen heel enthousiast over:

    1. Ik kan er mijn gepieker achterlaten. Het is een onzekere tijd, dus ik merk dat ik af en toe overvallen word door gepieker. Die kan ik in mijn ‘morning pages’ kwijt, waardoor ik met een schone lei aan de dag begin. 
       
    2. Het is een moment van rust en reflectie. Ik schrik er achteraf een beetje van, maar ik leefde na de lockdown alweer als een kip zonder kop. Gaan, gaan, gaan. Door dit rustige ritueel sta ik gegarandeerd dagelijks een half uur stil bij de betekenis van wat ik aan het doen ben en dat voelt heel waardevol.
       
    3. Het helpt me bij het visualiseren van wat er die dag gaat gebeuren. Dat is fijn, want daardoor kan ik me bijvoorbeeld goed voorbereiden op een gesprek waar ik zenuwachtig of onzeker over ben. Ik kan me voornemen hoe ik het gesprek wil ingaan en visualiseren hoe dat voelt. Klinkt zweverig, maar ik merk dat spannende situaties me daardoor beter afgaan.
       
    4. Ik kom op nieuwe ideeën. Door de rust en de onbevangenheid van het ritueel schieten me soms goede ideeën te binnen die ik na het schrijven in mijn todo-programma overneem. 

    Ik moedig je aan het ook eens uit te proberen!

    Zelf schrijf ik in het officiële morning pages-boek van Julia Cameron (en negeer daarbij de soms zweverige teksten), maar je kunt natuurlijk ook een notitieblok gebruiken.

    Misschien denk je: moet ik nu naast een Dankboek ook nog eens in morning pages-boek schrijven? Nou, niks moet natuurlijk 😊. Maar ik denk dat twee vaste momenten van reflectie en stilte op een dag heel waardevol kunnen zijn.

  • Door deze vijf boeken kom ik vaker aan betekenisvol werk toe

    Vroeger kwam het veel te vaak voor dat ik een dag lang alleen maar e-mailtjes wegwerkte, vergaderingen voerde, en met een leeg gevoel de werkdag eindigde. Wat had ik nou helemaal van waarde gecreëerd, vroeg ik me dan af.

    Maar dankzij deze vijf boeken lukt het me steeds vaker om geconcentreerd waardevol werk te verrichten, en sluit ik met een voldaan gevoel mijn dag af.

    Hopelijk heb jij er ook iets aan!

    1. Het standaardwerk: Mihály Csíkszentmihályi – Flow 

    In de jaren zeventig vroeg onderzoeker Mihály Csíkszentmihályi aan duizenden mensen over de hele wereld waar ze gelukkig van werden. Hoewel de geïnterviewden van allerlei verschillende activiteiten gelukkig werden, beschreven ze de ervaring hetzelfde: als een ‘flow’. Dat is een mentale staat waarin we ons helemaal in een activiteit verliezen en waar we heel gelukkig van worden. In dit boek uit 1990 beschrijft Csíkszentmihályi hoe je je leven zo kunt inrichten dat je zo vaak mogelijk in een flow komt. Het is nog steeds een zeer leesbaar boek.

    (Engelstalige versie)

    2. De praktische invulling: Cal Newport – Deep Work 

    Computerwetenschapper Newport gaat verder waar Flow stopt: hij geeft vier strategieën om ervoor te zorgen dat je aan diep werk toekomt (het type werk wat bij flow hoort). En hij leert je hoe logistiek werk – e-mails, vergaderingen – in dienst van dat diepe werk kan staan.

    (Nederlandse versie / Engelstalige versie)

    3. Fuck pretenties (en passie):  Elizabeth Gilbert – Big Magic

    Enthousiasmerend pleidooi voor pretentieloze creativiteit, van de schrijver van Eat, Pray, Love. Gilbert haalt enkele creatieve mythes onderuit, zoals ‘volg je passie’. Dat is een benauwend concept, vindt ze, want hoe kom je er in hemelsnaam achter wat je passie is? Volg liever je nieuwsgierigheid. Dat is laagdrempeliger en word je waarschijnlijk gelukkiger van. Met zulke adviezen is het hele boek gevuld. De af en toe wat kitschspiritualiteit wat mij betreft negeren. 

