Categorie: Toekomst van media

Kranten zijn dode bomen en alle bloggers amateurs. Op talloze journalistiekblogs voeren die twee partijen hevige discussies over de toekomst van hun gedeelde vak. Ik vind dat ze beter de krachten kunnnen bundelen. Breng het beste van de twee werelden samen en experimenteer vanuit je journalistieke waarden met nieuwe intiatieven. Zie dit katern als een notitieboekje waarin ik goede voorbeelden in vastleg.

  • De TikTok-Spotify-Pipeline zorgt voor meer onafhankelijke artiesten

    Vette onderzoeksvideo van Vox en The Pudding, waarin twee datajournalisten in tweeëntwintig minuten het effect van een TikTok-hit uitpluizen:

    Video door Vox

    Een paar observaties:

    • De distributiekracht van TikTok is ongekend. Zoals eerder beschreven kunnen videos en liedjes door de ingebouwde sample-functie van TikTok snel viraal gaan.
    • Als een liedje het goed doet op TikTok, werkt het ook op Spotify. Na een liedje te hebben gehoord op TikTok, willen mensen het afspelen op Spotify. Door die vele aandacht belanden de liedjes vervolgens ook in redactionele afspeellijsten. Gevolg: artiesten met een TikTok-hit zien hun maandelijkse plays door het dak gaan.
    • De TikTok-Spotify-Pipeline zorgt ervoor dat artiesten betere deals krijgen van platenlabels. Een standaard platendeal in de VS heeft een royaltieverdeling van 85% voor het label en 15% voor de artiest. Alle masters zijn van het label. Maar als een artiest zelf al voor distributie kan zorgen, heeft ie een goede onderhandelingspositie (leverage!). Daardoor bieden labels steeds vaker fifty/fifty-deals aan, waarbij de artiest eigenaar van de masters blijft en alleen een licentie verkoopt.
    • Maar waarom zou je überhaupt bij een label gaan als je zelf de wereldwijde distributie kunt regelen? Uit de data van Vox blijkt dat steeds meer artiesten die een hit hebben gehad in de Spotify Top 200 lekker voor zichzelf blijven werken.

    Meer artiesten blijven onafhankelijk! Ze innen zelf Spotify-cheques, verkopen hun eigen merchandise en toeren de wereld rond. Mooie middelvinger naar de gulzige middleman.

    Hoewel, ‘onafhankelijk’, ze zijn natuurlijk wel overgeleverd aan de grillen van het TikTok-algoritme. Drie tot vijf keer per dag posten, luidt het devies. Bovendien moet je een aantal banen combineren:

    Still uit de video van Vox

    Dat je niet denkt dat het die onafhankelijke artiesten aan komt waaien.

  • Sinds we weten dat Twitter van Elon wordt, zijn er drie dominante narratieven:

    1. Het is eng dat een miljardair zo’n belangrijk medium koopt (Eens. Al vond ik het ook eng dat zo’n invloedrijk medium beursgenoteerd is en dus gericht op winstmaximalisatie in plaats van haar rol in de democratie)
    2. Maar vrijheid van meningsuiting dan? (Ik maak gebruik van de vrijheid om nog even geen mening te hebben hierover)
    3. Hoe gaat Twitter de aankoopsom van 44 miljard dollar waard zijn?

    Over dat laatste punt vliegen de analyses me om de oren van bloggers die ik heel graag lees. Eerst Ben Thompson (maak er twee bedrijven van: TwitterServiceCo en TwitterAppCo), toen Nathan Baschez (geef iedereen de kans een eigen algoritme voor Twitter aan te bieden) en nu van Packy McCormick.

    Die komt met een spot on observatie over Twitters commerciële potentieel die een open deur lijkt, maar waar hij nu op geweldige wijze de woorden aan geeft.

