Het probleem van onze besloten publieke omroep

In het kader van het debat rond de nieuwe Mediawet, inventariseert de uitstekende mediaredactie van het NRC hoeveel de NPO kost. Als in: hier gaan uw belastingcenten en ledengelden heen.

Alleen staat er niet in het stuk dat je soms extra moet betalen voor programma’s van de NPO. Als je programma’s waar je al voor betaald hebt (met belasting) wilt terugzien bij NLZiet, moet je daar voor betalen.

Screenshot 2016-02-06 12.06.06

Financieel onrecht, maar wat nog erger is, is de houding van de NPO die erachter schuilt: namelijk dat zij het niet vanzelfsprekend vindt haar programma’s bij zoveel mogelijk Nederlanders te krijgen. Want de NPO legt omroepen allemaal beperkende regels op voor het delen van haar programma’s. Sommige makers horen: ‘Wil je iets op YouTube plaatsen? Max vijf minuten!’

Ik droom van een NPO die haar programma’s op zoveel mogelijk platforms laat leven. Op YouTube, op nieuwssites, op sites van haar programma’s, in Netflix, ge-embed op sites van hobbyisten, via Snapchat (hoi jongeren), you name it.

‘Maar dan spekken we Amerikaanse internetbedrijven met onze content’, hoor je dan vaak. Ja, ongetwijfeld. Maar je kan het ook zo zien: deze bedrijven hebben ervoor gezorgd dat je diverse doelgroepen beter dan ooit kunt bereiken. Maak daar dan ook gebruik van. Daar is je hele bestaansrecht op gebaseerd.

Einde rant.

Wat we in Nederland van Jeff Bezos kunnen leren

Jeff Bezos was op bezoek bij zijn krant, The Washington Post, voor een vraag-antwoord-sessie met het personeel. Zijn journalisten deden via Twitter live verslag. Uit deze bloemlezing komt de strategie van Bezos goed naar voren. Ik denk dat deze – ondanks de verschillende markten – ook goed zou werken voor de grote Nederlandse kranten:

  • Gewoon de komende tien, twintig jaar geld blijven verdienen met print, en de winsten daarvan investeren in online;
  • Het grote bezoek aan de site zoveel mogelijk omzetten in digitale abonnementen;
  • Maak de digitale abonnementen niet te duur (I’m looking at you, ALLE Nederlandse kranten). Verdien liever minder aan een grotere groep, dan meer aan een kleine (tenzij je een nichekrant bent als het FD).

Opzij denkt aan de lange termijn en keert freelancers Blendle-inkomsten uit

Freelance journalisten die in 2015 artikelen hebben geleverd aan Opzij, delen mee in de Blendle-inkomsten van die artikelen. Ze krijgen 30 procent van het geld dat Opzij aan Blendle verdiende.

De hoofdredacteur spreekt:

“Een deel van onze freelancers is heel actief in het promoten van zijn artikelen en dat zie je dan ook terug aan de verkoopcijfers. We zijn samen verantwoordelijk voor het succes van onze verhalen.”

Ontzettend slim van het feministisch maandblad. Want nu blijft het voor freelancers aantrekkelijker om voor Opzij te werken, in plaats van direct aan lezers te verkopen.

Voor de meeste freelancers is zelf stukken verkopen nog niet interessant. Maar hoe machtiger platforms als Blendle worden, hoe minder relevant de gatekeepers-functie van journalistieke publicatie. Des te interessanter voor een journalist om direct met zijn of haar publiek zaken te doen. Stel je voor dat een populair columnist als Bas Heijne daar nu al mee zou beginnen!

Waarom platforms niet aan redactionele selectie ontkomen: de zaak van de ongure slotenmakers

Facebook, Twitter en andere platforms willen steeds journalistieker worden, zodat ze gebruikers langer met hun content kunnen boeien, en zo meer aan ze verdienen. Kijk naar Facebook live video, Twitter Moments en Snapchat Discovery.

