Categorie: Publiceren

We leven in een geweldige tijd: iedereen kan zijn of haar kennis online delen. Met tools als Wordpress, Mailchimp en Shopify bouw je in een handomdraai je eigen publicatie. Maar dan begint het moeilijke gedeelte: schrijven! In deze artikelen deel ik mijn aanbevelingen.

  • Als je iemands werk bewondert, vergeet je af en toe dat die persoon ooit het vak heeft moeten leren. Dat is zonde, want voor je het weet denk je dat jij wel nooit zo goed gaat kunnen worden, omdat je huidige werk in geen vergelijking staat tot het briljante werk van je voorbeeld. 

    Daarom maak ik Jonge Jaren en daarom luisterde ik met veel plezier naar twee gesprekken van schrijver Michael Lewis (bekend van Moneyball en The Big Short). 

    Samen met audiojournalist Ira Glass (This American Life) en auteur George Saunders (Tenth of December) blikt Lewis terug op hun oude werk. Ze lachen om zinnen als ‘you could almost hear them thinking’ en oersaaie reportages over supermarkten. 

    Wat was het punt waarop ze ‘hun stem’ gevonden hadden? Als je het plezier dat ze in hun werk hebben daadwerkelijk kunt horen of lezen in hun werk. Voor Ira Glass was het een reportage in de Oreo-fabriek. Voor George Saunders toen hij zijn manier van borrelpraat voeren ook op papier ging gebruiken. Voor Michael Lewis toen hij zijn ervaringen uit schimmige boiler rooms neerpende.

    Dat duurde bij hen alle drie járen.

  • Ergens in 2016 ben ik gestopt met het lezen van mijn RSS-feeds. Als ik me het goed herinner omdat ik me volledig wilde richten op de Engelstalige campagne van De Correspondent.

    Maar bij De Correspondent ben ik recent gestopt en in dit nieuwe bestaan heb ik weer zin om weer RSS-feeds te lezen.

    Mijn login bij rss-lezer Feedly deed het nog. Daardoor zag ik alle feeds die ik in 2016 volgde. Alsof je een kamer inloopt waar je zes jaar niet in bent geweest. Onder het laagje stof vind je een mooi tijdsbeeld.

    Vier observaties:

    1. Veel persoonlijke bloggers zijn gestopt. Van de bijna honderdvijftig feeds waren er zestien sites niet meer bereikbaar. Een stuk of zestig waren al een jaar of langer niet bijgewerkt. Voornamelijk persoonlijke blogs waren verdwenen. Mijn tabje ‘vrienden’ toonde vijf blogs die al vijf jaar niet waren bijgewerkt.
    2. Enkele populaire blogs zijn in content farms veranderd. Sites als Lifehacker en Problogger volgde ik destijds graag. Nu zitten ze onder de advertenties of recyclen ze oud werk. Een groot aantal populaire blogs lijken nu melkkoeien van mediabedrijven te zijn geworden.
    3. Bloggers als John Gruber (Daring Fireball) en Seth Godin zijn jaloersmakend consistent. Ze bloggen nog steeds even enthousiast en hoogwaardig als zes jaar geleden. Geef mij alsjeblieft tien procent van die vasthoudendheid en ik ben tevreden.
    4. Het voelt vertrouwd en motiverend om weer blogs te volgen en bovendien om zelf stukjes te tikken. Geen idee hoe lang ik het volhoud – ik ben geen Seth of John – maar voor nu voelt het heel leuk om mijn POM-items en NRC-columns voor te bereiden door RSS-feeds te lezen en hardop na te denken op deze blog.

    Mijn RSS-feed kan na zes jaar wel wat nieuwe feeds gebruiken. Voor elke blogger die stopte, is er vast weer een blogger bijgekomen.

    Daarom de vraag: welke blogs en sites volg jij graag?