    Twitter lekt geld

    McCormick denkt dat Twitter een app-ecosysteem a la WeChat moet ontwikkelen. Twitter heeft immers een heel dominante positie als een plek waar bedrijven klanten vinden (denk aan content marketing en inhaak-tweets) en met ze communiceren (denk aan DM’s voor web care). Alleen omdat je vrijwel niets op het platform kunt kopen, lekt er geld weg:

    The fun thing about building platforms and primitives is that the swarm will figure out way more compelling projects than I can imagine sitting here, but the benefit to Twitter is clear: stop letting people discover things on-platform and purchase off-platform

    If We Ruled the Tweets van Packy McCormick

    Ik heb dit als gebruiker ook gemerkt. Van alle boeken, tickets en lidmaatschappen die ik via Twitter verkocht, zag het medium geen cent van terug.

    Als andere bedrijven hun producten kunnen integreren met Twitter, kan het medium bakken geld verdienen met commissies.

    McCormick noemt een aantal voorbeelden, zoals meer integratie van bedrijven in Twitter DM’s. Handig als KLM automatisch je vlucht kan zien bijvoorbeeld, als ze ooit weer eens aan web care gaan doen. In China is dit doodnormaal, daar DM’en zelfs journalisten met lezers.

    Of native integratie van populaire nieuwsbrief- en podcastapps.

    Een van de meest prikkelende ideeën vond ik dat je je Twitter-profiel – “the most underdeveloped real estate on the internet” – en bijbehorende connecties zou kunnen gebruiken voor het communiceren met andere services (denk aan een event op Zoom of het streamen van een game). Of, jawel: “Twitter profiles could be the portal to the Open Metaverse”.

    Andere interessante punten uit het artikel:

    • Hij benadrukt het belang van de kleine groep ‘power users’. Zij zorgen ervoor dat de andere gebruikers ook mee blijven doen. Stukkie Pareto-principe in de praktijk. McCormick stelt zelfs voor dat ze via een Twitter DAO een bestuurszetel krijgen.
    • Dat blauwe vinkje beschikbaar maken aan iedereen, voor een kleine maandelijkse fee. Dat maakt Twitter betrouwbaarder als identificatiemethode en levert het bedrijf miljarden op.
    • Een aantal van de plannen die Musk aan investeerders pitcht zijn gelekt aan The New York Times. Daaruit blijkt dat abonnementen een cruciale rol gaan spelen. McCormick vindt dat logisch. Twitter is niet een sociaal netwerk a la Facebook maar een professioneel netwerk a la LinkedIn. En laatstgenoemde haalt grote meerderheid omzet uit abonnementen als LinkedIn Premium (maak ik zelf ook gebruik van). Voordat LinkedIn verkocht werd aan Microsoft, kwam slechts 18 procent van de omzet uit advertenties.
  • Als het over de toekomst van media en publiceren gaat, heb je mijn interesse. Maar als mensen over cryptocurrencies en de blockchain begonnen, lette ik nooit zo goed op. Ik associeerde het vooral met get-quick-rich-schemes en niet met mijn vakgebied.

    Welnu, dat is veranderd.

    (meer…)
  • De laatste tijd volg ik LocoL, een fastfoodketen in Californië.

    Ja, dat is wellicht wat onverwacht.

    Twee topchefs proberen fastfood zo gezond en voedzaam mogelijk te maken. Zo malen ze door het burgervlees granen en tofu, gaat er gerst door de kip en zorgen ze voor een zoete smaak in de broodjes door rijstbloem in plaats van suiker te gebruiken.

    Hun doel: gezonder en betaalbaar eten voor iedereen.

    Ik denk dat in die aanpak lessen voor de media zitten.

    (meer…)
  • Zoals eerder geschreven: messaging apps als Whatsapp en Facebook Messenger hebben inmiddels meer actieve gebruikers dan sociale netwerken.

    Alleen lopen we in het Westen nog lichtjaren achter op China. Want daar doet iedereen *alles* in WeChat. Van betalen in de winkel tot het vinden van een baan en van het boeken van een taxi tot het bestellen van een pizza.

    Op Bloomberg verscheen een stuk dat me voor het eerst echt liet inzien hoe het is om zo’n allesoverheersende app te gebruiken.