Los van commerciële doelen, is een vorm van redactie voeren soms pure noodzaak. Dat laat dit confronterende stuk van The New York Times zien, over bedrijfjes die zich in Google-advertenties voordoen als slotenmakers. In werkelijkheid spelen ze opdrachten door naar ongure onderaannemers, die de buitengesloten klanten grof oplichten.

Google blokkeerde in 2015 49 procent meer slechte advertenties dan in 2014. De meeste daarvan zijn vrij makkelijk te herkennen als frauduleus. Maar om de slotenmakers te ontmaskeren, zijn journalistieke vaardigheden nodig.

Zo vond The New Yorker zichzelf opnieuw uit

De stoffige The New Yorker leek voorbestemd een museum te worden. In deze reconstructie wordt uitgelegd waarom het blad inmiddels een ‘multimedia juggernaut’ is.

Wat ik zo mooi aan The New Yorker vind, is hoeveel verschillende mediatypes ze succesvol inzetten om hun verhalen te vertellen. Ze maken een chique papieren blad, levendige website met een volledig archief, een ongelooflijk sexy festival (daar moet ik volgend jaar heen), podcasts en binnenkort zelfs een televisieserie. Daarin laten ze zich leiden door vragen als:

‘What does The New Yorker sound like when it jumps off the page and into your ear?’

Al deze nieuwe initiatieven (waar het plezier van af spat) moeten leiden tot een groter bereik, en dat bereik moet vervolgens worden omgezet in betalende klanten. Voorlopig resultaat: de hoogste betaalde oplage in hun bestaan, namelijk 1,08 miljoen (het is wel onduidelijk wat daar allemaal onder valt helaas).

The New Yorker heeft trouwens als groot voordeel dat het overkoepelende concern Condé Nast haar financieel goed beschermt. Zo heeft het blad zich nog niet hoeven beroepen op het grote kwaad dat native advertising heet.

25 moderne media-ondernemers delen hun ervaringen

Twee weken geleden linkte ik naar een heel goed essay van Rafat Ali. Deze media-ondernemer omschreef hoe hij altijd op zoek was naar méér bezoek op zijn site. Tot hij zich op een dag realiseerde dat meer bezoek niet per se meer inkomsten betekent. Sindsdien negeert Ali de pageviews en richt hij zich alleen nog op directe inkomstenbronnen.

Deze week stelt Ali ons op zijn blog voor aan 24 andere media-ondernemers die niet meer geloven in het viral web en haar vage miljoenenbeloften, maar die zich liever richten op duurzame groei. Klik vooral eens door de sites heen om te zien wat voor nieuwe interessante nichesites er zijn en hoe ze geld proberen te verdienen. Zeer inspirerend.

Bill Gates, de boekcriticus

In de serie ’beroemdheden hebben journalisten niet meer nodig om hun publiek te bereiken’ een aflevering over Bill Gates.

Hij publiceert al jaren boekenrecensies op zijn blog. Van de biografie van Steve Jobs tot Moonwalking with Einstein, Bill deelt zijn oordeel graag. Inmiddels weten zoveel boekenlezers zijn besprekingen te vinden, dat het Bill-effect volgens dit stuk in The New York Times op het Oprah-effect begint te lijken.
Ik lees zijn besprekingen graag. Want ik hoor liever van een man die zelf miljarden heeft verdiend wat hij van een business-boek vindt dan van een ‘professionele’ recensent.

Mark Zuckerberg vertelt hoe hij nieuwe markten verovert

In dit stuk legt Mark Zuckerberg aan zijn aandeelhouders uit waarom ze bij Facebook niet aan geld denken als ze een nieuwe markt (mobile, messaging of video) willen veroveren. Liever maken ze eerst een heel goed product waar gebruikers blij mee zijn, later bedenken ze dan wel hoe er centen mee te verdienen valt.