  • Voor POM en Jonge Jaren ben ik altijd op zoek naar goede interviewtips. Tim de Gier attendeerde me op het volgende filmpje van Alex Blumberg, de man die This American Life en podcastproductiehuis Gimlet bedacht:

    In een podcast is het belangrijk om een gast verhalen te laten vertellen. Om dat voor elkaar te krijgen, adviseert Blumberg de volgende vragen stellen:

    • ‘Vertel me eens over de tijd dat…’
    • Het is een goed teken als een geïnterviewde dialoog napraat. Wat Wilfried de Jong bijvoorbeeld in Jonge Jaren deed:

    Ik kwam laatst bij de groenteboer iemand tegen, en ik denk ‘ik ken die kop’ en hij zei ‘Wilfried’ en ik zei ‘Hé Michael’. Die had bij mij op de middelbare school gezeten, wat is het dertien, veertien jaar oud, is dat de middelbare school? Maar nog lager zelfs gezeten. En ik zei: ‘Michael Scheffer, volgens mij. Jij wilde een hele mooie vrouw hebben, je wilde rijk worden en je wilde arts worden.’ Toen zei hij ‘dat is alle drie gelukt, en ben ik nog steeds’, dat zei hij. Dus hij was getrouwd, voor zijn gevoel met een mooie vrouw, dat kon ik niet verifiëren, en ik kon de rest ook niet verifiëren. Maar hij was in ieder geval arts geworden en hij was heel rijk. Ik zeg ‘dat zei je toen al man’ en dat is het gewoon geworden. Het was een zestiger! Dat vond ik ongelofelijk want ik wist het totaal niet wat ik wilde worden en ik zeg nu nog tegen mensen voor de grap ‘ik weet het eigenlijk nog steeds niet, maar het maakt me nu niet meer uit’.

    Wilfried de Jong in Jonge Jaren

    Vraag daarom: ‘Kun je me vertellen hoe het gesprek ging?’. Dan gaat de gast als het goed is het gesprek reproduceren.

    • ‘Vertel me over de dag dat je je realiseerde dat…’
    • Welke stappen moest je nemen om van punt A tot punt B te komen?
    • Om oprechte emotie en reflectie aan je gast te ontlokken: ‘Hoe voelde je je daardoor?’

    ‘Het is net therapie’, volgens Blumberg.

  • Wat TikTok heel aantrekkelijk maakt voor nieuwe makers is dat een video uit het niets heel populair kan worden.

    Dat komt omdat het algoritme aan elke gebruiker op de ‘For You’-tab videos presenteert die heel goed bij hun individuele smaak past. Daar kan ook een video tussenzitten van iemand met slechts een paar volgers.

    Daardoor heeft TikTok in vergelijking met volgers-gedreven netwerken als Instagram een redelijk level playing field.

    Zo wist de maker van de app Locket met een kakelvers TikTok-account toch een virale video te creëren die zijn service lanceerde:

    Moss credits Locket’s rapid adoption to going viral on TikTok, where he published videos to an accompanying company account for Locket where he could show off the app in action. His video received some 100,000 views over just a couple of days. Other TikTok users then began making their own content featuring the app and the custom sound used on the original Locket video.

    Locket, an app for sharing photos to friends’ homescreens, hits the top of the App Store

    Maar dat algoritme heeft ook een nadelige kant. Het filtert namelijk op woorden die het niet zo lekker doen in een commerciële context. Want uiteindelijk blijven het bedrijven die content zoeken die lekker samengaat met advertenties. ‘Brand safe’, noemen ze dat, en woorden als ‘dood’, ‘homofobie’ en ‘LGBTQ’ zijn volgens TikTok, Instagram en andere netwerken niet ‘brand safe’.

    Terwijl het wel belangrijke onderwerpen zijn. Bijvoorbeeld als je zelfdoding of discriminatie bespreekbaar wilt maken in je video.

    Makers kregen door dat het algoritme hun videos benadeelde. Daarom begonnen ze alternatieve woorden te gebruiken:

    • ‘Unalive’ in plaats van ‘dead’
    • ‘Panini’ in plaats van ‘pandemic’
    • ‘Accountants’ in plaats van ‘sex workers’
    • ‘Leg booty’ in plaats van ‘LGBTQ’

    Of emojis. Posts over de oorlog in Oekraïne kun je herkennen aan 🌻 en dit, 🌽, dit is porno.