    Een Amerikaanse vrouw reist naar China en komt er binnen no-time achter dat ze niet zonder WeChat kan en hoe het de omgangsvormen beïnvloedt. Voorbeeldje: mensen zeggen hun naam niet meer bij het voorstellen, want je ziet het profiel van de ander al op WeChat.

    Wat zou in Nederland de allesoverheersende app worden? Facebook Messenger? Je ziet hier en daar voorzichtige experimenten, zo kun je bij KLM al via Messenger vliegtickets boeken.

    (Trouwens: media kunnen sinds vorige week hun instant articles ook in Messenger laten laden – meer bereik, dus meer advertentieverkoop)

  • Volgens mediajournalist Felix Salmon van Fusion kun je de relatie met je publiek herstellen door met ze te chatten in programma’s als Facebook Messenger en WhatsApp.

    Een collega van Salmon beschrijft hoe dat in China al gebeurt en ‘dat het heel persoonlijk voelt’. Daar hebben in het chatprogramma WeChat (half miljard gebruikers p/d) individuele journalisten samen meer volgers dan de nieuwsmerken waar ze voor werken.

    Het chatten met lezers werkt als volgt:

    • De journalist kan één keer per dag een update naar al zijn volgers sturen;
    • Vaak doet hij dat op een vast tijdstip, om een gewoonte van de lezer te worden;
    • Lezers kunnen wanneer ze willen berichtjes sturen naar de journalist, alsof ze met een vriend chatten;
    • De journalist kan zo vaak als hij wil berichtjes naar individuele lezers sturen.

    Ik vermoed dat je als journalist een leger aan assistenten nodig hebt om alles te kunnen lezen en beluisteren. Of je moet je er gewoon bij neerleggen dat je meer mist dan je ziet, en dat vooral draait om het persoonlijke gevoel.

    Zakensite Quartz is trouwens het eerste westerse medium dat in de voetsporen van Wechat treedt.

  • Superman heeft zijn krant verlaten, net als vrijwel alle Nederlanders tussen de 20 en 35 jaar oud. Die lezen gemiddeld nog maar een kwartiertje per week een dagblad en de jongste krant van Nederland bedient een lezer met de gemiddelde leeftijd van 42 jaar. Kranten baden over vijf jaar in een bloedbad, omdat de papieren inkomsten steeds minder worden en er nooit serieus geïnvesteerd is in vernieuwing.

    Jammer voor hen. Nog erger voor ons. Wat komt er voor in de plaats? Wat willen wij van journalisten? Hier een aanzetje. Gebaseerd op tientallen gesprekken met generatiegenoten (in leeftijd of geest). Vul ‘m aan. Doe ermee wat je wilt.

    Minder

    We willen geen papieren schuldgevoel op de deurmat. Geef ons zo min mogelijk. We willen geen krant die elke dag met frisse tegenzin een paar pagina’s bladvulling produceert. We hebben de krant niet meer nodig om verveling te bestrijden. Tijd doden lukt wel met de telefoon, daar hebben we geen dagblad voor nodig. We willen de bare essentials.

    We willen een krant die zo gericht mogelijk haar taak vervult en zo min mogelijk van onze tijd vraagt. De nieuwe krant moet een dagelijkse fix voor ons worden, een medicijn tegen de oppervlakkigheid die ons in een door beeldvorming gedomineerde maatschappij tegemoet komt. We willen een shot dat we tot ons móéten nemen om de wereld te kunnen begrijpen.