‘Mission trumps money’

Lang leve nieuwejournalistiek.nl

Onderstaande twee links zijn afkomstig van nieuwejournalistiek.nl. Het concept van deze site is simpel en geweldig: ze laten journalisten journalistieke start-ups nauwkeurig volgen en hier tussentijds verslag van doen. Voorbij de hype van de persberichten:

1. Hoe Blendle voet aan de grond probeert te krijgen in Duitsland en de VS

Meest interessante observatie: hoe moeilijk het is om in het buitenland goede teams op te bouwen. 

2. Hoe en waarom we Bij De Correspondent altijd in gesprek gaan met de lezers

Favoriet citaat: “[Adjunct-hoofdredacteur Karel] Smouter wilde samen met Dimitri Tokmetzis uitzoeken hoe je rijk kon worden van gratis online porno. Maar vind maar eens iemand die daarover wil praten.”

Deze lessen haalde ik uit Diep Werk van Cal Newport

Zojuist klapte ik Diep Werk van Cal Newport dicht. Een zeer praktisch zelfhulpboek dat diepe concentratie en gericht werken promoot.

Voor De Correspondent schrijf ik een serie over zelfverbetering. Vaak gaan die afleveringen over het voorkomen van afleiding. Zo vaak, dat bijna het beeld ontstaat dat we nergens toe in staat zijn als we niet actief bezig zijn met het tegengaan van afleiding. Maar ik zou het niet op die negatieve manier willen zien. Liever denk ik: wie in staat is zich veelvuldig en gericht te concentreren, heeft automatisch op voorsprong op mensen die dat niet kunnen. Terwijl zij op hun smartphone turen, werk jij aan een groot project.

Diep Werk van Cal NewportDie gedachte zag ik bevestigd in Diep Werk van Cal Newport. Hij is computerwetenschapper aan de Universiteit van Georgetown en gelooft in het belang van ‘diep werk’. In zijn boek legt hij uit waarom, en hoe je er een concurrentievoordeel mee kunt behalen.

Hij citeert verhalen van mensen die zich lange tijd opsloten om een nieuwe vaardigheid aan te leren (de financieel consultant die programmeur wil worden) of die zich structureel afzonderen en daardoor ongekend productief zijn (de collega-wetenschapper wiens deur altijd dicht is). Hyperbolen, natuurlijk, maar iedereen zal zich herkennen in het beeld dat oppervlakkige werkzaamheden te veel tijd innemen en met weemoed terugdenken aan die weinige maar fantastische keren dat je een staat van flow bereikte.

De bespreking bewaar ik voor mijn column op De Correspondent, maar hieronder volgen mijn notities. Het boek is trouwens vanaf maart 2016 ook in het Nederlands verkrijgbaar. Lees verder Deze lessen haalde ik uit Diep Werk van Cal Newport

Diep Werk Boek omslag Diep Werk
Cal Newport
Zelfhulp
Business Contact
2016

Om Malik over ‘DAT IS GEEN JOURNALISTIEK HOOR’

Mediawatcher Om Malik maakt in deze rant één heel belangrijk punt over de pavlov-reactie die veel traditionele media op nieuwe ontwikkelingen hebben:

‘DAT IS GEEN JOURNALISTIEK HOOR’

Dat werd gezegd over bloggen, over Twitter, zelfs over het hele internet als geheel. Inmiddels is iedereen online, lijken alle nieuwssites op blogs en checken veel journalisten elke drie minuten hun Twitter Mentions. Maar omdat ze te laat begonnen, zijn er andere veel machtigere spelers opgestaan en is de invloed van journalisten zelf een stuk minder geworden.

Malik stelt een betere reactie voor: probeer te begrijpen wáárom mensen die nieuwe technologieën gebruiken en kijk hoe dat aansluit bij je journalistieke missie. Tegeltjesmateriaal, als u het mij vraagt:

tegeltje (1)