    Taylor Lorenz beschrijft deze ontwikkeling in The Washington Post. En hoewel de aanleiding droevig is – belangrijke onderwerpen krijgen geen aandacht om ze niet lekker liggen bij adverteerders – vind ik de creativiteit die uit algospeak spreekt bemoedigend.

  • De laatste tijd zit ik steeds vaker ‘s avonds nog even met mijn laptop op de bank. Dan lees ik stukken en tweets over web3. Het onderwerp laat me niet los, ik ervaar hetzelfde gevoel van opwinding als toen ik op mijn veertiende sites in elkaar kluste. 

    In dit artikel doe ik een poging eens goed uit te leggen waarom.

    Is het je wel eens opgevallen dat er een weeffout in het huidige internet zit? 

    Miljoenen gebruikers – velen van hen professionals – publiceren hun creaties op platformen zonder daar veel voor terug te krijgen. Een paar likes misschien, of een paar centen voor afgespeelde streams.

    De aandeelhouders van deze platforms verdienen veel meer aan onze content dan wij zelf. Terwijl wij de belangrijkste grondstof leveren, met onder andere journalistieke artikelen, muziekalbums, digitale kunst en fotografie en videos.

    Neem Spotify. Acht miljoen artiesten zijn bij de streaming service aangesloten. Slechts 13.000 van hen verdienen meer dan 50.000 dollar per jaar. Als je de productiekosten eraf haalt, houden ze misschien net genoeg over om van te leven.

    Ik hoorde dit statistiekje in een podcast over een volgende fase van het web: Web3.

    Voor wie de tel niet heeft bijgehouden: de eerste versie van het internet bestond uit honderdduizenden in elkaar gekluste websites. Als je iets wilde publiceren, moest je op z’n minst begrijpen wat FTP en HTML was. Het web bestond voornamelijk uit bedrijfswebsites en creaties van (hobby)nerds. Nadrukkelijk niet uit content gemaakt door het grote publiek.  


    Met de opkomst van sociale netwerken als Blogger, MySpace en Twitter ontstond ‘Web 2.0’. iedereen kon nu eenvoudig publiceren. Dat heeft gezorgd voor een explosie aan creativiteit en een zekere democratisering binnen veel vakgebieden (bloggers in de journalistiek, vloggers bij omroepen). Maar ook voor een enorme concentratie van macht en kapitaal. Met Facebook als poster child

    Web3 kan een antwoord zijn op die scheve verhoudingen. Op Web3 zijn niet een kleine groep aandeelhouders van de platforms eigenaar, maar de gebruikers en makers zelf. Dat komt omdat Web3 bestaat uit gedecentraliseerde applicaties die draaien op blockchains. 

    Ik zal twee voorbeelden van nieuwe Web3-technologieën noemen om het potentieel concreter te maken: DAO’s en NFT’s.

    DAO

    Een DAO is een ‘decentralized  autonomous organization’. Een organisatievorm op de blockchain waarbij makers en gebruikers beloond worden voor de waarde die ze toevoegen aan de organisatie, door middel van ‘tokens’ . Die tokens kun je vergelijken met aandelen: ze vertegenwoordigen stemrecht en economische waarde. 

    Waarom enthousiast: waar je op Instagram alleen maar likes voor de moeite en je content krijgt, word je bij een DAO-variant beloond met tokens voor je foto’s en stories. Zo delen alle gebruikers mee in de waarde die ze gezamenlijk creëren (in plaats van alleen Zuck en companen). 

    Bovendien staan de wensen van de gebruikers altijd centraal, zij zijn immers de baas over de voortgang van de organisatie waar ze deel van uitmaken. Waar Facebook doet alsof het bestaat om je vriendschappen te verstevigen, heeft het in werkelijkheid als doel om advertentiegeld te verdienen aan je vriendschappen. De belangen tussen gebruikers en aandeelhouders zijn niet hetzelfde. Bij een DAO bepalen gebruikers zelf – bijvoorbeeld door te stemmen op voorstellen – hoe een dienst zich moet ontwikkelen. Er spelen geen verschillende structurele belangen. 