    Twijfel

    Een goeie krant zaait twijfel en laat ons zien dat de wereld ongrijpbaar is. Als iets nog bij de redactie onbekend is, of als de redactie er qua analyse of moreel oordeel niet uitkomt, willen we dat weten. Een orakel bestaat niet, niemand weet hoe de wereld precies in elkaar steekt, en een krant die dat elke dag durft toe te geven, is een geloofwaardige en eerlijke gids. Share your learning curve, zoals Joris Luyendijk het in 2011 verwoordde:

    Expliciet

    We willen niet meer zelf uitvinden waarom we iets moet lezen. We moeten hele dag al beslissingen nemen. ‘Moet ik wel of niet op die Facebook-notificatie klikken? Start ik wel of niet Twitter op? Ga ik nu Angrybirds spelen of Dostojevski lezen? Moet ik wel of niet op dit whatsappje reageren? Pak ik nu.nl/achterklap met ontbijt al mee, of wacht ik tot de lunch?’ Subtiliteiten passen niet meer in dit medialandschap. Die verzuipen in de herrie. Van alle informatie moet de noodzaak direct duidelijk zijn. Daarom moeten alle schrijvers van de nieuwe krant de schroom die bij gedegen nieuwsverhalen schrijven hoort van zich afwerpen en ons direct en doelgericht informeren. ‘Dit is de moeite waard, want’, ‘Ik word hier kwaad om, want’, ‘Deze ontwikkelingen mag je niet missen, want’. We willen dat de journalist zijn missie en drijfveren altijd expliciet maakt, zodat we altijd weten waarom het stuk onze tijd, aandacht en geld waard is.

    Open

    De informatie die in de krant verschijnt, is vrij. Abonnees mogen stukken doorsturen. Niet-abonnees kunnen de stukken gratis op de site lezen. Informatie laat zich niet inperken, wil vrij zijn. Je kan niet tegen oerbehoeften vechten. Als wij iets bijzonders zien, willen we het delen. We laten ons niet hinderen door een muur, het ontbreken van een copy/paste-functie. Dan maken we wel een screenshot, of een foto van het scherm zelf, als het nodig is. Als we maar kunnen delen wat ons raakt. Een slimme krant vecht daar niet tegen, een slimme krant probeert het voor zich te laten werken.

    Gemak

    We willen best betalen voor gemak. Voor dagelijkse digitale bezorging in een mooie app. Na acht keer gratis een fantastisch stuk te hebben gelezen, willen we onderdeel uitmaken van de club waar die stukken vandaan komen. Lid worden. Abonnee. We willen verrast worden door onze krant. Door haar ledenvriendelijkheid. Als we een probleem hebben met de krant, wordt dat opgelost op een manier die onze verwachtingen overtreft. De krant geeft om ons. Neemt ons serieus. Ziet ons als haar bestaansrecht. Is nederig.

    Bijdragen

    We stellen allemaal ons leven in dienst van een expertise, een vaardigheid. Daar zijn we goed in, daar werken we elke dag aan om er beter in te worden. Dat kunnen we beter dan de generalistische redacteuren bij onze krant. Die weer verschrikkelijk goed in filteren, selecteren en verhalen vertellen zijn, maar nooit zo diep in de materie zit als wij, specialisten. Maar we willen die kennis best delen. We willen een bijdrage leveren aan het informeren van andere clubleden.

    Dus als de krant een factcheckrubriek heeft, dan willen we uitgenodigd worden om te helpen. Dan verwachten we dat de krant een tool heeft gebouwd waar alle beweringen staan die op dat moment worden gecheckt. Wij kunnen daaronder bronnen aandragen die de journalist kan helpen bij het factchecken. We willen best vragen beantwoorden, onze kennis delen. Als je het ons serieus vraagt. En zolang je maar niet die verdomde rolodex pakt waarin een groepje mensen staat die van mediacommentaartjes leveren hun beroep hebben gemaakt. Neem ons serieus, mik op onze vakkennis, en we maken samen de mooiste krant op aarde.

    Klassiek

    Tegelijkertijd willen we ouderwetse ronkende journalistiek verhalen lezen. Hunter S Thompson-style. De eenzame woeste verslaggever tussen de rebellen in de Libische woestijn. De gewiekste journalist die in nachtclubs lobbyisten ondervraagt en zo aan haar achtergrondinformatie werkt. De dossiervreters. Die klassieke journalistieke verhalen zijn nog steeds nodig. Het ouderwetse vakwerk, gegoten in een bikkelhard stuk van 1.500 woorden. Dat is een vorm van verhalen vertellen die nog niet failliet is.