    (Nederlandse versie / Engelstalige versie / interview dat ik met Gilbert had)

    4. Onderhandel om ruimte te maken: Gavin Kennedy – Everything is Negotiable

    Nee-zeggen, ruimte creëeren en goed betaald worden zijn heel belangrijke factoren voor creativiteit. Ik heb daarom geen enkel praktisch boek zo vaak aangeraden als Everything is Negotiable. Dat komt omdat Gavin Kennedy zeer verhelderend uitlegt hoe je over onderhandelen moet nadenken om er succesvol in te zijn. Om je een idee te geven: Kennedy vertelt bijvoorbeeld dat je een onderhandeling níét als een wedstrijd moet zien, maar als een proces waarbij je allebei tevreden uitkomt.

    (Engelstalige versie)

    5. Denk niet aan succes: Carol Dweck – Mindset

    Carol Dweck doet al decennia onderzoek naar wat de gevolgen zijn van hoe mensen over hun eigen intelligentie denken. Ze onderscheidt twee typen ‘mindset’. Als mensen een ‘fixed mindset’ hebben, geloven ze dat intelligentie is aangeboren en dat je niet slimmer kunt worden. Mensen met een ‘growth mindset’ geloven dat je door oefening slimmer kunt worden. Uit Dwecks onderzoeken blijkt dat het leerproces van mensen met een growth mindset effectiever én prettiger is dan dat van mensen met een fixed mindset. Je kunt je werk dan ook het beste als oefening zien en niet als een weg naar succes. Stel dat je een roman wilt schrijven: als je het schrijven als oefening ziet, en niet als manier om succesvol auteur te worden, dan is de kans groter dat je een steeds betere schrijver wordt en haal je uit het schrijven zélf ook al plezier.(Nederlandse versie  / Engelstalige versie)

  • Minder uitstelgedrag, meer voldoening: waarom ik wekelijks met een accountability partner spreek

    Begin 2019 las ik Grip, de productiviteitsbijbel van Rick Pastoor. Ik paste vrijwel al zijn adviezen toe (accountability partner, weekly review, kwartaalreview & jaarplan) en werk nu veel meer aan belangrijke dingen die geen deadline hebben, maar die wel een groot verschil maken.

    Dat vind ik heel belangrijk, want als ik door uitstelgedrag niet de motivatie weet op te brengen voor projecten zonder sluimerende deadline, mis ik denk ik een hoop mooie kansen op interessant werk en waardevolle ervaringen. Grip is hét medicijn tegen uitstelgedrag. 

    Ook ervaar ik meer kalmte en voldoening, omdat ik beter weet wanneer ik kan stoppen met werken en dan ook echt *klaar* ben. 

    Eén concept wat Rick in zijn boek onder de aandacht brengt heeft me daar enorm bij geholpen: de accountability partner. In dit artikel vertel waarom dat zo waardevol voor me is en wat ik er over leerde. 

    🏖 De vakantietijd biedt een mooi moment voor reflectie en het formuleren van goede voornemens. Ik zou je willen aanmoedigen eens na te denken over het zoeken van een accountability buddy.

    Ik heb nu 17 maanden een accountability partner

    Met een accountability partner praat je elke week even kort over hoe de afgelopen week was, wat je plannen voor de huidige week zijn en houd je elkaar scherp op voornemens en actiepunten. 

    Sinds maart 2019 heb ik zo’n partner. Daniel, heet hij. De gesprekken met hem helpen mij enorm en onze vriendschap is ook nog eens verdiept. 

    Daarom wil ik nog eens een lans breken voor dit concept. 