    NFT

    Een NFT is een ‘non-fungible token’, wat betekent dat er maar één unieke versie van de token bestaat. Je kunt een digitaal bestand (jpg) aan zo’n NFT koppelen, zoals een kunstwerk. 

    De technologie is bekend geworden omdat digitale kunstwerken voor enorme bedragen als NFT’s worden verkocht.

    Maar elk digitaal bestand kan een NFT zijn. Zo verkochten Alexander Klöpping en ik voor €1.337 het oude artwork van onze podcast als NFT en doneerden de opbrengst aan het Jeugdfonds Sport & Cultuur. 

    Waarom enthousiast: NFT’s maken voor het éérst digitaal eigenaarschap mogelijk, en dat kan grote culturele gevolgen hebben. 

    Zo vertelde kunstenaar Rik Oostenbroek in POM dat hij al vijftien jaar lang digitale kunst maakt, maar hier niet van kon leven. Een normale kunstgalerie kan er immers weinig mee. Door de komst van NFT’s is het nu wél mogelijk om zijn werk te kopen en zijn werken gaan voor bedragen als 80.000 euro de toonbank over. Digitaal eigenaarschap heeft zijn kunst eindelijk gelegitimeerd. 

    Ook mooi: als een NFT wordt doorverkocht, ontvangt de maker een percentage van de verkoopsom. Kom daar maar eens om in de reguliere kunstwereld, waar David Hockney niets krijgt van de 90 miljoen dollar die in 2018 voor Pool with Two Figures werd betaald.

    Meer geld voor makers (en terecht) 

    In allebei de voorbeelden zie je dat er meer geld naar makers stroomt. Terecht, wat mij betreft, want in de media-industrie voegen ze de meeste waarde toe. 

    Van oudsher was distributie en marketing kostbaar – zag in een pre-internetwereld een boek maar eens wereldwijd te verspreiden, daar kwamen drukpersen en internationale distributienetwerken bij kijken. Nu heb je dat in een uurtje geregeld. 

    Daarnaast hebben makers steeds vaker direct contact met hun publiek, via sociale kanalen of nieuwsbrieven. Daardoor kunnen ze direct aan hun fans verkopen, en neemt het belang van een marketingafdeling of een bol.com af.  

    Maar contracten in de mediawereld weerspiegelen nog steeds die oude realiteit. Zo krijgt een auteur volgens het standaard boekencontract 10 procent van de verkoopprijs, terwijl bol.com met minstens 45 procent aan de haal gaat.  

    Pionierende makers zetten met behulp van diensten als betaaldienst Stripe, nieuwsbriefservice Revue en winkelplatform Shopify dit ouderwetse model al op zijn kop en houden zelf meer over. Die trend gaat zich de komende tien jaar voortzetten.

    Maar Web3 gaat nóg een stap verder. Om bij de twee voorbeelden te blijven: met DAO’s zijn de makers ook eigenaar van de Mailchimps en Shopifys van de toekomst en over NFT’s blijven ze royalties ontvangen. 

    Het verkleint de afstand tussen maker en publiek nog verder. Dat trekt me zo in deze nieuwe technologie aan. 

    Disclaimer!

    Web3 is een nieuwe technologische ontwikkeling en daardoor uiteraard ook omgeven van hype en speculatie. Er zitten veel mensen in voor het snelle geld. Gesprekken gaan vooral over de waarde van NFT’s, in plaats van wat het ontstaan van digitaal eigenaarschap in de toekomst kan betekenen voor consumenten en bedrijven. 

    Daarnaast staat de technologie nog in de kinderschoenen en is de gebruiksvriendelijkheid abonimabel. Kleine kans dat de DAO’s van nu de giganten van de toekomst zijn. Net zoals niemand MySpace en Hyves meer gebruikt. 

    Het gaat ongetwijfeld nog jaren duren voordat Web3 doorbreekt bij het grote publiek – als het dat al doet.

