‘Het gaat helemaal mis in dat stembureau om de hoek’ 🇺🇸

Tussen al het aangekondigde livebloggeweld op de verkiezingsavond, ontdekte ik dit nuttige initiatief van ProPublica (non-profit voor onderzoeksjournalistiek).

Met de service ‘Election Land‘ houdt een groep van journalisten en verkiezingswaarnemers de sociale en Google-feeds in de gaten om problemen te signaleren. Denk aan dichte bureau’s, kapotte stemcomputers en lange rijen. Zodra ze iets tegenkomen, sturen ze een seintje naar een lokale journalist die de misstand in kaart kan brengen.

Abonnee’s werven met een duidelijk narratief

Even iets positiefs over Amerikaanse kranten (na al die negativiteit).

The Los Angeles Times heeft goed gekeken naar het verslavende karakter van podcasts als Serial en series als Making a Murderer en probeert dat na te doen op hun site.

Ze publiceerden eenzelfde type journalistiek crime-verhaal in zes delen en koppelden daar een slimme nieuwsbrief- en abonneestructuur aan.

Drie miljoen pageviews waren goed voor 50.000 nieuwe nieuwsbriefabonnee’s (1,6% conversie) en ‘honderden’ betalende abonnee’s.

Een goed voorbeeld van: hoe kunnen we de voordelen van het web benutten? In dit geval de verslavende nieuwsbrief.

(Hier meer over de kracht van nieuwsbrieven)

De nieuwsbrief als ideaal vehikel voor de journalistiek

Dit is een interessante observatie: wie nu zijn journalistiek aan de man wil krijgen kan het beste een nieuwsbrief beginnen. Want:

  • de investeringen zijn – in tegenstelling tot bijvoorbeeld het bouwen van een site  –  minimaal;
  • je hebt volledige controle over hoe je verhalen bij de lezers terechtkomen, in plaats van dat je afhankelijk bent van de grillen van bijvoorbeeld Facebook.

Die observatie komt trouwens van een van ’s werelds eerste blogmiljonairs: Jason Calacanis.

Maakten 51 Amerikaanse kranten een enorme fout?

Op Politico verscheen een studie naar de 51 grootste lokale kranten in de VS. Vrijwel geen van deze kranten groeide sinds 2007, omdat ze hun papieren product verwaarloosden ten faveure van slechte sites.

De onderzoekers zien de krant als een goed restaurant dat opeens wil concurreren met McDonalds: de nieuwssites.

  • Daardoor hebben krantensites een lagere kwaliteit dan dat lezers van het papieren product gewend zijn. Met oppervlakkige stukken, irritante advertenties en inferieur design.
  • Ondertussen wordt het papieren product verwaarloosd, omdat er miljoenen aan investeringen naar de site gaan.
  • Daardoor verlaten lezers de papieren krant, en schaffen vervolgens geen digitale versie aan. Waardoor de sites ook nog eens verlies lijden.

Kern van het gesignaleerde probleem is denk ik dat kranten op het internet ‘krantje’ gingen spelen. Ze hadden beter kunnen kijken wat hun missie is  – waarschijnlijk de lokale macht controleren – en hoe het web daarbij kon helpen. Bijvoorbeeld met een goede tiplijn, inzicht bieden in hoe de journalistiek werkt en liveverslagen van urgente evenementen.

Waarom The New York Times voor $30 miljoen een gadgetsite koopt

“I wanted to write evergreen content that didn’t have to be updated constantly in order to hunt traffic. I wanted to publish things that were useful.”

Zei de beroemde gadgetblogger Brian Lam in 2012. Hij was het zat om blogposts te schrijven die na drie uur achterhaald waren en richtte zich met zijn nieuwe site The Wirecutter op gadgetrecensies. Aan elke bespreking besteedde hij met zijn team zo’n 20 tot 200 uur.

Als een lezer via The Wirecutter een product koopt, ontvangt de site een commissie. In 2015 was de site goed voor 150 miljoen dollar omzet bij externe webshops. Stel dat de commissie 7,5 procent is, dan zou de site 11 miljoen omgezet hebben.

In ieder geval was het genoeg voor The New York Times om The Wirecutter deze week voor 30 miljoen dollar over te nemen.

De site past goed bij de nieuwe missie van de krant: servicegerichte journalistiek.

Waarom hebben niet meer kranten een sprekersbureau?

Toen ik bij NRC werkte, begreep ik nooit waarom ik een aparte agent nodig had voor het bemiddelen van spreekopdrachten op conferenties e.d. Ten eerste sprak ik daar over NRC, ten tweede had het me vanuit de hoofdredactie prettig geleken om te zien of mijn onafhankelijkheid niet in gevaar kwam en ten derde is het een interessant verdienmodel.

Nieman Lab schrijft over een nieuwsmedium uit New Orleans dat geld verdient aan een sprekersbureau. Continue reading “Waarom hebben niet meer kranten een sprekersbureau?”

This American Life maakt podcastfragmenten delen makkelijk

Elke podcastluisteraar weet dat het onmogelijk is om makkelijk een bepaald fragment te delen. Soms hoor ik iets interessants voor collega’s, en kom ik niet verder dan: ‘ja, luister even tegen het einde, daar wordt het interessant’ (zoals bij dit interview met Vox-baas Ezra Klein!). Nogal een hoge drempel voor die collega om dat daadwerkelijk te doen.

Gelukkig heeft This American Life subsidie gekregen om hier een oplossing voor te ontwikkelen. Continue reading “This American Life maakt podcastfragmenten delen makkelijk”

Google geeft factcheck-artikelen een speciaal label

Na de aanslagen in Parijs en de daaropvolgende stroom nepnieuws op sociale media, schreef ik in de medianieuwsbrief al eens over factcheck-initiatieven. Nu is er weer nieuws binnen dit belangrijke journalistieke genre.

Waar Facebook sinds het ontslaan van haar nieuwsteam hopeloos de mist in gaat met het onbedoeld promoten van nepnieuws, lanceert Google News in de VS en Groot-Brittannië een ‘factcheck tag’. Continue reading “Google geeft factcheck-artikelen een speciaal label”

Cultuurjournalistiek als service: Ko & Kho

Ik denk dat de cultuurjournalistiek veel servicegerichter kan worden. De nieuwsbrief Kunstkijken met Ko & Kho is daar een mooi voorbeeld van. Elke maand sturen ze vijf interessante tentoonstellingen en exposities rond waar je heen kunt gaan.

Waarom bieden niet meer kranten en bladen hun cultuurjournalistiek op zo’n servicegerichte manier aan? Een statische cultuuragenda doesn’t cut it anymore.

De stukken zijn er al. De aanbevelingen ook. Nu nog betere manieren bedenken om het op het juiste moment onder de aandacht van lezers te krijgen. Dat kan al met zoiets eenvoudigs als een gerichte nieuwsbrief.

Slate negeerde ‘traffic’, richtte zich op lezersloyaliteit en podcasts

Het internetmagazine Slate bestaat twintig jaar en neemt dit jaar honderd nieuwe werknemers aan.

Aan Slate ging de Facebook-revolutie uiteraard ook niet voorbij. Net als andere media zag Slate tientallen procenten van haar bezoek daarvandaan komen. Maar omdat het verkeer vanaf Facebook te veel schommelde, vond Slate het risico te groot om daar de toekomst van het bedrijf op te baseren.

Daarom koos het een andere metric dan verkeer, namelijk ‘lezersloyaliteit’. Met een betrokken publiek wilde Slate zich onderscheiden voor adverteerders. Continue reading “Slate negeerde ‘traffic’, richtte zich op lezersloyaliteit en podcasts”