    Dat is nodig, zo vertelde de heer Pastoor mij, want niet elke Grip-lezer gaat aan de slag met de accountability partner:

    “Ik merk dat dit een van de moeilijkste concepten uit het boek is om mensen echt warm voor te maken. De drempel is toch best hoog. Maar als ze het eenmaal doen zijn ze enthousiast.”

    Dus in dit artikel deel ik een warme aanbeveling, plus enkele lessen die Daniel en ik leerden. 

    Stap 1: iemand vragen (dat is best spannend)

    Allereerst herken ik die drempel. Ik las Grip in januari 2019, wilde meteen een accountability partner en had pas twee maanden later de moed verzameld om Daniel te vragen. Het is toch spannend. Je stelt je open voor afwijzing. Een beetje zoals je vroeger op het schoolplein aarzelde om verkering te vragen aan die klasgenoot waar je al weken smoorverliefd op was.

    Gelukkig zei Daniel meteen ja.

    Sindsdien bellen we elke dinsdagmorgen een half uurtje. Eerst stel ik Daniel een kwartier lang vragen en tik ik mee, daarna draaien we de rollen om. Ik denk dat we het in die zeventien maanden vier keer hebben overgeslagen. Een keertje omdat ik een kind kreeg, een keer omdat Daniel geen bereik had in de bergen en allebei zijn we het een keer tijdens onze vakanties vergeten (goed teken). 

    Onze vriendschap werd er sterker van. Allebei zijn we al een keer door een pittige periode gegaan, en die vaste wekelijkse halfuurtjes werden een soort ankerpunten waar we altijd samen keken naar wat we aan onze situaties konden doen. Hoewel we soms ook edities hebben gehad dat alleen naar elkaar luisteren ook genoeg was.

    Dit soort vragen stellen we aan elkaar

    We begonnen met de standaardlijst uit Grip en zijn deze steeds verder gaan aanscherpen voor onze persoonlijke situaties. 

    We gebruiken inmiddels deze algemene vragen:

    • Wat ging afgelopen week goed? Waarom?
    • Wat had ik beter kunnen doen? Hoe pas je die les volgende week toe?
    • Wat is je inzicht van de week?
    • Wat zijn je drie grootste prioriteiten (Big Three) voor de komende week?

    Daarnaast hebben we ongeveer vier persoonlijke vragen die helemaal afgestemd zijn op het werk en leven van Daniel en mij. Die persoonlijke vragen liggen vaak in de lijn van onze kwartaaldoelen. ‘Hoe ga je je podcast voor deze week voorbereiden?’ is er bijvoorbeeld eentje die Daniel me dit kwartaal stelt. En ik vraag Daniel tegen welke dingen hij ‘nee’ gaat zeggen omdat deze niet bij zijn prioriteiten passen.

    Enkele dingen die we leerden:

    • Bij vragen die om de voortgang van een project of voornemen draaien, werkt het voor ons beter om vooruit te blikken dan om terug te kijken. Want als je terugkijkt op je week, kun je altijd wel een verhaaltje verzinnen waarom je toch iets zinnigs hebt gedaan – ook al was dat misschien niet zo – terwijl je bij vooruitkijken vaker een specifiek actiepunt formuleert. Stel dat Daniel mij zou vragen hoe ik afgelopen week de podcast heb voorbereid. Dan kan ik van alles verzinnen om mijn acties te verantwoorden. Maar als hij me vraagt wat ik deze week ga doen om de podcast goed voor te bereiden, kan ik er nog invloed op hebben.
    • Wat vervolgens goed voor ons werkt is om af te sluiten met de volgende vraag: ‘Welke nieuwe actiepunten kwamen er uit dit gesprek voort?’
    • Hoe specifieker de vraag over de voortgang op een project of voornemen, hoe beter. Zo had een van ons een tijdje de vraag: ‘welk lastig actiepunt ga je in het halfuur na deze call tackelen?’
    • Voor gewoontes die we onszelf willen aanleren hebben we korte checkvragen die we alleen met ja of nee hoeven te beantwoorden. Zoals: ‘heb je deze week minstens 3 uur Spaans gelezen of gesproken?’
    • We vragen niet alleen naar elkaars werk, maar bespreken ook familie, vrienden en nieuwe dingen die we willen leren. Dit adviseert Rick ook, maar ik kan het niet genoeg benadrukken. Bewaak ook in je check-in privé- en werkbalans.
    • We nemen ook bewust vragen op waar we energie van krijgen – het gaat dus niet alleen over onze verbeterpunten. Door in de check-in de nadruk te leggen op activiteiten waar je gelukkig van wordt (zoals schrijven, of dansen), ben je er vaker mee bezig.
    • Wees flexibel. Als een vraag niet werkt, pas het aan. We hebben meerdere keren gedurende een kwartaal ondervonden dat een vraag uiteindelijk niet waardevol genoeg was. Soms moesten we deze scherper scherpen, soms bleek een andere vraag waardevoller.