    Maar de contouren van dit nieuwe web zijn zo veelbelovend dat ik merk dat ik er steeds meer mee bezig ben. Web3 voelt voor mij als net zo onontgonnen gebied als ‘het internet’ dat in 2000 voor me was en ik met Macromedia Dreamweaver aanklooide.

    Daarom blijf ik het volgen en jullie op de hoogte houden.

    Wil je zelf ook aan de slag?

    • Voor het inlezen vind ik de explainers van cryptonieuwssite Decrypt een goed startpunt. Volg daarna interessante initiatieven op Twitter.
    • Als je wilt beginnen met experimenteren, kun je via een service als Coinbase de cryptomunt Ethereum kopen (waar veel Web3-apps op draaien), die op een cryptowallet zetten (zoals Rainbow of Metamask) en daarmee interacteren met DAO’s en NFT’s.
    • Als je achter de schermen van de meeste Web3-initiatieven wilt kijken, heb je chatsysteem Discord nodig.
    • Ben je net als ik geïnteresseerd in journalistiek en media? Lees dan over PubDAO en Mirror.  

    Dank aan Bram Kanstein en Tim de Gier voor het meelezen.

  • Onlangs blikte ik in een interview met NRC Handelsblad terug op mijn werk bij De Correspondent. Op het einde van dit gesprek vroeg journalist Juurd Eijsvoogel me welke ontwikkelingen ik nu in de gaten houd.

    Mijn antwoord: 

    „Zelf ben ik heel enthousiast over iets dat nog helemaal niet commercieel interessant is: Web3. Eerst was het web gedecentraliseerd, toen werd het gecentraliseerd, door alle grote platforms als Facebook en Google. En nu verwachten mensen dat het weer decentraal wordt, als het gaat draaien op blockchain. 

    „Als journalist kun je dan een deelneming krijgen in de publicatie waarvoor je schrijft. Niet alleen in economisch opzicht, maar bijvoorbeeld ook met stemrecht. Nu werken we allemaal gratis voor Facebook en Instagram, en het enige wat we daarvoor terugkrijgen zijn ‘likes’.

    „Ik merk dat ik het nog niet goed kan uitleggen, maar als hier straks een nieuwe directeur zit ga ik er een studie van maken. En zoals ik altijd gedaan heb zal ik mijn leercurve publiekelijk delen.”

    Op dat voornemen neem ik alvast een voorschotje. Eerder schreef ik over Mirror.xyz, vandaag hoorde ik via @vanderburgt over PubDAO.

    Een DAO is een ‘distributed autonomous organization’. Een organisatievorm op de blockchain waarbij makers en gebruikers beloond worden voor de waarde die ze toevoegen met ’tokens’. Die tokens kun je vergelijken met aandelen: ze vertegenwoordigen stemrecht en economische waarde.

    Waar je op Facebook of Instagram alleen maar likes voor de moeite en je content krijgt, zou je bij een DAO-variant beloond worden met een aandeel. Bovendien staan de wensen van de gebruikers altijd centraal, zij zijn immers de baas.

    PubDAO is een gedecentraliseerde persdienst. “Think of PubDAO as akin to a decentralized Associated Press, schrijven ze zelf. Grote cryptopublicaties als Decrypt doen mee.

    Ik heb me zojuist aangemeld bij de Discord van PubDAO, waar ze nu druk journalisten, publicaties en developers aan het werven zijn.

    Waarom ik hier zo geïnteresseerd ben: bij een normale persdienst krijgen de journalisten een vergoeding of salaris voor hun werk. That’s it. Bij een gedecentraliseerde persdienst krijg je naar gelang je meer bijdraagt meer tokens en deel je mee in de waarde van het gehele netwerk.

    Meer beloning voor de makers dus.

    Het is allemaal nog heel early stage, maar als je journalist of developer bent en je interesseert in web3, zou ik zeker eens rondkijken bij PubDAO en zien of er interessante opdrachten voor je bij staan in hun editorial boards of bounty board. Je kunt je via dit formulier aanmelden als contributor.