    Context

    Maar we vertrouwen er wel op dat de krant nu eindelijk eens het eeuwenoude model van standaard-nieuwsverhaaltjes-produceren weggooit en de grote uitdagingen die deze chaotische tijd oproept, aangaat. We verwachten dat de krant papier vergeet en het als een heilige missie ziet de digitale mogelijkheden ten volle te benutten. We weten dat de krant programmeurs en interactie-ontwerpers net zo belangrijk vindt als journalisten, omdat zij net zo hard nodig zijn om een verhaal te vertellen. We vertrouwen erop dat de krant haar uiterste best doet om het nieuws in een context te plaatsen. Dat ze niet elke keer voorkauwt wie Assad ook al weer was, en wie zijn grootste tegenstanders zijn, maar dat ze een nieuwe vertelvorm uitvindt waarin updates en nieuwe analyses in een groter verhaal smelten. Kijk eens naar de app Circa, die de eerste stappen in die richting neemt.

    Vermaak

    Er moet natuurlijk ook wat te lachen vallen. Geef ons The Daily Show. Fokke en Sukke. Gekke columnisten die met een paar hilarische observaties de pijnpunten van onze samenlevingen bloot leggen (zoals Marcel van Roosmalen over Facebook-marketeers). Geef ons intelligent vermaak. Absurdisme. Als antidote tegen de springende sterren. Toon zelfspot. Laat een zucht van relativeringsvermogen door de krant gaan.

    Hoop

    Maar we willen vooral een oplossingsgerichte krant. De wereld gaat naar de klote. Financiële idioten drukken waarde alleen in geld uit en vreten de aardbol kaal. Gigantische naties maken een welvaartssprong en doen ook opeens een beroep op brandstoffen en luxe. Er sterven verdomme nog steeds mensen van de honger terwijl aan de andere kant van de wereld verwende consumenten tassenvol sweatshopshit bij de Primark kopen. Wat kunnen we er aan doen? Hoe kunnen we het verschil maken, desnoods alleen in onze kleine sociale omgeving? We willen een krant waar de grootste denkers, wetenschappers en doeners van onze tijd oplossingen aanreiken. Ons een schop onder de kont geven en vertellen wat we anders moeten doen. Hoe we voor zwakkeren moeten opkomen. Die ons niet vertellen hoe we moeten stemmen als we een paar treurige euro’s hypotheekrente-aftrek willen behouden, maar de politici aanwijzen die over een wereld nadenken waar over dertig jaar nog steeds mensen rondlopen. We willen een politieke krant. Een krant die ons gidst. Die durft te zeggen waar het opstaat. We willen een krant die ons wakker schudt zoals Jonathan Safran Foer dat deed met Eating Animals, Stéphane Hessel met Indignez vous! en Tony Judt met Ill Fares The Land. We willen geen struisvogelkrant die een beetje miept over partijgeneuzel in Den Haag.

    Durf

    We willen een krant die dit allemaal negeert. Die denkt: flikker op, wij bedenken zelf wel wat we je voorschotelen. Die zich net als Henry Ford, Igor Stravinsky en Steve Jobs realiseren dat wij als publiek helemaal niet weten wat we willen. Dat we vragen om een sneller paard. Maar toon in ieder geval durf. Ga aan de slag. Stop met het slappe gelul over overheidssteun, oneerlijke concurrentie, vervlakking, of papier wel of niet doodgaat, wie de advertentiemarkt domineert – het zal ons allemaal een zorg zijn. BOUW. Doe. Schijt hebben acties maken*. Hoe lang wil je verdomme nog klagend toekijken hoe zich een revolutie voltrekt? Sluit je aan. Red de kwaliteitsjournalistiek. Verras ons.

    NU.