    Elk kwartaal duiken we de kroeg in voor een review

    Daniel en ik schrijven op advies van Rick elkaars antwoorden op in een gedeeld Google Doc. Die nemen we op twee vaste momenten nog een keer door.

    Ik lees die antwoorden tijdens mijn wekelijkse review altijd nog even, om te kijken of ik niets vergeten ben en mezelf te herinneren aan mijn prioriteiten.

    Daarnaast nemen Daniel en ik aan het einde van elk kwartaal alle notities nog een keer door. Tijdens het teruglezen van deze ongeveer dertig pagina’s (!), noteren we enkele overkoepelende observaties en vragen. Gedurende onze wekelijkse gesprekken maken we af en toe een notitie dat we een bepaald vraagstuk dieper moeten bespreken in de kwartaalreview – die verzamelen we aan het einde van het kwartaal ook.

    Vervolgens spreken we in levende lijve af. We eten bij mij thuis en duiken daarna de kroeg in. Daar bespreken we het volgende:

    1. Ik deel mijn observaties en vragen over het kwartaal van Daniel, en doe suggesties voor nieuwe vragen; 
    2. Daarna deelt Daniel de terugblik op zijn kwartaal (bewust na mij, zodat hij me niet beïnvloedt met zijn eigen analyse). Ook deelt hij zijn nieuwe kwartaaldoelen;
    3. Samen bedenken en formuleren we nieuwe wekelijkse vragen voor Daniel;
    4. Daarna bespreekt Daniel mijn kwartaal en doet hij suggesties voor mijn nieuwe vragen;
    5. Vervolgens deel ik mijn observatie over mijn eigen kwartaal en mijn nieuwe kwartaaldoelen;
    6. Daarna bedenken we mijn nieuwe wekelijkse vragen.

    Dit zijn vier geweldige avonden per jaar die vaak tot in de late uurtjes doorgaan en waar we allebei veel energie van krijgen. Ook houdt het onze wekelijkse gesprekken fris.

    Oncomfortabel, specifiek en toch een warm bad? Dat klinkt als een gesprek met mijn accountability partner

    Misschien zijn Daniel en ik een tikkie heftig, maar we willen van elkaar dat we het de ander moeilijk maken. We mogen elkaar niet laten wegkomen met een smoesje. Het doel is immers om elkaars voornemens waar te maken. 

    Als ik me heb voorgenomen iets moeilijks aan te pakken in een kwartaal, zijn er altijd zat redenen om het uit te stellen. ‘Ik ben er niet voor in de stemming’ of ‘Ik moet eerst nog dit en dat perfectioneren’. 

    Terwijl voor 90 procent van de actiepunten en voornemens geldt: maak gewoon een beginnetje en dan gaat de bal vanzelf rollen. 

    Daar helpen we elkaar bij.

    We vragen door en proberen zo specifiek mogelijk te worden. ‘Wanneer ga je het doen? Woensdag? Hoe laat dan? Dan app ik je een uurtje later wel even hoe het gegaan is’. 