    De komende maanden blijf ik mijn web3-leercurve hier en in POM delen. ✍️

  • Hoe schrijf je een goede nieuwsbrief? Een relevante vraag, want we zitten midden in een nieuwsbrief-revival. Nadat de Amerikaanse zakensite Quartz met haar Daily Briefing liet zien hoe je met een nieuwsbrief een band kunt opbouwen met je publiek, volgde de ene na de andere organisatie – van journalisten tot webshops – dat voorbeeld.

    Een nieuwsbrief heeft twee grote voordelen voor de verstuurder:

    1. Controle over wie je bericht ziet. Er zit geen Facebook tussen dat bepaalt of je bericht überhaupt getoond wordt aan je publiek. Je bericht belandt sowieso in de inbox van elke lezer.
    2. Direct contact. Een liker of follower is niet zoveel meer waard. Je hebt immers geen regie over het contact. Maar als je een e-mailadres hebt, weet je precies hoe je iemand kunt bereiken. Daarom is een nieuwsbrief ook commercieel aantrekkelijk: je kunt namelijk ook direct aan je publiek verkopen.

    Daarom verstuurt nu vrijwel iedereen een nieuwsbrief. Hoe val je dan nog op? Hoe zorg je ervoor dat ontvangers zich niet uitschrijven? Op basis van mijn eigen ervaringen en andere nieuwsbrieven geef ik in dit artikel enkele adviezen voor een goede nieuwsbrief.

    Inhoudsopgave

    (meer…)
  • Af en toe geef ik nog eens een blogworkshop op journalistieke opleidingen – omdat het wat mij betreft dé manier is om al tijdens je opleiding journalistiek te kunnen bedrijven (waarom zou je wachten tot een medium iets van je publiceert?).

    Maar bloggen is pittig in het begin, omdat er vrijwel niemand meeleest. Je steekt enorm veel tijd in je schrijfsels, maar het is alsof je een speech staat te houden op de middenstip van een leeg voetbalstadion.

    Toch is bloggen dan al nuttig. En ik citeer dan graag Seth Godin, een marketingoeroe die dagelijks blogt:

    Writing is what moves things forward

    Ook al leest er nog niemand mee, je dwingt jezelf wel al je gedachten en ideeën te ordenen. Daardoor zet je dingen in werking. Ga je misschien eerder achter een idee aan. Tik je na een eerste notitie misschien wel een langere reportage.

    Vandaag las ik op Brainpickings hoe neurloog Oliver Sacks altijd notitieboekjes met zich meesleepte. En ik ga wat hij daarover zegt zeker citeren in mijn volgende blogworkshop:

    But for the most part, I rarely look at the journals I have kept for the greater part of a lifetime. The act of writing is itself enough; it serves to clarify my thoughts and feelings. The act of writing is an integral part of my mental life; ideas emerge, are shaped, in the act of writing.

    My journals are not written for others, nor do I usually look at them myself, but they are a special, indispensable form of talking to myself.

    Als je het zo bekijkt, hoef je niet eens op ‘publish’ te drukken.

  • Als ik vertel dat de uitvinders van Blogger.com en Twitter een nieuw plan hebben, let je wel extra op toch?

    (meer…)
  • In de eerste paar jaar dat ik blogde, gebruikte ik m’n eigen publicatie om in contact te komen met journalistieke helden. In televisiestudio’s maakte ik me los van het klapvee voor een interview met bijvoorbeeld Matthijs van Nieuwkerk. In New York interviewde ik vrijwel alle Nederlandse correspondenten. Na een debat sprak ik de toenmalige chef van nrc.next aan, Hans Nijenhuis, en mocht ik na het interview bij die krant komen werken. Afgezien van Jort Kelder heeft niemand ooit zo’n interview geweigerd. Daar leid ik maar uit af dat 1) weinig jonge journalisten om interviews vragen, Van Nieuwkerk zou bij de driehonderdste keer wel nee hebben gezegd, vermoed ik, en 2) dat ze met plezier over hun werk praten. Ik adviseer u dan ook van harte hetzelfde te doen. Ter inspiratie het verhaal een middelbare scholier die 1963 honderdvijftig schrijvers aanschreef, waaronder de Grote der Aarden.

    (meer…)