    Naschrift (mei 2014): Wat mijn aandeel in deze strijd is? Ik probeer als uitgever van De Correspondent veel van bovenstaande ideeën werkelijkheid te maken. Misschien dat jij ook al vecht voor de toekomst van kwaliteitsjournalistiek. Laat het vooral weten in de reacties en wat je nodig hebt.

  • Je zou door de actualiteiten wellicht anders vermoeden, maar het gaat best aardig met de Nederlandse kranten. Neem al dat NRC-papier: in 2011 goed voor 4,7 miljoen euro winst. Ja, een miljoenenwinst. Voorlopig maken kranten hun aandeelhouders heel gelukkig.

    Maar in ons voorland vallen kranten wel bij bosjes om. Afgelopen vrijdag was ik op bezoek bij de beroemdste van allemaal: The New York Times. Op de redactievloer zag ik de cubicles die zo mooi waren vastgelegd in Page One (2011). Om de paar meter zat een beroemdheid driftig te tikken. Op de ‘executive floor’, tien verdiepingen hoger, een panoramisch uitzicht op de westzijde van Manhattan. Bij de linkerwand verzoop een houten bureautje in de enorme weelde van de directeurenreceptie. ‘Uit 1839’, stond erop. De allereerste hoofdredacteur had aan dat bureau de allereerste Times gemaakt. Prachtige geschiedenis, die binnenkort misschien definitief is. Want de meest prestigieuze krant ter wereld draaide in 2011 39,7 miljoen dollar verlies. Auw. Paniek!

    (meer…)
  • Vorige week hingen Ward Wijndelts en ik in een New Yorks café genaamd Amsterdam. Een man die door zijn succes in de reclamewereld verveeld was geraakt en het pad van de kunst had gekozen, gaf ons over Duits witbier advies: ‘Maak van het nieuws één groot spelletje’. “Als er verkiezingen in Turkije zijn, wil ik daar door de steden kunnen rondlopen en mensen uit verschillende lagen van de maatschappij vragen kunnen stellen”, of: “Ik wil een paar vrienden uitnodigen en dan samen een role-playing-game over Turkije spelen”.

    Vanmorgen was ik gewoon op de redactie van NRC, maar kreeg ik wéér advies van een New Yorker. Dit keer was het Jay Rosen, professor journalistiek aan New York University. En ook hij begon over games.

    (meer…)
  • Op de dag van het heftige Irak-debat, zit ik op een barkruk in Mediacafé De Plantage te wachten op de kroonprins der talkshowhosts. Een paar weken eerder was ik hem ’tegen het lijf gelopen’ bij de opnames van het TV Moment van het Jaar. Hij stemde in met een interview voor deze studentenpublicatie. Nu zit ik hier dus, met een glaasje water, en een notitieboekje – volgeklad met vragen waarvan ik hoop dat ze hem nog nooit gevraagd zijn.

    Een kennis, toevallig De Wereld Draait Door redacteur, slentert het café binnen. “Ik hoor dat jij een interview met Matthijs hebt”, deelt hij nonchalant mee. Om zich al snel in een gedempte vorm van enthousiasme te verliezen: “Een unicum, dat doet hij nooit. Ik zou er dus maar alles uit proberen te halen”, roept hij terwijl hij de catacomben van De Plantage opzoekt.

    (meer…)
  • Journalistiek is een lastige arbeidsmarkt. Wat kan je als student doen om toch een uitdagende baan te vinden? Hierover praat ik met Hans Nijenhuis, redactiechef van nrc.next. Een krant die veel studenten lezen. ,,Ik zoek me te pletter naar goede journalisten”.

    (meer…)
  • Ernst-Jan Pfauth interviewde de afgelopen weken de nieuwe lichting Amerika-correspondenten. We sluiten af met Diederik van Hoogstraten. Hij is correspondent voor de Volkskrant en Elsevier. Ik ontmoet hem in een café op Sixth Avenue, midtown, waar we onder het genot van Frans biertje praten over van Hoogstraten’s prachtbaan.

    ,,Soms schrik ik van de Amerikahaat die ik proef in Nederland.”

    (meer…)