    Dit klinkt vast oncomfortabel. Klopt. Dat is het soms ook. Maar het is ook ontzettend waardevol om elkaar over een drempeltje heen te duwen en vervolgens te zien dat we werken aan datgene wat we écht belangrijk vinden. 

    Tegelijkertijd zijn de gesprekken een warm bad. Bijvoorbeeld als we samen successen vieren en wanneer we elkaar steunen in moeilijke tijden. 

    Rick geeft duidelijke tips voor het uitkiezen van je accountability partner in Grip. Ik vond het heel belangrijk dat ik uitgedaagd zou worden door mijn accountability partner, en vice versa. Het zou mij nooit lukken om Daniel voor de gek te houden, en andersom (hopelijk) ook niet. 

    Aan de slag met een eigen accountability partner?

    Als je het overweegt, dan adviseer je ook even het bijbehorende hoofdstuk in Grip te lezen.

  • La Grande Bellezza is een pleidooi voor pretentieloos je best doen

    Vrijwel geen enkele filmrecensent liet het na La Grande Bellezza (De Grote Schoonheid) vijf sterren te geven. En vrijwel allemaal weiden ze uit over de gelijkenissen tussen het regisseur-acteurduo Paolo Sorrentino en Toni Servillo van La Grande Bellezza en Federico Fellini en Marcello Mastroianni. Hoopgevend dat in de filmwereld grootsheid in nieuwe gedaantes terugkomt, maar interessanter is het om La Grande Bellezza in deze tijd te zien. Nog specifieker: in je eigen leven.

    La Grande Bellezza gaat over een 65-jarige journalist, Jep Gambardella, die teert op oude roem, elke avond feest en pas naar bed gaat als de rest van Rome wakker wordt. 

    De film is alleen al om hoe innemend Servillo acteert je tijd waard. Tel daar het prachtige zwierige camerawerk, de opzwepende mix tussen eurotrash-feestmuziek en opera en de schoonheid van het Romeinse decor bij op en je weet waarom je niet moet wachten tot deze film op Netflix staat. Maar dat is niet waarom ook ik de behoefte voel om er een stukje over te tikken.

    Nee, wat La Grande Bellezza wat mij betreft vooral zo bijzonder maakt is dat je de film kunt zien als een pleidooi voor pretentieloos je best doen.

    Dat komt het krachtigst naar voren in de meest geruststellende scène uit de film, waarbij Gambardella een vriendin laat inzien dat haar scherpe oordelen over anderen slechts haar eigen onzekerheden en leugens dienen te verbloemen. In een pijnlijk en precies monoloog van een paar minuten ontmaskert Gambardella die vriendin, om haar daarna te vragen de vriendengroep voortaan met affectie te bezien. We proberen allemaal maar wat in het leven en sta elkaar alsjeblieft bij, wil hij maar zeggen.

    Alle personages met pretenties moeten het ontgelden in La Grande Bellezza. De stripper die ‘geraffineerd’ wil optreden, een waarzegger die zich verschuilt achter loze kreten, een kunstenaar die opzettelijk heel hard tegen een stenen muur aanloopt. Een voor een staan ze voor gek.

    De meest bescheiden kunstenaar – een jong meisje dat weigert op te treden omdat ze liever wil spelen – maakt uiteindelijk, huilend, het mooiste kunstwerk.

    ‘Het is maar een truc,’ zegt een vriendelijke illusionist over een zojuist uitgevoerde en onwaarschijnlijk goede verdwijnact.

    En een toneelschrijver maakt pas indrukwekkend werk als hij op aanraden van Gambardella zijn quasiliteraire probeersels opgeeft. 

    Deze interpretatie van La Grande Bellezza zegt waarschijnlijk meer over mezelf dan over de film. En dat is juist de kracht van Sorrentino’s meesterwerk. Het tweeëneenhalfuur durende spektakel laat zo veel overdonderende indrukken achter dat je door deze te interpreteren jezelf beter leert kennen. Daar kun je tijdens de prachtige aftiteling al mee beginnen.